Een uitgewerkt voorbeeld van hoe plotten in zijn werk gaat

Lees hier hoe plotten in zijn werk gaat. Een praktijkvoorbeeld met drie extra aanwijzingen.

Vorige keer las je hier over de theorie van het plotten. Vandaag kijken we naar een uitgewerkt voorbeeld daarvan. Bovendien krijg je drie extra aanwijzingen voor je plot.

Even opfrissen: De belangrijke momenten in het plot van je korte verhaal zijn

  • Point of attack
  • Point of no return
  • Andere scharnierpunten
  • Epifanie

Uitgangspunt van het voorbeeld
Als uitgangspunt kiezen we: een terrorist kaapt een vliegtuig. Waar begin je je verhaal? Dat hij anti-Westerse ideeën begint te koesteren? Zijn eerste dag in een trainingskamp? Zolas je weet, ben ik voorstander van een verhaal met een kort tijdsbestek. Daarom kies ik hier voor een verhaal dat start op de dag van de fatale vlucht, en laat ik de voorgeschiedenis achterwege. Je kunt natuurlijk een ander soort verhalen schrijven met een ander soort begin. Maar voor het voorbeeld houden we deze dag aan.

1. Point of attack
Een point of attack kan zijn dat de terrorist door de laatste douanepost gaat. Hij wordt niet aangehouden, hij kan het vliegtuig in. Er staat iets te gebeuren.

2. Point of no return
Het kan zijn dat ons personage zich in het vliegtuig bedenkt, dat hij zijn plan toch niet gaat uitvoeren. Daarom is de point of no return belangrijk. Je hoeft niet meteen met dat point of no return te komen (laat je personage en de lezers gerust even in spanning), maar op een gegeven moment moet je personage opstaan uit zijn stoel, zijn wapen trekken en zijn plannen bekend maken. Het is menens. Dat is de functie van de point of no return.

3. Andere scharnierpunten
Daarna komen er andere wendingen in je verhaal. Misschien dat het pistool van je personage dienst weigert. Of dat hij begint te hyperventileren. Of dat hij ontdekt dat er een belangrijk geestelijk leider in het vliegtuig zit, waardoor hij zijn plan niet langer voor  kan rechtvaardigen. Scharnierpunten brengen je personage verder in problemen, geven je verhaal een nieuwe wending. Dat is een kenmerk ervan. Een ander kenmerk is dat scharnierpunten aansluiten op de point of attack en op de point of no return. Heeft een mogelijk scharnierpunt niet te maken met de point of attack en de point of no return, dan is het waarschijnlijk niet echt een scharnierpunt.

4. Epifanie
De epifanie is het moment waarop het verhaal zijn onderliggende diepte bereikt (hoewel sommige schrijvers het juist hebben over een hoogtepunt). De epifanie is het eindpunt waarbij het verhaal over (net) iets anders gaat dan de lezer dacht. Hieronder lees je extra tips hiervoor.

Extra tip: Je epifanie komt uit de diepte
De meeste scharnierpunten gaan over de oppervlakte van het verhaal: in dit voorbeeld gaat het personage door de douane, en in het vliegtuig trekt hij zijn pistool. Het zijn belangrijke momenten, maar ze lijken aan de oppervlakte te blijven. Je epifanie is het scharnierpunt dat niet aan de oppervlakte blijft. Hier gaan we de diepte in. Het hele voorbeeld met  zijn scharnierpunten leek te gaan over: gaat het vliegtuig wel of niet neerstorten. In de epifanie moet iets gebeuren waardoor we met een andere blik naar het verhaal gaan kijken, waardoor we ons een andere vraag gaan stellen dan of het vliegtuig ja of nee wordt opgeblazen. We raken nu de kern van het verhaal. En minstens net zo belangrijk: we raken de kern van het personage. We leggen iets bloot van hem dat wij en hij misschien niet hadden willen zien, maar dat er toch blijkt te zijn. Eerder in het verhaal was het er misschien alleen nog onderhuids, nu is het er open en bloot.

Extra tip: een flashback is geen scharnierpunt (dus ook geen epifanie)
Een flashback is nooit een scharnierpunt (dus ook geen epifanie). Stel je voor dat onze terrorist ooit atheïst was en zich twee jaar geleden heeft bekeerd tot een extremistisch geloof, dan is een flashback van die bekering geen keerpunt in je verhaal. Die bekering heeft zich namelijk al voltrokken voordat je eigenlijke verhaal begint, en verandert het verhaal (nu het eenmaal begonnen is) niet. En geen verandering betekent geen keerpunt. Of positief geformuleerd: een keerpunt moet een verandering in het heden inhouden, hoe klein ook. Het betekent overigens niet dat een flashback verboden is, maar een flashback is geen scharnierpunt, is geen epifanie. Dit is trouwens ook de reden dat veel schrijvers niet zo gecharmeerd zijn van flashbacks.

