Het ultrakorte verhaal – wat Lydia Davis en Franz Kafka ons leren

Lydia Davis en Franz Kafka kunnen ons veel leren over het ultrakorte verhaal. Gek genoeg kan ik dat het beste uitleggen aan de hand van… de fotografie. En nog specifieker: aan de hand van de actiemodus van een fototoestel. Misschien denk je wel: wat moet ik me daarbij voorstellen? Dat was ook mijn eerste gedachte. Maar heb even geduld… en je zult zien dat het beloond wordt.

bevroren beweging
Allereerst, wat doet de actiemodus (ook wel: sportstand) precies? Hij maakt in zeer korte sluitertijd (een honderdste van een seconde is niet ongebruikelijk) een foto van iets dat snel beweegt. Je kunt er veel meer mee fotograferen dan sport – of het nou een slechtvalk in duikvlucht is, een kurk die van een fles champagne knalt of je ADHD-neefje dat rondjes door je huiskamer rent. De superkorte sluitertijd houdt het tijdsverloop zo beperkt dat er nauwelijks beweging in kan plaatsvinden, met als gevolg een scherpe, onbewogen foto. De beweging wordt als het ware bevroren. Tegelijkertijd kan zo’n foto die wordt genomen in de actiemodus wel de indruk van beweging oproepen. Dat is eigenlijk heel bijzonder: er beweegt iets snel, we bevriezen het met een korte sluitertijd, en we laten in het hoofd van degene die naar de foto kijkt toch beweging ontstaan. Ofwel: een foto gemaakt in de actiemodus kan zeer suggestief zijn.

een uitsnede uit de tijd
Daar komt nog bij dat zo’n foto iets laat zien dat we zonder de hulpmiddelen niet kunnen zien: een bevroren beweging. Op een foto gemaakt in de actiemodus kunnen we er in alle rust naar kijken. Wat in werkelijkheid na een honderdste van een seconde voorbij is en we dus eigenlijk niet tot ons bewustzijn kunnen laten doordringen, kunnen we via een foto genomen in de actiemodus zo lang als we willen in ons opnemen. De slechtvalk is betrapt en in zijn duikvlucht tot stilstand gekomen, de champagnekurk blijft roerloos in de lucht hangen, en je ADHD-neefje blijkt ook zonder ritalin stil te kunnen staan. Er is een uitsnede gemaakt uit de tijd, en naar die uitsnede kijken we nu.

De overeenkomsten met het (ultra)korte verhaal tekenen zich af. Ga maar na. We kijken naar een uitsnede uit de tijd, ofwel: we vangen een moment binnen het kader, binnen de lijst. We brengen iets dat beweegt tot stilstand. Daardoor kunnen op ons gemak kijken naar iets dat in werkelijkheid voorbij is voor we er erg in hebben.

Verstrooid naar buiten kijken
Wat zullen we doen in deze voorjaarsdagen, die nu gauw komen? Vanmorgen was de hemel grijs, maar als je nu naar het raam gaat, ben je verrast en leun je met je wang tegen de raamknop.
Beneden zie je het licht van de trouwens al ondergaande zon op het gezicht van het heel jonge meisje dat zomaar wat loopt en om zich heen kijkt, en tegelijkertijd zie je daar de schaduw van de man op die achter haar sneller aan komt lopen.
Dan is de man alweer voorbij, en het gezicht van het kind is helemaal licht.

(Franz Kafka, Verstrooid naar buiten kijken, uit De gedaantewisseling en andere verhalen, vertaald door Willem van Toorn, Athenaeum – Polak & Van Gennep, Amsterdam 2009)

Is dit het hele verhaal? Ja, dit is integraal Kafka’s verhaal. Zoals je ziet, hoeft er in een ultrakort verhaal niet iets spectaculairs te gebeuren, het is al bijzonder genoeg dat we een anders onopgemerkt gebleven moment kunnen bevriezen. Het voorbijtrekken van een schaduw, meer is niet nodig.

