Tagarchief: Tobias Wolff

Een geschenk aan schrijvers van korte verhalen: de podcasts van The New Yorker!

Niet alleen ideaal voor op het strand en op vakantie, maar ook voor in de studeerkamer en in het klaslokaal: de korte verhalen die The New Yorker maandelijks gratis als podcast aan de wereld geeft. Ze bevatten niet alleen het complete verhaal, maar ook een bespreking door een schrijver die gepubliceerd heeft inThe New Yorker.

Iedere podcast van The New Yorker bestaat uit Lees verder

Hoe je je korte verhaal contrast geeft – een praktijkvoorbeeld

Vorige keer bekeken we wat contrast voor je verhaal betekent. We zagen dat er aan de ene kant contrast is tussen je personages, en aan de andere kant ook in je personages. We keken er vooral theoretisch naar. Dit keer maken we het concreet via het verhaal Hiernaast van Tobias Wolff, een verhaal dat we al eerder bespraken en dat integraal te lezen is op de website van uitgeverij Atlas.

Contrast tussen personages

Het verhaal gaat aan de oppervlakte over hoe een echtpaar de ruzie bij de buren ervaart. Er is een groot contrast tussen het echtpaar en de buren.

  • Het echtpaar zelf is passief, kijkt toe (vooral: luistert toe), doet niet of nauwelijks aan seks, ligt in bed en kijkt tv. Ze hebben een kat, geen kinderen. Voor de planten gebruikt de man een gieter.
  • De buren zijn actief, agressief, ze gillen en slaan. Aan seks doen ze tegen de ijskast nadat ze de hond een paar petsen hebben gegeven. Ze hebben een baby. Planten water geven doet de man door ertegen aan te piesen (of hij laat de hond dat doen).

Contrasten binnen personages

Contrast binnnen personages geeft ze diepgang. In dit verhaal kom je het contrast bijvoorbeeld tegen in de ‘ik’. Hij wil de politie niet bellen (maar weet zelf niet dat hij dat niet wil) en belt ook niet. Toch zegt hij dat hij tegen zijn vrouw dat hij wel gaat bellen. De dierlijke passie van de buurvrouw trekt hem aan, maar tegelijkertijd maakt hij zichzelf wijs dat dat niet zo is. Wel durft hij te erkennen dat de buurvrouw aantrekkelijk is, maar brengt daar meteen tegenin dat haar schoonheid geen lang leven beschoren is. Hij wil de televisie niet op de slaapkamer maar in de woonkamer, maar brengt de televisie toch niet daarnaar toe. Hij heeft behoefte aan seks, maar fantaseert in de slotalinea over geslachloze wezens.

Overeenkomst tussen personages

Maar met alleen verschillen schrijf je geen verhaal. Er zijn ook overeenkomsten nodig, zoals tussen de twee mannen in dit verhaal. Ze wonen in dezelfde straat, zijn met elkaar als buren opgezadeld. Ze handelen vanuit hun mannelijke identiteit, ze hebben interesse in vrouwen en in seks. Ze zoeken een manier om met vrouwen om te gaan. En ze hebben ook interesse in dezelfde vrouw: de vrouw van de buurman.

Bye bye Wolff

Dit is de laatste post waarin Tobias Wolff ons als voorbeeld dient. De drie winnaars van zijn bundel Hier begint het verhaal hebben inmiddels bericht ontvangen. Met dank aan uitgeverij Atlas. Deze maand gaan we verder met nieuwe verhalen aan de slag.

En jij?

Hoewel dit blog geen platform is om je eigen werk aan de wereld te laten lezen, ben ik benieuwd hoe jullie met contrast werken. Kun je een voorbeeld beschrijven van hoe jij in een kort verhaal met contrast werkt? En was dat in of tussen personages? En wat deed je met overeenkomsten?

Kijken – niet alleen een vaardigheid maar ook een thema

Heel wat korte verhalen gaan over kijken. ‘Kijken’ is niet alleen een vaardigheid die vooraf gaat aan het schrijven, het is ook iets wat je kunt onderzoeken in je korte verhaal, iets wat je kunt thematiseren.

Een  voorbeeld
Een mooi voorbeeld van een verhaal waarin ‘kijken’ een grote rol speelt, is het op dit blog al eerder besproken ‘Hiernaast’ van Tobias Wolff, waarin een echtpaar kijkt en luistert naar de vechtende buren. Misschien kijkt het echtpaar ook naar de ruziënde buren om niet naar zichzelf te hoeven kijken. Het echtpaar vlucht namelijk wel vaker van zichzelf weg: door naar de tv te kijken bijvoorbeeld. En als de man het einde van een film niet bevalt, dan verzint hij er zijn eigen einde bij. Dat zelf-verzonnen einde is zelfs het einde van het verhaal: de blik is afgewend van henzelf, afgewend van de buren, afgewend van een ongewenst filmeinde. We zien wat de man wil zien: ‘Aan het eind zien we de ontdekkingsreizigers slapen in een wei vol witte bloemen. De bloemblaadjes zijn nat van de dauw en kleven aan hun lichaam (…)  Ze gaan staan en steken hun armen in de lucht, als witte bomen in een land waar nog nooit iemand is geweest.’ (Uit: Tobias Wolff, Hiernaast, Vertaling: Peter Bergsma, lees hier het complete verhaal)