Extra tip: een epifanie is geen konijn uit een hoge hoed
Sommige schrijvers toveren bij de epifanie een konijn uit een hoge hoed. Een man blijkt ineens een vrouw te zijn. Of het verhaal blijkt een droom. Of er blijkt in de laatste alinea nog een niet eerder genoemde tweede terrorist die er met de eer vandoor wil gaan. Daar ben ik geen voorstander van. De epifanie mag weliswaar van een andere orde zijn dan je eerdere scharnierpunten, hij moet wel in het verlengde van het verhaal liggen. Vergelijk het met een  meesterzet in een schaakpartij: hoe onverwacht ook, hij volgt wel degelijk uit de eerdere zetten. Met andere woorden: je moet bij de epifanie niet het schaakbord omdraaien om aan de andere kant verder te gaan met dammen. (Wil je toch een konijn uit een hoge hoed toveren, dan kun je hier terecht)

Help! Mijn vraag aan jou
Dit keer vraag ik je een epifanie bij het bovenstaande terrorisme-voorbeeld te bedenken. Hoe zou jouw epifanie er in het kort uitzien? (Alleen een beknopte omschrijving van hooguit een paar regels, niet in verhaalvorm uitgeschreven.) Dank alvast voor het meedenken. Hopelijk kunnen we met zijn allen nog duidelijker maken wat de potentie van een epifanie is.

Zo maak je een sterke plot. 4 belangrijke momenten in je korte verhaal

Als je een strakke plot voor je verhaal wilt ontwerpen, dan is deze post voor jou bedoeld. Niet dat je per se vooraf die plot hoeft te bedenken, al mag dat natuurlijk wel. Je kunt ook in een later stadium eraan schaven, als je merkt dat je verhaal nog ‘iets nodig heeft’. Of als je verhaal begint te ‘zwabberen’. Ook voor dat latere stadium zijn de punten in deze post een houvast voor je.

Dit zijn de vier momenten die bij een strakke plot van je korte verhaal horen:

1. Point of Attack
De Point of Attack is het eerste scharniermoment in je tekst. Hier begint het verhaal pas echt. Alles wat de lezer ervoor heeft gelezen, bleek slechts een aanloopje. En omdat het voorgaande een aanloopje is, komt je point of attack zo snel mogelijk. Een kort verhaal biedt geen ruimte voor een lange aanloop. Maar wat is die point of attack? Het is een verandering in het gewone leven van je personage. Het is het moment waarop zijn dag of zijn leven niet langer hetzelfde is als altijd. Stel je voor: een man die zo van zijn werk baalt dat hij iedere werkdag begint met een ontslagbrief schrijven, die hij daarna wist. Dit is de aanloop, zo gaat iedere dag. De point of attack is als hij de brief voor het eerst print. Dit is nieuw. Deze dag wordt anders. Als je die point of attack op de eerste bladzijde opneemt, komt het verhaal lekker snel op gang. Al is die eerste pagina natuurlijk geen ijzeren wet.

2. Point of no return
Point of no return is het moment dat vroeg of laat volgt op je point of attack (liever vroeg dan laat trouwens). De point of no return zorgt ervoor dat dit DEFINITIEF een andere dag dan anders wordt. De man uit het vorige voorbeeld kan zijn ontslagbrief uit de printer pakken, verscheuren en door de wc spoelen. Deze dag wordt dus toch niet definitief anders, er is geen point of no return. Maar hij kan ook de brief niet verscheuren en aan zijn teamleider geven. Nu is er geen weg meer terug. Het is goed om na de point of attack wat rust in te bouwen en de lezer te laten twijfelen of er nu wel of niet iets definitiefs gaat gebeuren. En net als er wat rust is, kom je met de klap van je point of no return.

3. Andere scharniermomenten
Je zou je point of attack en je point of no return de eerste twee scharnierpunten in je verhaal kunnen noemen. Daarna volgen er andere scharnierpunten, waar ik geen afzonderlijke namen voor heb. Ik gooi ze oneerbiedig op een hoop, terwijl het toch afzonderlijke momenten zijn. Dat de team-leider de ontslagbrief openmaakt en begint te lezen, kan zo’n punt zijn. De spijt die het personage ineens voelt, kan een andere scharnierpunt zijn. Afhankelijk van de lengte en de aard van je verhaal zijn er maar een paar andere of juist heel veel scharnierpunten.

