Categorieën
Personages Perspectief

Hoe laat je de lezer meeleven met je personages?

Natuurlijk, als we met mensen en personages meeleven, leven we mee met wat hen overkomt, met wat ze doen, met de gevoelens die ze hebben. Maar we leven ook mee met de manier waarop ze met hun verhaal omgaan, al zijn we ons van dat laatste meestal niet zo bewust. Toch speelt het een grote rol als we de lezer bij het verhaal willen betrekken. Laten we kijken hoe dat werkt aan de hand van een paar voorbeelden.

Voorbeeld 1: medeleven bij Clarice Lispector

Als Clarice Lispector in De navolging van de Roos een vrouw ten tonele voert (Laura) die zojuist ontslagen is uit een kliniek en die zichzelf nu vertelt dat ze normaal moet zijn, dan leven we misschien met haar mee omdat we weten hoe het is om de druk te voelen om ‘normaal’ te moeten zijn. Maar we leven ook met haar mee omdat we lezen en misschien ook wel voelen hoe Laura het verhaal dat ze creëert (‘ik moet normaal zijn’) als een reddingsboei vasthoudt, en omdat we in ons eigen leven hebben ervaren hoe hopeloos het kan voelen om ons vast te moeten houden aan een verhaal, eens te meer als dat verhaal niet blijkt te kloppen. En dan hoeft het niet eens zoveel uit te maken of het verhaal waaraan we ons hebben vastgehouden zoveel op dat van Laura lijkt.

Voorbeeld 2: medeleven bij Lydia Davis

Of neem de hoofdpersoon in het verhaal Uitsplitsen van Lydia Davis. Ik neem niet aan dat je net als hem na afloop van een relatie de rekening hebt opgemaakt om te zien wat de relatie je per dag of per uur heeft gekost (en als je dat ooit wel hebt gedaan, laat het me weten, daar wil ik graag alles over horen), maar je zult vast wel eens na afloop van een relatie of na afloop van een periode de behoefte hebben gevoeld om tot een afgerond verhaal te komen, misschien om met dat verhaal te bepalen wat het verleden waard is geweest of om te bepalen wat het betekend heeft.

Voorbeeld 3: medeleven bij John Cheever

Een laatste voorbeeld, De zwemmer van John Cheever. In dit verhaal besluit de hoofdpersoon Neddy Merrill een lange zwemtocht te maken naar zijn huis, een tocht die hem langs de zwembaden en villa’s van vele buren zal leiden. Hij voelt zich jong en sportief, hij heeft een triomftocht voor ogen, en vernoemt die naar zijn vrouw. Maar gaandeweg wordt de ontvangst door buren steeds minder hartelijk: hij wordt aangesproken op zijn drankgebruik en zijn liefdeloosheid, en als hij uiteindelijk zijn huis bereikt, blijkt dat te koop gezet. Slechts weinig lezers zullen zelf ooit zo’n tocht gemaakt hebben, maar we weten wel hoe het voelt als het verhaal dat we van onszelf hebben op steeds meer weerstand stuit.

Vraag

Vraag: hoe kun je meeleven met het verhalende van de hoofdpersoon in Kafka’s De gedaanteverwisseling, zelfs al is het een absurd verhaal waarin de hoofdpersoon ontwaakt als een ondier? (In de vorige blogpost vind je meer over dit verhaal)

Let op!

Alleen al het feit dát de schrijver laat zien dat personages met hun eigen verhalen dealen en hoe ze dat doen, kan ervoor zorgen dat de lezer meeleeft. Het is daarbij wel van belang dat de personages net als echte mensen zélf hun verhaal creëren, zodat het hun eigen strijd is die de lezer ervaart. Als het daarentegen overduidelijk is dat de schrijver een verhaal heeft bedacht en dat die het personage als een marionet daardoorheen leidt zonder dat ze zelf mogen bijdragen hun verhaal, dan zal de lezer minder snel meeleven.

