Categorie archief: Schrijfproces

Food for thought: gestructureerd versus spontaan schrijven

Als schrijvers wisten we het al: goede ideeën komen vaak als we niet aan het schrijven zijn. Onder de douche, tijdens de afwas, als we in bed liggen – floep daar is ‘ie: de ingeving.

Livia Blackburne (neurowetenschapper en schrijver) geeft in een zeer lezenswaardige blogpost een wetenschappelijke verklaring voor dit fenomeen. Zij neemt daarin twee gebieden onder de loep die in onze hersenen bij het schrijven een rol spelen.
Lees verder

Waarom we ploeteren

Ik wilde het hebben over geploeter. Ik ploeter namelijk veel. Ik kan daar negatief over doen, over dat geploeter, maar dan is het dubbel geploeter. Ga maar na: ten eerste ploeter ik, en ten tweede neem ik mezelf dat kwalijk.

Hoewel ik er niet naar streef om het ploeteren in ere te houden (liever niet zeg!) heeft het me wel wat gebracht. Achteraf dan hè.
Lees verder

Hoe schrijf je een kort verhaal?

Met het inademen neem je energie op. Bij het uitademen laat je ballast gaan. Tussen het in- en uitademen zit een moment dat er even niets gebeurt. Tussen het uit- en inademen ook. Check het maar. Volg je ademhaling en voel de verschillende fasen: inademen, rust, uitademen, rust, en met inademen begint de cyclus opnieuw. Misschien neem je de rust niet waar, maar er is hoe dan ook een overgangsmoment tussen in en uit, tussen uit en in.
Lees verder

Vragen om over na te denken

Freya Weekers, studente, benaderde me voor haar school met een interview. Ik vond de vragen leerzaam om over na te denken. Ik wilde jullie het interview niet onthouden. Het gaat niet alleen om mijn antwoorden. Probeer de vragen maar eens voor jezelf te beantwoorden. Levert je dat iets op? Reacties welkom!

Freya Weekers: Hoe ontstond je interesse voor het schrijven, meer bepaald voor het korte verhaal?

Ton Rozeman: Ik leerde lezen op de kleuterschool, en ik vond het heel bijzonder dat je iets kon ervaren uit een andere wereld (en dat vind ik nog steeds een wonder). Als mijn ouders me ‘s avonds ergens mee naar toe namen (naar een café of op visite) dan nam ik een boek mee en hadden ze ‘geen kind’ meer aan me. Van lezen naar schrijven was een kleine  stap. Toen ik naar de Schrijversvakschool ging, dacht ik er aanvankelijk niet aan om met verhalen af te studeren. Op dat idee kwam ik pas toen ik op Raymond Carver stuitte. Wat die man kan! Zo gewoon, zo menselijk, zo to the point. Vanaf toen heb vooral verhalen geschreven.

Je hebt 2 bundels gepubliceerd kun je me daar iets over vertellen? hoe zijn ze tot stand gekomen? Zijn ze op specifieke zaken gebaseerd?

TR: Mijn verhalen noem ik ‘thematisch autobiografisch’. De meeste zijn niet echt gebeurd, maar de thema’s die je steeds terug ziet komen erin, daar worstel ik in het echte leven ook mee (relaties, communiceren, me verhouden tot iets of iemand). Ik probeer te schrijven over dingen die je liever niet van jezelf ziet, over dingen waar je liever niet over leest. Waarom? Ik denk dat je alleen van anderen en jezelf kunt houden als je alle facetten onder ogen durft te zien.

Wat heb je geleerd door die verhalen te schrijven?

TR: Door verhalen te schrijven heb ik geleerd dat het niet om de schrijver gaat, niet om mij gaat. Die verhalen zijn er, en ik ben een verloskundige die ze op de wereld mag zetten. En ook dit heb ik geleerd: het gaat ook om de mensen, de personages, niet om een knappe plot.

Ben je op dit moment met een nieuwe bundel bezig?

TR: Ik schrijf momenteel vooral aan een boek over korte verhalen, het komt in april uit: Korte Verhalen Schrijven. En daarna ga ik verder aan mijn fragmentarische roman. Dat fragmentarische doet gelukkig wel denken aan korte verhalen, vandaar dat ik me erin thuis voel.