4. Epifanie
De epifanie heb ik in dit rijtje opgenomen omdat die een belangrijk scharniermoment in je verhaal is. Ze volgt op de eerdere scharnierpunten en geeft je verhaal een definitieve wending.  Stel je voor dat je personage in het gesprek met zijn team-leider zijn ontslag terugtrekt. Dit zou ik een te mager einde van het verhaal vinden, het is te eenduidig, het reduceert het verhaal tot: dient hij wel of niet definitief zijn ontslag in? Daarom zou ik het verhaal na het terugtrekken van het ontslag nog even laten doorgaan tot je het echt kunt verdiepen. Stel dat je personage zich na dat intrekken van het ontslag de volgende ochtend realiseert dat hij nu geen ontslagbrief meer kan schrijven omdat hij al heeft laten zien dat hij toch niet doorzet en zijn leidinggevende hem niet serieus zou nemen als hij toch die brief weer schrijft. Dan kan hij pas echt de benauwenis voelen van altijd dit werk blijven doen. Dat is een mooie epifanie, daarmee komt het verhaal in een ander licht te staan. Het verhaal blijkt niet te gaan om het vluchten uit de werkelijkheid, maar om het aanvaarden van die werkelijkheid. Au.

Er volgen meer posts over de plot
Deze blogpost heb ik geschreven vanwege de vele verzoeken die jullie me toestuurden. Ook de volgende post zal daarom over de plot gaan. Het laat je in een nieuw voorbeeld zien hoe je de bovenstaande vier momenten in je verhaal vorm kunt geven. Ook geeft het drie extra aanwijzingen om tijdens het ‘plotten’ in je achterhoofd te houden.

En jij?
Maar voor de volgende blogpost verschijnt, eerst deze post afronden. Kun je er iets mee? En hoe ga jij met het plot te werk? Heb je het vooraf al in je hoofd? Of komt het tijdens het schrijven? Of doe je helemaal niet aan plotten? Laat het hieronder weten! Dankjewel alvast.

Meer over het plot van je korte verhaal
Meer hierover vind je in het handboek Korte Verhalen Schrijven

De geheime kracht van botsende verhaallagen

Door creatief te werken met verhaallagen, maak je je verhaal zowel korter als suggestiever. Welke 5 verhaallagen zijn er? En hoe ga je er creatief mee om? Bekijk de korte voorbeelden en ga er zelf mee aan de slag. Voor beginners en gevorderden.

Creatief werken met verhaallagen, helpt je zowel je verhaal te beperken als het suggestiever te maken. Het voorkomt dat je verhaal saai wordt, en draagt bij aan het drama. Je kunt het meteen toepassen als je je eerste verhaal schrijft, maar ook als je er al heel wat op je naam hebt staan. Het is iets waar ik zelf bij het schrijven terdege rekening mee houd.

Welke lagen er zijn
Laten we eerst kijken welke verhaallagen er zijn:

  • werkelijkheiddat wat zich objectief voordoet. De zon schijnt. Een auto rijdt tegen een boom.
  • waarnemingwat zintuigen registreren. Ik heb het warm. Ik zie een auto tegen een boom rijden (of ik voel de klap als ik in die auto zit).
  • interpretatiewat iemand denkt dat er gebeurt. Ik denk dat ik het warm heb vanwege de zon. Ik realiseer me dat er een ernstig ongeluk is gebeurd.
  • dialoogwat iemand zegt. Ik vraag aan mijn vriendin of ze het ook zo warm heeft. Ik roep om hulp.
  • handelenwat iemand doet. Ik trek mijn t-shirt uit. Ik bel 112.

Hoe saai het literair is als je geen verschil tussen de lagen aanbrengt
Stel je voor: Er is een brand in mijn woonkamer (werkelijkheid). Ik zie dat er brand is (waarneming). Ik vind dat gevaarlijk (interpretatie). Ik bel de brandweer (handeling) en ik zeg dat er brand is en waar ik woon (dialoog). Het feit dat er brand is, kan spannend zijn. Maar deze uitwerking is dat literair gezien zeker niet. Het is één-op-één, voorspelbaar, saai. Als de lezer één laag kent, kent hij ze allemaal.

Gelijke verhaallagen schrappen
In het bovenstaande voorbeeld van de brand kun je verhaallagen schrappen. Zo kun je de beschrijving van de werkelijkheid en ook de interpretatie weglaten; de waarneming volstaat. De handeling en de dialoog kun je zeer kort houden.