Personages creëren

Overigens, het verhalende helpt niet alleen om medeleven voor het personage te voelen. Het helpt ook om het personage op te bouwen en om het conflict te creëren. Meer daarover in de volgende blogposts.

Je kunt je onderaan de pagina abonneren op dit blog, dan ontvang je automatisch een melding van een nieuwe post.

Categorieën
Personages Perspectief

Waarover gaan verhalen eigenlijk?

Op school heb je van alles geleerd, maar wat je er in ieder geval hebt geleerd, is wat het is om op school te zitten. School gaat ook over school.

Wanneer je met iemand een relatie hebt, zul je niet alleen die persoon ervaren, maar je zult ook ervaren wat het is om een relatie te hebben. Relaties gaan ook over relaties.

Idem dito met het leven. Wat de zin van het leven ook mag zijn, het laat je in ieder geval ervaren wat het is om te leven. Het leven gaat ook over leven.

Waarover gaat kunst?

In de kunst is het niet anders. Toneel bijvoorbeeld. Toneel kan gaan over allerlei zaken, over ouderdom, liefde, macht, you name it. Maar toneel gaat ook over toneel, en over het toneelmatige van het leven: over dat we rollen hebben, dat we maskers dragen, dat we ons verhouden tot een publiek. In dat wat toneel nou eenmaal is en doet, laat het iets van het leven zien. In de vorm toont het een thema en een inhoud.

Een andere kunstvorm: film. Film kan over van alles gaan, maar gaat ook over film: over kijken, over bekeken worden, over zichtbaar zijn en onzichtbaar zijn. In dat wat film nou eenmaal is en doet, laat het iets van het leven zien. Ook hier toont de vorm een thema en een inhoud.

Dan is het inmiddels tijd voor de vraag: waarover gaan verhalen?

Waarover gaan verhalen?

Verhalen kunnen uiteraard over van alles gaan. Laat ik een paar voorbeelden geven. Clarice Lispector schreef over een vrouw die uit een kliniek is ontslagen en die zich nu zorgen maakt of het geestelijk wel goed met haar zal gaan (De navolging van de roos). Franz Kafka schreef over een handelsreiziger die op een ochtend als een ondier ontwaakt , liggend op zijn pantserachtig harde rug (De gedaanteverwisseling). Lydia Davis schreef over een man die na het uitgaan van de relatie letterlijk de balans opmaakt: wat heeft de relatie gekost — per uur, per dag — en wat heeft de relatie opgebracht? (Uitsplitsen)

Maar hoe verschillend deze verhalen ook zijn, ze hebben één ding gemeen: ze gaan ook over verhalen. Ze gaan over hoe mensen tot verhalen komen, over hoe ze in verhalen leven, over wat mensen zichzelf en anderen vertellen. Ze gaan over het verhalende van verhalen, over het verhalende van het leven.

Laat me dat toelichten.

Het verhalende bij Clarice Lispector

Lispectors hoofdpersoon, Laura, fantaseert over hoe haar dag zal zijn als alles normaal verloopt. En wat is fantaseren anders dan een verhaal maken? Dat verhaal is voor haar van levensbelang, haar verhaal moet blijven kloppen, ze mag niet opnieuw doordraaien.

Het verhalende bij Franz Kafka

En Kafka’s handelsreiziger, Gregor, negeert de nieuwe werkelijkheid waarin hij een ondier is. Hij vertelt zichzelf dat hij zal opstaan, dat hij naar zijn werk zal gaan, dat hij de trein zal halen. En hij vertelt het niet alleen zichzelf, hij vertelt het ook — vanachter een dichte deur want ze mogen hem niet in zijn nieuwe gedaante zien — tegen de andere gezinsleden. Zie hier het verhaal waarin hij wil geloven, waarin hij de mensen om zich heen wil laten geloven.

Het verhalende bij Lydia Davis

Ook Davis’ hoofdpersoon leeft in een verhaal. Een verhaal waarmee hij grip probeert te creëren op de voorbije relatie. Een verhaal waarin hij de dingen op een rij heeft gezet en van een prijskaartje voorzien. Dat verhaal creëren is zijn manier om met het afscheid om te gaan.