Je wijdt je helemaal tot de taal, je geeft les, je schrijft, je ben hoofdredacteur van een website over kort verhalen en was bestuurslid van de vereniging van letterkundigen. Heb ik het juist al ik denk dat je door de verschillende kanten van het schrijven een veel ruimer beeld kunt creëren rond het schrijven van verhalen?

TR: Al die activiteiten rondom het schrijven leveren me voor mijn verhalen wel iets op ja. Door verhalen te lezen voor de site, door er met het team over te praten, steek ik veel op. Ook van studenten leer ik. Ze wijzen me op verhalen die ik niet kende; ze laten me zien dat ik soms eenzijdig over verhalen denk en dat er ook andere mogelijkheden zijn dan ik wil zien. Steeds als ik denk dat ik er inmiddels wel aardig wat vanaf weet, besef ik dat ik nog maar net ben begonnen.

Ik zelf schrijf ook, als amateur en als ik dan denk van het verhaal is af en ik herlees het vraag ik mezelf of is het wel goed. Wanneer weet u wanneer u verhaal goed is en af is?

TR: Het verhaal voelt ‘af’ als het personage klopt. Als het de persoonlijke waarheid van het personage is dat ik op papier heb gekregen. Als het zijn zienswijze is, zijn stem, zijn of zijn ritme. En het probleem van het personage hoeft niet tot een einde te worden gebracht om het verhaal af te ronden. Als het probleem in zijn volle pijn gevoeld wordt, is het verhaal af.

Als je een verhaal schrijft is er dan iets dat je je lezer wilt bijleren? Of iets dat je van je lezer verwacht?

TR: De lezer iets leren vind ik te veel gevraagd. Maar ik laat hem graag kijken waar hij niet naar wil kijken. Ik vraag veel van de lezer: om kennis te maken met personages die hij wellicht vervelend vindt, om te lezen over gebeurtenissen die hij wellicht ook vervelend vindt. Lezen is voor sommige lezers een vlucht. Maar ik laat de lezer niet vluchten, ik druk ze in de alledaagse werkelijkheid, en dat vinden sommige lezers onaangenaam.

Welke verhalenbundels heb je voor het laatst gelezen?

TR: Wat ik het laatst heb gelezen? Amanda Maxwell: Als ik dat had geweten. Tobias Wolff: Hier begint het verhaal. Merisa Silver: Alone with you.

Is er een schrijver die je werk beïnvloedt? Heb je een favoriete schrijver?

TR: Er zijn veel verhalenschrijvers die ik waardeer. Sommigen hebben me beïnvloed, anderen zullen dat wellicht nog gaan doen. Om er een paar te noemen:
Amerika: Raymond Carver, Charles Bukowski, Bret Eason Ellis.
Nederland: Sanneke van Hassel, Maartje Wortel, Thijs de Boer, Gerard van Emmerik.
En verder: Judith Hermann, Cesare Pavese, Dalton Trevisan.

Je hebt ook een novelle geschreven, is het schrijven van een lang verhaal anders dan het schrijven van een kort verhaal?

TR: In zekere zin vond ik de novelle makkelijker. Toen ik eenmaal perspectief, locatie, personages, verhaalwereld had, kon ik daar alsmaar verder mee. Ik had een wereld gecreëerd waarin ik kon rondlopen. Bij een kort verhaal moet je die dingen steeds opnieuw bedenken, steeds opnieuw een wereld creëren.

Heb je tips die je me zou kunnen geven voor het schrijven van verhalen? Waar ik bijvoorbeeld zeker op moet letten?

TR: Schrijftips zijn er te veel om op te noemen. Surf eens over dit blog.

Wat is volgens u de definitie van een kort verhaal? Wat maakt het zo anders van de roman, de column, gedicht, essay,… Zijn er regels waar ik me moet aan houden?

TR: Het korte verhaal is een speels genre, er is veel mogelijk. Veel te ontdekken. Een verhaal kan raakvlakken hebben met al die andere genres. Ik zou het niet durven definiëren. Regels geven slechts schijnzekerheid.