Wat je wint als je wel verschil aanbrengt
Maar in plaats van gelijke verhaallagen schrappen, kun je ook verschil aanbrengen tussen de lagen. Stel je voor: nogmaals is er brand (werkelijkheid), maar nu met een paar wezenlijke verschillen. Ik zie vlammen (waarneming), maar ik heb iets te veel geblowd en denk dat het een open haard is (interpretatie). Ik ga er dichterbij zitten omdat ik het koud heb (handelen) en als een vriendin me toevallig belt, verzwijg ik de open haard (dialoog), omdat ik denk dat ze het toch niet zal geloven. Intussen staat de kamer in lichterlaaie, verbrand ik mijn hand, en weet ik niet hoe ik mijn vriendin moet vertellen dat mijn hand pijn doet terwijl ik de open haard blijf verzwijgen.
Zie je hoe een verschil tussen interpretatie en werkelijkheid het verhaal spannend maakt?
En ook hoe de dialoog boeiend wordt door zowel de werkelijkheid als de interpretatie te ontkennen?

Ook tragisch in te zetten
Misschien doet het vorige voorbeeld vermoeden dat je alleen in absurde situaties met verschillen kunt werken. Maar niets is minder waar. Ook in tragische verhalen werkt het wonderwel. Of sterker nog: het verschil maakt je verhalen tragisch.
Dit keer gaan we uit van een zeventigjarige vrouw die haar man heeft verloren. De man was ernstig ziek, ze heeft hem een paar jaar intensief verzorgd. Na zijn overlijden voelt ze opluchting dat ze allebei van het ziekbed verlost zijn (een gevoel dat er in werkelijkheid is). Ze is zich bewust van die opluchting (waarneming) en aanvaart die voor zichzelf (interpretatie). Maar omdat ze bang is haar twee dochters daarmee te kwetsen, vertelt ze hun dat ze het moeilijk heeft met het verlies, dat ze ’s nachts wakker ligt, en nauwelijks nog eet (dialoog). Om haar woorden kracht bij te zetten wil ze vermageren door minder te eten (handelen). Ze woog toch al niet veel, en als ze tien kilo is afgevallen, adviseren haar dochters haar met klem om naar een lotgenotengroep te gaan, en die raad volgt ze op (ook weer: handelen). Ook hier zorgen botsende verhaallagen voor spanning, die dit keer zeker tragisch is te noemen.

Voor de fijnproevers
Overigens is er steeds een andere mogelijkheid dan ja of nee, en dat is dat de verhaallaag iets in het midden laat. Bijvoorbeeld: het is onbekend of er een brand is (onbekende werkelijkheid). Ander voorbeeld: de zeventigjarige vrouw zegt de ene keer tegen haar dochters dat ze het moeilijk heeft, de andere keer dat het meevalt (onbekend wat ze nou echt wil communiceren). Of de vrouw geeft zich wel op voor de lotgenotengroep, maar gaat er niet naartoe (tegenstrijdige handelingen).

Door het schrappen van gelijke lagen, maak je je verhaal korter. Door verschil aan te brengen in verhaallagen (en ook: bínnen verhaallagen) maak je je verhaal spannender.

Nu jij
Mijn vraag aan jou: Is dit iets waar je je bij het schrijven al bewust van was? En als dit nieuw voor je is, denk je het te gaan toepassen? Deel hieronder je ervaring! Jouw feedback helpt me dit blog en het boek vorm te geven.

5 manieren om je verhaal krachtiger te maken

Een verhaal kórt maken is één ding. Een verhaal kráchtig maken is een ander ding. Op welke 5 manieren kun je je verhaal krachtig maken?

In de beperking toont zich de meester – voor het korte verhaal is dat bij uitstek het adagium. Maar met alleen beperken kom je er niet. Want anders zou je door alsmaar meer weg te laten een steeds betere schrijver worden, wat eindigt in de publicatie van een stapel blanco papieren. Hoewel ik niet vies ben van een boom opzetten hierover en een blanco papier aangenaam zen vind, wil ik het toch over een andere boeg gooien en het hebben over het krachtig maken van je verhaal. Welke mogelijkheden heb je daartoe?

Hoe maak je je verhaal krachtig?