Alle drie de verhalen zíj́n dus niet alleen verhalen, ze gáán ook over verhalen, over hoe mensen verhalen vormen, er houvast in zoeken, er een identiteit aan ontlenen. 

Misschien klinkt het kunstmatig dat verhalen over verhalen gaan. Misschien klinkt het daardoor alsof verhalen vooral naar zichzelf verwijzen en zich buiten het echte leven plaatsen. Maar juist omdat ze laten zien hoe we in onze verhalen onze levens vormen, zou ik verhalen eerder wezenlijk dan kunstmatig noemen. Verhalen leggen het verhalende van het leven bloot.

Daarover meer de volgende keer. Je kunt je onderaan de pagina abonneren op dit blog, dan ontvang je automatisch een melding van een nieuwe post.

Categorieën
Personages Perspectief

Hoe zelfrechtvaardiging je korte verhaal op gang brengt – deel 2 uit de serie

anton-chekhov-006Het is het personage zelf dat een verhaal maakt, en het is de schrijver die laat zien hoe dat in zijn werk gaat.

Vorige keer zagen we hoe mensen in het dagelijkse leven verhalen vertellen om zichzelf te rechtvaardigen en hun zelfbeeld overeind te houden. Dit keer zien we wat een schrijver daarmee kan in het korte verhaal

Categorieën
Personages Perspectief

Het verhaal als zelfrechtvaardiging – een andere invalshoek om verhalen te schrijven

Sinds een paar jaar mediteer ik af en toe. Soms volg ik dan mijn gedachten en merk ik hoe die als vanzelf verklaringen en rechtvaardigingen aandragen voor wat ik wil en wat ik doe. Zo’n gedachte kan zijn: ‘Ik zou langer willen mediteren, maar het is al avond, en ik moet nog brood halen, en de winkel is heel ver fietsen hiervandaan, en het is door mijn niet al te hoge inkomen dat ik op deze locatie ben gaan wonen. Had ik een beter inkomen dan had ik elders kunnen wonen, dichter bij winkels en had ik nu langer kunnen mediteren omdat ik niet zo lang hoefde te fietsen voor een brood.’

Oké, ik ben niet trots op deze gedachte, maar ik noem hem hier toch, omdat hij illustratief is voor dat ik mezelf dingen wijsmaak, mezelf rechtvaardig, en ik noem de gedachte hier ook omdat hij illustratief is voor hoe het proces van mijn zelfrechtvaardiging verloopt. Ik doe iets, en ongeacht wat het is en hoe goed het is of hoe gewetensvol het is, maak ik er een verhaal van dat 

Categorieën
Perspectief

Amy Bloom: samenhang in inhoud, verschillen in vorm

Als je zelf verhalen schrijft, moet je bij ieder verhaal opnieuw allerlei keuzes maken. Is je hoofdpersoon een vrouw of een man? Vertel je het verhaal in de tegenwoordige of in de verleden tijd? Kies je voor een verstild of een explosief einde? Keer op keer loop je daar als korteverhalenschrijver tegenaan. Mijn ervaring is dat er geen vaste regels zijn om je keuze te bepalen, maar dat het wel goed helpt om te kijken hoe andere verhalenschrijvers hun keuze aanpakken. Laten we daarom in de verhalen van Amy Bloom kijken waarvoor zij steeds gekozen heeft.

Categorieën
Perspectief

Wat Charles D’Ambrosio ons leert over vertelperspectief

Dit is een gastpost van San Bos.

Charles D’Ambrosio (Seattle, 1958) wordt beschouwd als een van de beste hedendaagse Amerikaanse verhalenschrijvers, en als een echte writer’s writer. Onlangs verscheen zijn nieuwste bundel: Het Dodevissenmuseum (inkijkexemplaar Bol) in het Nederlands. Met interviews is D’Ambrosio terughoudend, maar schrijfster San Bos wist hem over te halen en ontfutselde hem bruikbare tips voor ons verhalenschrijvers. Vandaag deel 1: Het vertelperspectief.