Hoeveel jaar schrijf je al en hoelang het je gedaan over het schrijven van je bundels?

TR: Ik schrijf vanaf mijn puberteit. Het is moeilijk te zeggen hoelang ik over een verhaal of een boek schrijf. Ik doe er veel andere dingen naast. En ik laat verhalen vaak een tijd liggen, om er daarna nog wat aan te schaven of verder te schrijven.

Heb je een lezer in gedachten als je schrijft? En als je een verhaal schrijft hoe kies je dan de persoon waarvoor je schrijft?

TR: Ik schrijf wat ik zelf graag zou lezen.

Voor mij is lezen of schrijven tot rust te komen en me kunnen laten verdwalen in een andere wereld. Wat betekent het voor u?

TR: Schrijven is een poging het leven te betrappen. Dus juist géén poging te ontsnappen. Hoewel… misschien is schrijven een poging te ontsnappen aan onwerkelijkheid. In het gewone dagelijkse leven raak ik vaak bij de essentie vandaan. Door het schrijven raak ik gefocust, het geeft rust, al moet ik eigenlijk al rustig zijn als ik ermee begin. Soms slaap ik even voor ik ga schrijven.

Je hebt schrijvers die veel research doen en je hebt er die gewoon beginnen schrijven. In welke categorie zet je jezelf?

TR: Ik maak een beginnetje (een personage in een moeilijke situatie) en dan zie ik wel waar het naartoe gaat.

Wat heb je al bereikt in je leven? Zowel op het vlak van schrijven als van leren.

TR: Wow, wat een moeilijke vraag. Wat ik bereikt heb? Liefhebben, misschien begin ik dat een beetje te leren. Schrijven heeft ook met liefhebben te maken (ook met de donkere kant daarvan en helaas met het onvermogen daartoe).

Dit interview is afgenomen door Freya Weekers. Ik hoop dat het jullie inspireert om zelf over deze vragen na te denken. Levert je dat iets op? Reacties welkom!

Je schrijven verbeteren met… yoga!

Sinds een jaar doe ik weer dagelijks aan yoga. Wat ik niet had verwacht: er zijn veel overeenkomsten met schrijven.

Dagelijks oefenen werkt verslavend
In de beginperiode was yoga een opgave voor me. Ik moest het van mezelf doen omdat het me goed leek: gezond, ontspannen. Soms deed ik het met plezier, soms moest ik me naar de mat slepen. Nu, naar een jaar, vraagt mijn lichaam erom. Ik kijk ernaar uit om het te doen. De heel enkele keer dat ik de deur uitga zonder yoga te hebben gedaan, voelt dat raar, alsof ik in mijn pyjama de straat opga. Yoga hoort bij mijn ochtendritueel.

Het helpt me te concentreren
Yoga kun je niet maar half doen. Je moet er echt met je aandacht bij zijn. In het begin wist ik eigenlijk niet zo goed waar precies op te letten (al kreeg ik wel aanwijzingen en al dacht ik het wel te weten). Nu, na een jaar, begin ik een gevoel te ontwikkelen voor waar het daadwerkelijk om gaat.

Het is een ontdekkingstocht
Toen ik ermee begon, dacht ik te weten wat me te wachten stond. Mis! Nu realiseer ik me pas dat ik er destijds als een buitenstaander naar keek, en ideeën had die niet klopten, zoals dat het ‘zweverig’ zou zijn. Je weet niet waar je aan begint, totdat je eraan begonnen bent. Yoga beoefenen geeft een inzicht dat ik alleen kan verwerven door het daadwerkelijk te doen. Dat inzicht krijg ik niet door erover te lezen of ernaar te kijken.

Het werkt disciplinerend
Voordat het echt een plezier werd om te doen, werkte het ‘me naar de mat slepen’ disciplinerend. Het gaat erom dat ik het doe. Ook als het een dagje wat minder gaat: doen. Ook als ik een dag heb overgeslagen, niet de volgende dag denken: nu is alles verloren, laat ik er voor de rest van mijn leven maar mee stoppen.