Even terug naar de fotografie. Zoals gezegd kiest je toestel in de actiemodus automatisch voor een zeer korte sluitertijd. Daarbij heeft het licht heel weinig tijd om binnen te komen. Als het toestel niet in zou grijpen, zou er zelfs te weinig licht zijn en zou de foto te donker worden. Om voor meer licht te zorgen, zet het toestel zijn diafragma wijd open. Het gevolg daarvan is dat het een onderwerp dat zich dichtbij bevindt scherp in beeld kan brengen, maar een onderwerp dat zich in de verte bevindt niet. De actiestand is dus niet alleen beperkt in tijd, maar ook in focus (in wat het scherp kan laten zien).

beperkte tijd, beperkte focus
En dat komt overeen met wat Kafka doet: hij beperkt zijn verhaal niet alleen in tijd, maar ook in aandacht. Het is dit ene moment en het heeft alleen aandacht voor dit ene tafreel. Slechts een vage schim zien we van de tijd daaromheen. In het begin van zijn verhaal noemt Kafka even de voorafgaande ochtend. Maar zijn verhaal gaat niet over gisteren of over morgen, en het heeft geen aandacht voor andere mensen dan deze twee die elkaar passeren.

En voor wie denkt: ja, Kafka, dat is eerste helft vorige eeuw, toen ging alles een stuk langzamer dan tegenwoordig… volgt hier een voorbeeld van een veel recenter geschreven kort verhaal (Het verscheen in 2011 voor het eerst in Nederlandse vertaling). En ja, ook dit is weer het hele verhaal en niet een fragment uit een groter verhaal. Ook nu weer een schaduw, en ook nu weer een moment dat in de drukte van alle dag verloren was gegaan als de schrijver het niet voor ons had bevroren.

Het aquarium
Ik staar naar vier vissen in een aquarium in de supermarkt. Ze zwemmen in parallelle formatie tegen een stroompje in dat wordt veroorzaakt door een waterstraal, en ze openen en sluiten hun bek en staren in de verte met het enige oog, bij allemaal, dat ik kan zien. Terwijl ik naar ze kijk door het glas en bedenk hoe vers ze zouden zijn om te eten, omdat ze nu nog leven, en bereken of ik er een zal kopen voor het avondeten, zie ik ook, het lijkt wel achter ze of door ze heen, een grotere, schimmige gedaante die hun aquarium verduistert, wat er van mij op het glas valt, hun roofvijand.

(Lydia Davis, Het aquarium, uit de bundel: Bezoek aan haar man, vertaling Peter Bergsma. Atlas, 2011.)

5 gedachten over “Het ultrakorte verhaal – wat Lydia Davis en Franz Kafka ons leren

  1. evelyn

    Wat ik echter niet begrijp: als de foto (onder)deel van de beweging is, waarvan maakt het ultrakorte verhaal dan deel uit? Van een groter verhaal? Dat denk ik niet.

  2. athy van meerkerk

    Geachte heer Rozeman,
    Heb uw voorpublicatie Korte Verhalen Schrijven, gelezen in het Schrijven Magazine.Dat heeft mij een weg gewezen waardoor ik een verhaal dat ik maar had laten liggen, heb kunnen afmaken. Ik schrijf het liefst miniaturen of wel het korte korte verhaal.
    Daarna heb ik een blog geschreven en uw naam plus het artikel vermeld.
    Eigenlijk weet ik niet of dat zomaar mag. Bent u het er niet mee eens, dan hoor ik het graag, dan haal ik het weg. Uw boek heb ik trouwens besteld en daar verwacht ik veel van.
    Met vriendelijke groet,
    Athy van Meerkerk.

    1. Ton Rozeman Bericht auteur

      Dag Athy, Dank je wel voor het noemen van het boek ‘Korte Verhalen Schrijven’ in je mooie blog. Wie de post wil lezen, kan hier terecht. Over aandacht hebben voor het ouder worden en de weg van onze voorouders afleggen.

  3. Ton Rozeman

    Dank je, Eus. Ik denk dat schrijven voor het grootste gedeelte waarnemen is. Je openstellen voor wat er gebeurt, niet alleen maar zien wat je wil zien. Dat klinkt makkelijk, maar ik weet hoeveel het van een schrijver vraagt.

  4. Eus Wijnhoven

    Terechte aandacht voor het zeer korte verhaal. De twee tijdloze voorbeelden die je geeft, tonen beelden van iedere dag. Als je maar waarneemt. Daarom zou je ook altijd je Moleskine en pen moeten meenemen. Helaas ben ik te lui om iedere dag opnieuw het juiste moment, de juiste scene, de juiste sfeer te vangen als deze zich voordoet. Regelmetig vang ik ‘m echter wel, en later blijkt dat ik dit soort ultrakorte impressies eenvoudig kan verwerken in groter werk, een langer verhaal of roman. Zeer beeldend geschreven, Ton!

Reacties plaatsen niet mogelijk.