Categorieën
Personages Perspectief Plot & Opbouw

Personage, conflict, perspectief – YouTube-college van Frans Stüger

Je kent vast deze drie pijlers van het schrijven van proza: personage, conflict, perspectief. En je weet ook wel dat het personage de interesse van de lezer moet hebben, dat het conflict het verhaal spanning moet geven en dat het perspectief juist moet zijn. De vraag is alleen: hoe krijg je dat allemaal tegelijk voor elkaar?

Categorieën
Perspectief

Ieder verhaal heeft 3 perspectieven – ja, ook jouw verhaal!

Deze week filmde ik Frans Stüger – schrijver en schrijfcoach – voor zijn boek Personage, Conflict, Perspectief, dat zojuist is verschenen als het 30e deel in de Schrijfbibliotheek. Het filmpje kun je binnenkort op dit blog zien (ik ben het nog aan het monteren), maar over een gedeelte ervan kun je hieronder vast lezen. En dat is het gedeelte over het perspectief.

Doe je voordeel met de 3 verschillende perspectieven in je verhaal:

Categorieën
Perspectief Plot & Opbouw Verhaalbegin

Het begin van je verhaal: Wat onthul je? Wat verhul je?

Soms lijkt het spannend om de lezer aan het begin van het verhaal even in het onzekere te laten: je wilt niet meteen je kaarten open op tafel leggen, maar een tijdje wachten met dat te doen. Je schrijft bijvoorbeeld een verhaal vanuit een kind, maar je wilt dat niet al in de eerste zin prijsgeven.

Categorieën
Personages Perspectief YouTube

Doe je voordeel met het verschil tusen ervaren en terugkijken

Daniel Kahneman (psycholoog, Nobelprijswinnaar economie) maakt in zijn enthousiasmerende presentatie op TED.com een duidelijk verschil tussen enerzijds ervaren en anderzijds reflecteren. Reflecteren gaat hand in hand met het verhaal dat we ons achteraf vormen, en dat verhaal zal afwijken van wat we daadwerkelijk waarnamen, van wat er daadwerkelijk gebeurde – soms een beetje, soms heel veel.

Categorieën
Dialoog Perspectief Voorbeeldverhaal

Wat we kunnen leren van verhalenschrijver Thijs de Boer

Het korte verhaal op de rand van monoloog

In sommige verhalen verstrijkt de tijd niet, en toch staan die verhalen niet stil. Ze vertellen en ze vertellen, zonder dat er echt iets gebeurt. Deze verhalen worden voortgedreven door een noodzaak om te vertellen. Maar om wát te vertellen? Daar lijkt het vertellende personage naar op zoek. Welkom in de wereld van het korte verhaal als monoloog.

Thijs de Boer opent zijn debuutbundel Vogels die vlees eten (2010) met een kort verhaal als monoloog: Loopdrang. Er is geen centrale gebeurtenis. Er wordt vooral verteld.

De hoofdpersoon zit in een inrichting. De therapeuten zijn op zoek naar het verhaal van de hoofdpersoon, naar wat hem drijft. Maar het verhaal dat de hoofdpersoon ons vertelt, ontwijkt al die vragen. Hij vertelt over zijn medepatiënten, over de vorige bewoners, over de gangen van het gebouw.

Dit gebouw was vroeger een van de beste plekken in het land om je demente vader of moeder heen te brengen. Maar het tehuis ging failliet, omdat niemand zo veel geld wilde betalen voor degenen die hen in deze wereld hadden gebracht.
En nu slapen wij hier.

Soms rent er een lilliputter rondjes door de gangen terwijl hij schreeuwt: ‘Kijk, de dwerg is aan het rennen! Kijk de dwerg is aan het rennen! Kijk naar zijn grappige armpjes en beentjes! Kijk hoe ze bewegen! Kijk hoe ze bewegen!’
Dit is voordat hij een shot krijgt.