Het gaat niet om de prestatie en al helemaal niet om perfectie
Het gaat om doen. Overdreven perfectie werkt juist averechts. Het lijdt tot blessures, tot het verliezen van het plezier. Je best doen is oké, over grenzen gaan niet.

Iedereen is anders
Mijn bouw zorgt ervoor dat  sommige oefeningen makkelijker, en andere juist moeilijker zijn dan voor een andere beoefenaar die hetzelfde niveau heeft. Dat mijn armen aan de lange kant zijn, maakt het bij de staande vooroverbuiging makkelijker om met mijn handen de vloer te raken, ook al ben ik niet zo lenig.

Doen leidt tot vooruitgang
Natuurlijk gaat niet iedere dag beter dan de vorige dag. Maar eens in de zoveel tijd denk ik: dit gaat me makkelijker af dan een paar maanden geleden.

Oké, toegegeven, deze post is niet helemaal on-topic. De volgende keer gaat weer echt helemaal over het schrijven van korte verhalen. Tot dan!

En jij?
Heb jij iets waar je het schrijfproces voor jezelf aan kunt spiegelen? Een sport, een kunstdiscipline,  een overtuiging? Laat ons weten wat wij ervan kunnen leren.

Schrijven is niet gewoon iets technisch, het is ook het ontwikkelen van karakter

Vorige keer hadden we het erover dat regels niet zaligmakend zijn. Eigenlijk zou er bij ieder advies dat ik op dit blog geef een disclosure moeten staan: Regels maken meer kapot dan je lief is. Of: Geniet, maar regel met mate.

Tobias Wolff noemde in het interview dat ik met hem had, dat hij in zijn lessen Creative Writing aan Stanford University geen regels onderwijst. ‘Studenten hoeven niet te schrijven zoals ik, en ook niet zoals Hemingway,’ zei hij. Ik vroeg hem wat voor hem als schrijver en als docent wel belangrijk is, en uiteindelijk kwam hij tot de uitspraak: ‘Schrijven is niet gewoon iets technisch, het is ook het ontwikkelen van karakter.’ Waarbij het niet doelde op het karakter in de zin van personage, maar het karakter van de schrijver zelf. Dat is iets om aan te werken.

Het is altijd makkelijk om het met een autoriteit eens te zijn. En ik ben het dan ook met hem eens. Maar niet omdat hij Tobias Wolff is, maar omdat ik er echt in geloof.

Als kind worden we gevormd en beperkt door onze omgeving, en voor een kind is het niet gek om de omgeving verantwoordelijk te houden. Als kind kon ik me wel eens slachtoffer voelen – als Calimero: ‘Zij zijn groot en ik ben klein, en dat is niet eerlijk, o nee.’ Maar nu ik de veertig gepasseerd ben, ben ik zelf verantwoordelijk. Nu zijn anderen jong en klein, en doe ik soms dingen die niet eerlijk zijn. O ja!

Ik betrap me wel eens op een minder prettige kant. Het gaat er niet om dat ik mezelf daarom kwalificeer als ‘slecht’ (want wat schieten we met die kwalificatie op)  maar wel dat ik me er bewust van ben dat ik die kant heb. Het helpt me om iets neutraler naar mezelf te kijken. En dat helpt weer om mijn personages van meerdere kanten te zien.

Misschien moet ik meer oefenen met mezelf betrappen. En tegelijkertijd oppassen voor een valkuil: koketteren met zelfinzicht. Ik ga daar graag in een volgende post op verder!

(NB De uitspraken van Wolff die ik hierboven citeer, staan in het interview dat in het oktober-novembernummer van SchrijvenMagazine wordt gepubliceerd. Elders op dit blog vind je een bespreking van Wolffs verhaal ‘Hiernaast‘)

En jij?
Kun je iets met Wolffs uitspraak dat een schrijver zijn karakter moet ontwikkelen (in de zin van: inzicht krijgen in zijn of haar eigen karakter en iets met dat inzicht doen)? Levert je dat voor je verhalen iets op? Of vind je het misschien een te vage uitspraak waar je in praktisch opzicht voor je verhalen weinig mee kan?