  1. Het terugkeren van een voorwerp of een gebeurtenis
    Het lijkt een vreemd advies om je verhaal kort en krachtig te houden door iets te laten terugkeren. Immers, terugkeer zorgt voor herhaling, en van herhaling wordt je verhaal langer. Ik kan die gedachtegang volgen, maar ik bedoel het anders. Stel: een eenzame vrouw is er getuige van hoe haar hondje door een auto wordt gegrepen. Het kost wat woorden om dit in je verhaal te laten gebeuren. Maar vervolgens kun je in je verhaal alleen al door het woord ‘auto’ te noemen die gebeurtenis weer bij je lezer oproepen – heel economisch dus, en suggestief. Dat terugkeren kan trouwens zowel binnen een verhaal als binnen de gehele bundel voorkomen.
  2. Iets van buiten je verhaalkader schemert door in je verhaal
    Stel: je personage is getuige van een burenruzie. Je personage kan vanuit zijn woonkamer de buren niet zien, maar wel horen. Uit wat er geschreeuwd wordt creëert de lezer een wereld. Je geeft hem geluid, en hij ziet een beeld. Een ander voorbeeld is dat een voor je personage belangrijk iemand niet op komt dagen op een feestje. Die persoon drukt in zijn afwezigheid wel een stempel op wat er gebeurt. Eigenlijk is er in ieder goed kort verhaal wel iets dat van buiten het kader zijn invloed doet gelden op de wereld binnen verhaal.
  3. Dialoog
    Ook dialoog kan je verhaal krachtig maken. En dan vooral door wat er niet gezegd wordt, wat er verzwegen wordt, wat er verdraaid wordt. A wordt gezegd, B wordt bedoeld. C wordt gezegd, D wordt verzwegen. ‘Subtekst’ noem je dat: de tekst die ónder de dialoog zit. De lezer hoort A en C, en hij denkt B en D. Als A en C kleine dingen zijn, en B en D heel groot, heb je met het voorschotelen van iets kleins, eigenlijk iets heel groots op tafel gezet.
  4. Gelaagd werken
    Wat geldt voor de dialoog, geldt ook voor de tekst als geheel. Oppervlakkig gaat het verhaal over het ene, daaronder gaat het over iets anders. Raymond Carver laat het in zijn verhaal Zij zijn je man niet aan de oppervlakte gaan over een man die zijn vrouw te dik vindt en die wil dat ze afvalt. Maar daaronder gaat het over identiteit, over een diepgeworteld minderwaardigheidsgevoel, over wat mensen op elkaar projecteren. Carver schrijft die onderlaag niet op, maar de goede verstaander heeft aan een half woord genoeg.
  5. It’s in the eye of the beholder
    Als je personage in iedere vrouw een dominante vrouw ziet, dan zegt dat waarschijnlijk weinig over die vrouwen, maar veel over hemzelf. Als een ander personage overal gevaar ziet dat zijn kind kan overkomen, zegt ook dat iets over hemzelf. Door waarneming vertel je als schrijver impliciet iets over de waarnemer. Je laat de waarnemingen van een personage zien, en het is uiteindelijk het personage zelf dat de lezer op zijn netvlies krijgt. Je roept daarmee meer op dan dat je daadwerkelijk op papier zet.

Zie je in bovenstaande voorbeelden hoe ‘krachtig schrijven’ vooral betekent: ‘suggestief schrijven’?

Meer mogelijkheden

Dit zijn maar vijf mogelijkheden. Dat lijkt me voor een blogpost een goede aftrap. Maar graag kom ik eens op meer mogelijkheden terug. Kun je me daar alvast bij helpen? Welke mogelijkheden gebruik jij om krachtig, suggestief te schrijven?

Waar begin je je korte verhaal?

Er zijn verschillende manieren om je verhaal te begrenzen. Eentje daarvan is de tijd. Je maakt een uitsnede uit de tijd, en zorgt ervoor dat je verhaal daarbinnen blijft. De kunst is om precies de juiste uitsnede te maken, en daarmee je verhaal spanning te geven. Dat is trouwens niet makkelijk en het lukt mij zelden in één keer. Het vraagt heel wat passen en meten, en je kan zeggen dat het een lakmoesproef is. Is je uitsnede best wel aardig voor iemand die niet al te kritisch is? Dan kom je niet verder dan een verhaal dat best wel aardig is voor iemand die niet al te kritisch is. Een mooie uitsnede en een mooi verhaal gaan hand in hand.

Een voorbeeld
Een voorbeeld kan dit principe verhelderen. Ik baseer het op het verhaal Je ziet er niets van uit mijn bundel Intiemer dan seks.
Hoofdpersoon is een man van middelbare leeftijd. Kortgeleden is een oog van hem verwijderd. Zijn omgeving probeert optimisch te zijn en doet of er weinig aan de hand is – in de hoop hem daarmee op te beuren. Voor de man zelf is er wel degelijk iets veranderd, en daar wil hij aandacht voor. Overigens vertel ik je nu deze drijfveer expliciet, maar in het verhaal doe ik dat niet, de personages zijn zich niet bewust van wat hun drijft.