Hoe je zelf ‘kijken’ in je verhaal kunt inzetten

1. Geef je personage een drijfveer en laat hem vanuit die drijfveer naar zijn wereld kijken. Hij ziet wat hij wil zien. En wat hij wil zien, zegt iets over hem. Door zijn blik leert de lezer hem kennen. Soms worstelen schrijvers met welke details ze in het verhaal moeten opnemen. Een mogelijke oplossing: neem die details op die je personage ziet vanuit zijn perspectief, vanuit zijn drijfveer.

2. Laat je personage ook wegkijken. Laat je personage vanuit zijn drijfveer niet alleen naar iets kijken, maar ook dingen níet zien, over het hoofd zien. Een workaholic heeft wel oog voor zijn werk, maar bijvoorbeeld niet voor zijn kinderen. En als hij ze dan toch opmerkt, is het alleen even kort, omdat ze hem afleiden van zijn werk.

3. Laat de blik (de visie) van je personage zich ontwikkelen. In het voorbeeldverhaal Hiernaast begint het personage met naar de realiteit te kijken: de ruziënde buren. Uiteindelijk kijkt hij naar een zelf bedachte utopie: het einde dat hij bij de film heeft verzonnen. De verandering van de blik is de catharsis (de epifanie) van het verhaal. Zorg er in je verhaal voor dat je personage uiteindelijk net iets anders naar zichzelf of naar zijn omgeving kijkt. Of op een net iets andere manier wegkijkt…

En jij
Hierboven las je drie manier waarmee je ‘kijken’ in je verhaal kunt inzetten. Maar er zijn er vast meer te bedenken. Help je mee het rijtje uit te breiden?

Schrijven is niet gewoon iets technisch, het is ook het ontwikkelen van karakter

Vorige keer hadden we het erover dat regels niet zaligmakend zijn. Eigenlijk zou er bij ieder advies dat ik op dit blog geef een disclosure moeten staan: Regels maken meer kapot dan je lief is. Of: Geniet, maar regel met mate.

Tobias Wolff noemde in het interview dat ik met hem had, dat hij in zijn lessen Creative Writing aan Stanford University geen regels onderwijst. ‘Studenten hoeven niet te schrijven zoals ik, en ook niet zoals Hemingway,’ zei hij. Ik vroeg hem wat voor hem als schrijver en als docent wel belangrijk is, en uiteindelijk kwam hij tot de uitspraak: ‘Schrijven is niet gewoon iets technisch, het is ook het ontwikkelen van karakter.’ Waarbij het niet doelde op het karakter in de zin van personage, maar het karakter van de schrijver zelf. Dat is iets om aan te werken.

Het is altijd makkelijk om het met een autoriteit eens te zijn. En ik ben het dan ook met hem eens. Maar niet omdat hij Tobias Wolff is, maar omdat ik er echt in geloof.

Als kind worden we gevormd en beperkt door onze omgeving, en voor een kind is het niet gek om de omgeving verantwoordelijk te houden. Als kind kon ik me wel eens slachtoffer voelen – als Calimero: ‘Zij zijn groot en ik ben klein, en dat is niet eerlijk, o nee.’ Maar nu ik de veertig gepasseerd ben, ben ik zelf verantwoordelijk. Nu zijn anderen jong en klein, en doe ik soms dingen die niet eerlijk zijn. O ja!

Ik betrap me wel eens op een minder prettige kant. Het gaat er niet om dat ik mezelf daarom kwalificeer als ‘slecht’ (want wat schieten we met die kwalificatie op)  maar wel dat ik me er bewust van ben dat ik die kant heb. Het helpt me om iets neutraler naar mezelf te kijken. En dat helpt weer om mijn personages van meerdere kanten te zien.

Misschien moet ik meer oefenen met mezelf betrappen. En tegelijkertijd oppassen voor een valkuil: koketteren met zelfinzicht. Ik ga daar graag in een volgende post op verder!

(NB De uitspraken van Wolff die ik hierboven citeer, staan in het interview dat in het oktober-novembernummer van SchrijvenMagazine wordt gepubliceerd. Elders op dit blog vind je een bespreking van Wolffs verhaal ‘Hiernaast‘)

En jij?
Kun je iets met Wolffs uitspraak dat een schrijver zijn karakter moet ontwikkelen (in de zin van: inzicht krijgen in zijn of haar eigen karakter en iets met dat inzicht doen)? Levert je dat voor je verhalen iets op? Of vind je het misschien een te vage uitspraak waar je in praktisch opzicht voor je verhalen weinig mee kan?