Moet je je plot vooraf weten?

Ik heb nog nooit een verhaal geschreven dat verliep volgens een plot dat ik vooraf had bedacht. Soms kwam dat doordat ik tijdens het schrijven sterk van mijn opzet ging afwijken. Vaker gebeurde het dat ik gewoon geen opzet had – ik had alleen een vaag idee van een uitgangspunt, een ‘beginnetje’.

Aanvankelijk voelde ik me met die manier van werken een amateur. Maar gelukkig leverde het wel resultaat op, en daar gaat ’t tenslotte om. En ik las of hoorde steeds vaker dat publicerende collega-verhalenschrijvers ook op die manier bleken te werken. Inmiddels heb ik er vrede mee.

Voor een kort verhaal is het niet erg om alleen een vaag idee te hebben. Schrijvend, tastend, gaat zich vanzelf iets aftekenen. Niet iets dat in één keer goed is, maar wel iets waar een bruikbaar element in zit, een vonk om het verhaal te doen ontvlammen.

Hoeft een kort verhaal dan geen rode draad te hebben? Tuurlijk wel. Maar die hoef je niet vooraf te bedenken (al houdt niemand je tegen als je dat liever wel vooraf doet). Het gaat erom dat die rode draad er uiteindelijk in zit, en dan maakt het niet uit in welke fase van het proces hij erin is gekomen.

Mijn adviezen over het schrijven volgens planning

  1. Werk je altijd zonder planning en loop je steeds vast? Werk dan eens een tijd mét een planning.
  2. Maak je altijd een planning en krijg je (misschien wel daardoor) een geforceerd verhaal met personages die niet van vlees en bloed zijn? Werk dan eens een tijd zónder planning, en laat eerst je karakters tot leven komen. Dan gaat er vanzelf iets gebeuren dat op een verhaal lijkt.
  3. En als je daaraan behoefte hebt, kun je natuurlijk op ieder moment in het schrijfproces nagaan of je goed gebruik maakt van de vier cruciale momenten die er in een verhaal moeten zitten.

Flannery O’Connor over planning
“Toen ik aan dat verhaal begon, wist ik niet dat er iemand in voor zou komen met een houten been. op een morgen schreef ik over twee vrouwen, en voordat ik het wist had een van de twee een dochter met een houten been gekregen. Terwijl het verhaal zich verder ontwikkelde, voerde ik een bijbelverkoper ten tonele, maar zonder enig idee wat ik met hem aan moest. Ik wist niet dat hij het houten been zou gaan stelen tot tien of twaalf regels voordat hij dat zou gaan doen, maar toen ik dat eenmaal zag, begreep ik dat het onvermijdelijk was.” (Flannery O’Connor, vertaling: Vincent Overeem)

Raymond Carver over planning
[nadat hij het de uitspraak van Flannery O’Connor had gelezen:] “Ik was stomverbaasd toen ik dit enkele jaren geleden las. Altijd had ik gedacht dat dat alleen voor mij gold. Ik had me daar altijd voor geschaamd omdat ik ervan overtuigd was dat deze manier van werken op de een of andere manier voorkwam uit mijn eigen tekortkomingen. Ik weet nog hoe geweldig opgelucht ik was bij het lezen van haar woorden.” (Raymond Carver, vertaling: Vincent Overeem)

Thomas Rosenboom over planning
“Mensen die zeggen: ik wil geen schema want ik wil mezelf zo graag laten verrassen, ik heb van die dekselse personages en ik ben benieuwd wat ze vandaag weer gaan doen, want ze luisteren helemaal niet… dan denk ik: zak toch in de grond jongen, hoe kom je erbij.” (Thomas Rosenboom in: Bunker Hill 29, ook de vorige twee citaten zijn daarin te vinden)

Ook handig
In het handboek Korte Verhalen Schrijven (inkijkexemplaar) ga ik in hoofdstuk 15 ‘Straat versus studio’ in op:

  • de voor- en nadelen van een scèneketting
  • de voor- en  nadelen van het werken met een karakterdossier

En jij?