Waar laat je globaal je verhaal beginnen? Maak het klein!
Mogelijkheden te over om een begin te kiezen. Laten we er enkele bekijken:

  1. De geboorte van deze man – hij is een ongewenst kind, maar zijn ouders willen uit geloofsovertuiging geen abortus. Hmm. Je hoort mij niet zeggen dat dit geen kort verhaal kan opleveren, maar ik zie hier meer een roman in.
  2. De man krijgt de diagnose te horen, en hij weet niet hoe het met zijn leven verder moet: hij is bang zowel zijn vrouw als zijn minnares kwijt te raken. Mwah, komt in de buurt, maar het kan korter, strakker, eenvoudiger. Dit gegeven zou ik voor een novelle bewaren.
  3. Zijn vrouw viert haar verjaardag, het is de eerste keer na de operatie dat onze hoofdpersoon onder de mensen komt. Een verjaardag – hoera, dit is aangenaam overzichtelijk. Een feestje, hooguit een paar uur – dat is het type korte verhaal waar ik iets mee kan.

Waar laat je heel precies het verhaal beginnen? Maak het relevant!
Als je eenmaal een globaal begin voor je verhaal hebt, ga je op zoek naar het precieze begin. We gaan ons bovenstaande voorbeeld verder uitwerken.Eens even hardop denken:

  1. De uitnodigingen voor de verjaardag mailen. Tja, het kan, maar een superstrak verhaal levert het niet op. Het laat het verhaal bij voorbaat al in twee episodes uiteenvallen: het versturen van de uitnodigingen en het feest zelf. Laten we verder denken.
  2. De eerste bezoeker meldt zich en onze hoofdpersoon doet open. Hier zie ik mogelijkheden! We beperken ons tot het feest, mooi zo. En er is meteen een confrontatie: de hoofdpersoon kijkt met een oog de eerste bezoeker in de ogen. Maar laten we niet te snel tevreden zijn en nog even verder denken. We kunnen altijd nog terugvallen op deze optie b.
  3. De man en de vrouw treffen voorbereidingen voor de komst van de gasten. De vrouw bakt een taart en de man laat die vanwege zijn beperkte zicht op de grond vallen. Jaja, deze optie vind ik nog beter dan de vorige. We hebben het conflict nu waar het moet zijn: tussen de man en de vrouw. Bovendien zadelt het ons op met een mislukte taart, die we in de loop van het verhaal kunnen opvoeren.

Zoveel schrijvers, zoveel ‘beginnen’
Misschien lijkt het nu of er maar één beste keuze is. En in mijn geval, voor het type verhalen dat ik graag schrijf, is die beste keuze er ook. Maar jij bent een andere schrijver, en je zult een andere keuze maken. Misschien schrijf je wel net als Alice Munro een kort verhaal dat zich in verschillende decennia afspeelt en op een mini-roman lijkt, ondanks het beperkte aantal pagina’s. Dat kan. Maar ook dan moet je bewust je begin kiezen, en dezelfde stappen doorlopen. Die stappen zullen dan voor jou een andere uitkomst opleveren dan voor mij.

En o ja: valt je op dat een strenge begrenzing van de tijd (in het voorbeeld: de duur van een verjaardagsfeestje), hand in hand kan gaan met beperking van de locatie (in het voorbeeld: de keuken en de woonkamer)?

Hoe kies jij je begin?
Graag hoor ik hoe jullie hoe je begin hebben gekozen! Herken je iets van het bovenstaande? Of juist niet? En een heel andere vraag: wat vind je van de lengte van deze post? Te lang om even snel te lezen? Of vind je deze lengte geen probleem?

Het belang van dat éne moment

Veel verhalen draaien om één cruciaal moment, om dat ene moment waarop het kwartje valt, dat ene moment waarop de stoel onder een personage wordt weggetrokken, dat ene moment waarop het beeld bevriest.

Volgens mij bereik je als schrijver niet dat moment door alsmaar verder te gaan totdat je er vanzelf wel komt. Want wanneer moet je verhaal dan stoppen met verdergaan? Verdergaan is iets waar geen einde aan hoeft te komen.

Ik denk dat een verhaal in plaats daarvan steeds dieper gaat. Met het verstrijken van de tijd krijgt een verhaal als het goed is steeds meer diepte. En het stopt als je de bodem raakt, als je niet dieper kan. Ieder verhaal heeft een potentiële diepte, en als verhalenschrijver wil je die bodem te bereiken.