(Uit: Thijs de Boer, Vogels die vlees eten, het verhaal Loopdrang)

Het is zeker geen lineair verteld verhaal. Het is associatief, springt van de hak op de tak. Het verhaal brengt vooral een gevoel over, iets onbenoembaars. Het cirkelt rond een kern, zonder die kern echt te bereiken, we blijven er maar omheen lopen. Het laat zich alleen tussen de regels lezen.

En hier ben ik, tussen al deze gekken. En het enige wat we allemaal met elkaar gemeen hebben, is dat we willen vergeten.

(Uit: Thijs de Boer, Vogels die vlees eten, het verhaal Loopdrang)

Deze vertelling die de essentie bewust ontwijkt, is voor de hoofdpersoon nodig om zijn daadwerkelijke verhaal te verdringen, om niet gek te worden, om te overleven. Die sterke drang om te vertellen is kenmerkend voor het korte verhaal als monoloog.

In een traditionele cursus zal een docent wellicht niet snel met zo’n verhaal aan de slag gaan. Het onttrekt zich aan de gewone manier van vertellen, je kunt er nauwelijks traditionele regels op los laten (als je dat al zou willen). Maar omdat het het korte verhaal als monoloog te mooi en te belangrijk is om over het hoofd te zien, wil ik het toch van dichtbij bekijken. En dan zie ik de volgende kenmerken:

1. Het is geschreven in de eerste persoon. Er is nadrukkelijk een verteller aan het woord.

2. De ik voelt een noodzaak om iets te vertellen. De ik hoeft zich van die noodzaak om te vertellen niet bewust te zijn. Hij hoeft ook niet te vertellen wat die noodzaak is. Hij kan zelfs als bij De Boer bewust de essentie vermijden. Dan is het vertellen vooral een afleidingsmanoeuvre. Maar je voelt als schrijver en als lezer de drang van het vertellende personage.

3. Niet de schrijver maar het personage is aan het woord. Je hoeft niet op zoek naar mooie formuleringen of naar mooie wendingen om als schrijver te schitteren. Je moet wel op zoek naar toon en vertelwijze van je vertellende personage. Naar zijn geheel eigen logica ook.

4. Het verhaal is niet-lineair Het gaat in het verhaal als monoloog niet om gebeurtenissen, en dus ook niet om de ontwikkeling van eventuele gebeurtenissen.

5. Het verhaal is associatief. Het vertellende personage associeert, springt van het een naar het ander. Het is alsof we door een caleidoscoop kijken. Overigens, verwar de associatieve sprongen niet met sprongen in de tijd, al lijken ze daar soms wel op. Strikt genomen gaat het niet om flashforwards en flashbacks, maar om de hak en de tak.

Serie
Deze blogpost over het korte verhaal als monoloog is een deel uit een serie. Eerder kwamen aan bod:

  • Het korte verhaal als mini-roman (voorbeeld: Annie Proulx, Brokeback mountain)
  • Het korte verhaal als gedicht (voorbeeld: Ton Rozeman, Je ziet er niets van)
  • Het korte verhaal als essay (voorbeeld: Ali Smith: Kort waar verhaal)

En jij?
Ken jij verhalen die op de rand van de monoloog zijn? Schrijf je ze wellicht zelf? Deel hier je ervaringen! Dank je wel.

Categorieën
Flashbacks Perspectief Plot & Opbouw Verhaaldecor Voorbeeldverhaal

Het korte verhaal als gedicht: je spiegelreflex in de micro-stand

Het korte verhaal kent twee uitersten. Het ene is helemaal uitgezoomd: de panorama-stand, die we vorige keer bespraken. We gaven daaraan de naam kort-verhaal-als-mini-roman. Vandaag kijken we naar hoe je een verhaal schrijft dat helemaal is ingezoomd, in de micro-stand dus, ofwel: het korte-verhaal-als-gedicht. Het is handig om de twee uitersten te kennen: de kans is groot dat het korte verhaal dat je schrijft zich tussen die uitersten bevindt. Ook is het leerzaam om zelf eens een verhaal te schrijven dat zich aan een uiterste bevindt en te zien wat je dat oplevert.