Tobias Wolff – Wat je als verhalenschrijver van hem leert

 

Als verhalenschrijver kunnen we veel leren van andere verhalenschrijvers. Een van mijn helden is de Amerikaan Tobias Wolff, van wie deze week de verzamelbundel Hier begint het verhaal in de Nederlandse vertaling van Guido Golüke en Peter Bergsma is verschenen.
Alleen al een fragment hieruit is een waar college in het schrijven van korte verhalen. Neem het tweede verhaal: Hiernaast (via deze link kun je op de site van de uitgeverij gratis het hele verhaal lezen). Het telt maar 6 pagina’s en lijkt(!) heel simpel in elkaar te zitten. Het begint als volgt:

Citaat uit Hiernaast
Angstig word ik wakker. Mijn vrouw zit op de rand van mijn
bed en schudt aan me. ‘Ze zijn weer bezig,’ zegt ze.
Ik ga naar het raam. Al hun lampen zijn aan, boven en bene-
den, alsof ze het geld voor het verbranden hebben. Hij
schreeuwt, zij gilt iets terug, de hond blaft. Even is het stil, dan
huilt de baby, arm ding.
‘Ga daar maar niet staan,’ zegt mijn vrouw. ‘Straks zien ze je
nog.’
Ik zeg: ‘Ik ga de politie bellen,’ wetende dat ze dat niet hebben
wil.
‘Niet doen,’ zegt ze.
Ze is bang dat ze onze kat zullen vergiftigen als we klagen.
(Uit: Tobias Wolff, Hier begint het verhaal, vertaling Peter Bergsma, uitgeverij Atlas)

Wat we kunnen leren van dit korte fragment

1. Wolff gebruikt het kader van het verhaal op een voorbeeldige manier
Als je dit verhaalbegin zou zien als een foto, dan bevinden de hoofdpersoon en zijn vrouw zich binnen het kader. De ruziënde buren vallen erbuiten (en blijven daar bijna het hele verhaal; alleen van de buurman vangen we later een glimp op). Dat levert een spanning op tussen wat er binnen en buiten het kader gebeurt. Immers, de blik (of nauwkeuriger gezegd: het gehóór) van het hoofdpersonage en zijn vrouw zijn gericht op wat zich buiten het kader bevindt. En dat werkt suggestief. We zien de buren niet, maar de hele foto (het hele verhaal) is van hun aanwezigheid doordrenkt.

2. De lezer komt snel veel te weten
Binnen een paar regels worden alle personages uit het verhaal aan ons voorgesteld: de hoofdpersoon, zijn vrouw, de buurman, de buurvrouw, hun baby en hun hond. (Merk op: al die personages leren we kennen zonder dat we over namen struikelen; er wordt zelfs niet één naam genoemd.)
En we raken niet alleen bekend met de personages, ook met de locatie. We bevinden ons in de slaapkamer van de hoofdpersoon, en van daaruit kun je het huis van de buren zien. Waarschijnlijk is het avond of nacht (al valt dat uit dit korte citaat niet met zekerheid op te maken). Indicatie hiervoor: de hoofdpersoon ligt op bed, bij de buren brandt licht.
En of kennismaking met de personages en de locatie nog niet genoeg is, tekent zich ook al het conflict af: bij de buren is een ruzie en de hoofdpersoon en zijn vrouw weten niet goed wat ze daarmee moeten.
Wow! En dat allemaal in zo’n kort stukje. Het verhaal is pas een paar regels bezig.

3. Maar de schrijver zet nergens het verhaal stil om informatie te geven
Een schrijver met minder talent dan Wolff, zou de informatie als uitleg hebben gepresenteerd. Hij zou ongeveer deze uiteenzetting geven: dit zijn de mensen, hier speelt het zich af, en dit is er aan de hand. En daarna zou hij met het echte verhaal beginnen. Maar Wolff presenteert geen informatie, we komen alles slechts en passent te weten, zonder dat de gebeurtenissen worden stilgezet. In de gebeurtenissen openbaren zich de personages, de locatie en het conflict.

Wat vind jij leerzaam aan het verhaal Hiernaast?
Op de website van uitgeverij Atlas kun je deze maand het complete verhaal Hiernaast lezen (zes korte bladzijdes). Meer over de Wolffs bundel Hier begint het verhaal

vind je bij Bol.com.


EDIT: Interview met Wolff in Schrijven Magazine
In het oktober/november-nummer van Schrijven Magazine komt een (gedeelte van het) interview dat ik begin deze maand met Wolff mocht voeren bij zijn Nederlandse uitegever Atlas. De werktitel van het artikel is No Rules Please, en de lengte waarnaar ik streef is zo’n 1500 woorden. Onderstaande video mocht ik tijdens dat interview opnemen.