Op de bodem van het verhaal ligt het ‘cruciale moment’ op je te wachten. Dat moment wordt ook wel een ‘epifanie’ genoemd: een ogenblik van verlichting of verschrikking. De bedrieger beseft dat hij zelf wordt bedrogen. De gezelligheidsdrinker beseft dat de drank hem stuk maakt (maar schenkt er toch nog eentje in). De moeder die voor haar kinderen zorgt omdat die niet voor zichzelf kunnen zorgen, schrikt terug van het idee dat haar kinderen niet voor zichzelf kunnen zorgen juist doordát zij steeds voor ze zorgt.

Maar ook al zou je het willen: je kunt het verhaal niet beperken tot de epifanie. Je kunt niet alleen de bodem laten zien. Er is een context nodig, een inbedding. Wat dat aangaat is ieder verhaal een compromis. Er moet eerst tijd verstrijken om een gevoel van diepte over te kunnen brengen. Het proces van het wegzakken in moeras, in de diepte, hoort erbij. Het stelt de lezer de lezer in staat de de bodem met een klap te raken.

Graag hoor ik hoe jij tot een cruciaal moment in een verhaal komt. Ken je het al voordat je gaat schrijven? Of dient het zich tijdens het schrijven aan? Of misschien houdt dat cruciale moment je niet bezig en werk je op een andere manier?

Je verhaal begrenzen door een woordlimiet?

In de beperking toont zich de meester. Dat is de essentie van het korte verhaal en het roept de vraag op hoe je je als verhalenschrijver kunt beperken, ofwel: waarop je kunt besparen.

In een eerdere post heb ik drie besparingstips gegeven. Dat leverde een paar zeer bruikbare lezersreacties op (waarvoor dank!), waarvan ik er nu eentje onder de loep neem.

beperking van het aantal woorden
Als je vooraf een limiet stelt (of misschien wel: krijgt gesteld), kan dat je helpen je verhaal in bedwang te houden. Ik heb de kracht van die beperking gezien in de paar jaar dat ik een van de juryleden was voor het vpro-radioprogramma ‘Duizend Woorden’ (je raadt vast wel wat de maximale omvang van de ingezonden verhalen mocht zijn).

Meestal was die limiet een verademing: de schrijvers werden gedwongen zich tot de essentie te beperken. In de uitzending vertelden ze  hoe het eerst onmogelijk leek onder de magische grens uit te komen, en hoe ze het uiteindelijk toch was gelukt. Juist doordat ze moesten schrappen, waren ze uitgekomen bij de essentie van wat ze wilden vertellen.

Toch ging het ondanks deze limiet, of beter gezegd dankzij deze limiet, een enkele keer ook mis. Daar waren twee oorzaken voor:

toch nog te weinig beperkt
Een enkele keer bleek achteraf dat het verhaal ook in vijfhonderd woorden of minder kon worden verteld, en dat de schrijvers zo in de ban van duizend woorden waren, dat ze niet in de gaten hadden dat verdere indikking noodzakelijk was. De duizend-woordenlimiet had ze alleen maar schijnzekerheid gegeven.

te veel beperkt
Ook gebeurde het dat schrijvers een langer verhaal hadden liggen en daarin gingen snoeien om mee te kunnen dingen. Een symptoom daarvan is dat het tempo van de tekst te traag is, omdat deze geschreven is voor een veel langere spanningsboog. Een ander symptoom is dat er personages en elementen worden geïntroduceerd die niet strikt noodzakelijk zijn voor deze ‘afgekapte’ tekst; ze hebben alleen een functie in de langere variant. Je zou hiertegenin kunnen brengen dat het eigenlijk geen probleem was dat de limiet duizend woorden was, maar dat de schrijvers niet op de juiste wijze hun tekst hadden ingedikt. Dat zou zo kunnen zijn, maar het kan evengoed dat ze hun verhaal niet hadden moeten inkorten, en dat het verhaal gewoon meer woorden nodig had.

maar wat dan?
Maar als duizend woorden de ene keer te veel is en de andere keer te weing, hoe weet je dan wat het aantal woorden van je verhaal moet zijn? Ik denk dat daar geen goed antwoord op te geven is. Het belangrijkste wat je kunt doen is je richten op al die andere factoren waarmee je een verhaal kunt beperken. Dan kom je op den duur uit bij het optimale aantal woorden voor dat ene specifieke verhaal. En dat aantal woorden laat zich dan pas achteraf vaststellen.

oproep
Mijn vraag aan jou: heb je ervaring met het schrijven van korte verhalen met een woordlimiet? Hoe werkt dat voor jou? Graag hieronder je reactie. Eenvoudig een duim omhoog of omlaag kan ook. Dank je wel.

Hoe je verhaal te begrenzen

Niet alleen bij het fotograferen is een kader belangrijk. Ook bij het schrijven van een verhaal kun je niet zonder begrenzing. Een kenmerk van een kort verhaal is dat het veel weglaat, dat er veel buiten de vertelling wordt gelaten. We krijgen niet het complete leven van de hoofdpersoon te zien, maar een uitsnede eruit.

Er zijn meerdere manier om zo’n uitsnede te maken. Met andere woorden: er zijn meerdere manier om het te kadreren.

  • Tijd. Een advies dat ik mijn studenten soms geef is: begin het verhaal om vijf voor twaalf, en stop het verhaal om een voor twaalf. Ik bedoel daarmee dat je begint als de spanning zich al aan het opbouwen is en dat je stopt op het hoogtepunt van de spanning, als er nog iets te gebeuren staat. Als je mijn advies letterlijk zou opvolgen, dan valt alles wat gebeurt vóór vijf voor twaalf en alles ná een voor twaalf buiten het kader. Daar heb je het dan niet over. Niet in flashbacks en niet in vooruitwijzingen. Al kun je best ergens op zinspelen, zonder het te tonen of te benoemen.
  • Perspectief. Ook het perspectief begrenst het verhaal. Als we opgesloten zitten in de belevingswereld van een personage, dan kunnen we alleen waarnemen wat hij waarneemt. En wat hij waarneemt is vaak veel minder dan er waargenomen kán worden. Hij wordt beperkt door zijn fysieke mogelijkheden (een kind ziet door zijn lengte andere dingen dan een volwassene) en door zijn belevingswereld (een vrouw kijkt wellicht op een andere manier naar haar overspannen partner dan zijn collega doet die op zijn werk de taken overneemt)
  • Thematiek. Een derde afbakening van je verhaal komt door de thematiek. Dit kan het eerder genoemde perspectief overlappen. Het belangrijkste verschil is dat het perspectief rechtstreeks door het personage wordt gevormd, en de thematiek door de schrijver.

Al deze begrenzingen geven je houvast tijdens het schrijven. Ze beperken je, maar ik vind het zelf ook een aangename beperking. Als je eenmaal de grenzen weet, kun je daarbinnen veel vrijheid nemen.

Graag hoor ik van je of je vindt dat een verhaal ook op andere manieren een kader krijgt. En heb je bij het schrijven iets aan het denken binnen deze kaders?

Wat je als verhalenschrijver kunt leren van de fotografie

Een foto zegt meer dan duizend woorden. Oké, het is een cliché, maar zoals met veel clichés, er zit wel een kern van waarheid in.

Een foto laat het moment zien waarop hij is genomen, hij geeft daarvan een weergave. Maar een goede foto doet méér dan dat. Hij wekt ook een suggestie die groter is dan wat er daadwerkelijk in het beeld is terug te vinden. Het is bijna magie: je kijkt naar een paar vierkante centimeter en je ziet een wereld.

Die suggestieve kracht – in dat opzicht kun je een kort verhaal met een foto vergelijken. Al zijn er natuurlijk verschillen: in de meeste verhalen vertrekt er tijd, en in foto’s gebeurt dat niet. Maar de sterke overeenkomst met een foto is dat ook in een kort verhaal meer gesuggereerd wordt dan je daadwerkelijk te zien krijgt.

Wat kunnen we als verhalenschrijver leren van de fotografie?

  • Beide maken gebruik van een kader. De gebeurtenissen binnen het kader krijg je te zien en te lezen, de zaken buiten het kader niet. Dat klinkt heel simpel en dat is het ook. Maar het is wel essentieel. Je kader is allesbepalend. Niet gek om daar eens bij stil te staan.
  • Beide kennen diepte. Bij fotografie wordt die diepte bepaald door het verschil in scherpte tussen de voor- en de achtergrond. Stel je fotografeert iemand voor een bergketen. Als je de persoon scherp in beeld neemt, en de bergen vaag laat (fotografen noemen zo’n vage toestand: blur), lijkt er meer diepte te zijn dan als je zowel de voor- als achtergrond scherp in beeld brengt. Ook bij een verhaal kun je scherpstellen op het hier en nu van je personage, en zijn achtergrond vaag laten.
  • Beide kennen een sluitertijd. Dit is de tijd (in milliseconden of pagina’s) die je neemt om de gebeurtenis vast te leggen. Zo kun je een gebeurtenis bevriezen zodat de details zichtbaar worden, of juist heel vluchtig maken waardoor de de meeste details vervagen of in de stroom verloren gaan.

Misschien bedenk jij nog meer overeenkomsten. Verzoekje van mij: laat dat hieronder in de reacties weten, daarmee help je mij, je collega’s, en daarmee indirect ook de mensheid. Binnenkort meer hierover.