Categorie archief: Mindfulness

Wie schrijft, die blijft?

Beste Laura,

Je vraagt me te schrijven over de stelling ‘Wie schrijft, die blijft’. En omdat je het aan mij persoonlijk vraagt, betrek ik die stelling maar op mezelf.

Ga ik ervanuit dat ik een zelf heb en dat dat zelf overleeft doordat ik schrijf? Sinds een tijdje probeer ik mijn geloof in een zelf op te geven. Dat lukt me nog niet helemaal, het gaat niet vanzelf (geen woordgrap), ik moet er moeite voor doen. Net zo goed als dat ik er moeite voor moest doen om te accepteren dat Sinterklaas niet bestond, ‘de’ zin van het leven niet, en god als oude man getroond op een wolk niet. Lees verder

Moet je van jezelf schrijven? Of mag je van jezelf schrijven?

Misschien herken je dit: het idee dat je MOET schrijven. En dan bedoel ik niet moeten vanuit een drijfveer of een behoefte, maar vanuit het gevoel dat je anders tekortschiet. Je MOET schrijven omdat je anders geen knip voor de neus waard bent, omdat je anders een loser bent, omdat je anders geen schrijver bent. Dat soort moeten bedoel ik.

Misschien herken je ook dit: Lees verder

Waarom we ploeteren

Ik wilde het hebben over geploeter. Ik ploeter namelijk veel. Ik kan daar negatief over doen, over dat geploeter, maar dan is het dubbel geploeter. Ga maar na: ten eerste ploeter ik, en ten tweede neem ik mezelf dat kwalijk.

Hoewel ik er niet naar streef om het ploeteren in ere te houden (liever niet zeg!) heeft het me wel wat gebracht. Achteraf dan hè.
Lees verder

Hoe schrijf je een kort verhaal?

Met het inademen neem je energie op. Bij het uitademen laat je ballast gaan. Tussen het in- en uitademen zit een moment dat er even niets gebeurt. Tussen het uit- en inademen ook. Check het maar. Volg je ademhaling en voel de verschillende fasen: inademen, rust, uitademen, rust, en met inademen begint de cyclus opnieuw. Misschien neem je de rust niet waar, maar er is hoe dan ook een overgangsmoment tussen in en uit, tussen uit en in.
Lees verder

Steeds beter worden in het schrijven van korte verhalen om uiteindelijk…

Deze uitspraak hoorde ik vandaag van yoga-goeroe Rodney Yee: de houding aller yoga-houdingen is de berghouding (in gewone-mensentaal: rechtop staan). Het ziet er bedrieglijk eenvoudig uit, en iedereen die gezond is denkt dat hij het kan, maar het vraagt decennia gedisciplineerd oefenen om het tot in de puntjes te beheersen. Alle ingewikkelde yoga-houdingen waar buitenstaanders zo tegenop kijken (op je hoofd staan of je lichaam in elkaar geschroefd of balancerend op een manier die de zwaartekracht lijkt te tarten) zijn er om uiteindelijk perfect rechtop te kunnen staan. Oké, ik heb het scherper verwoord dan het gezegd werd, maar in de kern kwam het daarop neer.
Lees verder

Victor LaValle: Laat je donkere kant het verhaal schrijven

Onlangs sprak ik Victor LaValle over de donkere kant van het schrijven. Hij schreef namelijk een bundel vol onthutsende verhalen (Slapboxing with Jesus). Een verhaal hieruit werd onlangs voor Tirade uit het Amerikaans vertaald, en over dat verhaal ging ons gesprek. Het verhaal heet Wie we wel aanbaden (Oorspronkelijk: Who we did worship), en de hoofdpersoon is een Afro-Amerikaanse jongen die verliefd is (of denkt dat hij verliefd is) op het blanke meisje Nancy. Nancy voelt niet iets voor hem, maar de Afro-Amerikaanse Olisa doet dat wel. Haar mishandelt hij. In het interview vertelt LaValle dat het losjes gebaseerd is op iets wat hij in zijn jeugd heeft meegemaakt.

Dapper van je om vanuit een ‘dader’ te schrijven. Was je niet bang voor de reacties die dat zou opleveren?

Ik wou dat ik niet bang was voor reacties… Dit verhaal is een verschrikkelijk iets om toe te geven, een verschrikkelijk iets ook om over te schrijven. Dat ik zo onnadenkend als kind kon zijn. En dan daaroverheen die raciale problemen, op een nare manier, dat maakte het beangstigend.

Toch durf je het aan: schrijven vanuit je donkere kant…

Voordat ik aan de schrijfopleiding begon, was ik in paniek. Ik dacht: dit gaat net als op school, iedereen is verder dan ik. En die zomer werkte ik bij de beveiliging van een bibliotheek en daar schreef ik zo’n vier verhalen, zodat ik iets had in te brengen. Ik kopieerde ze meteen maar vijftien keer om uit te delen. Daarnaast wilde ik iets laten zien dat anderen niet zouden laten zien. En omdat de meeste mensen denken dat het personage gelijk staat aan de auteur, durft niemand de nare kant van een personage te laten zien, al helemaal niet als dat personage gelijkenissen vertoont met de auteur. Dat wilde ik openbreken.

Je wilde de donkere kant van de auteur niet verbergen?

Ik had al eerder dit geleerd: meestal zie je dat het hoofdpersonage op de auteur lijkt. En dat hoofdpersonage is een goed iemand, maar wordt slecht behandeld door de anderen. Of het hoofdpersonage is slim, en de hele wereld is dom. Dat is zelfmedelijden. Denk je echt dat jij, schrijver, zoveel slimmer bent? Eigenlijk wil niemand met de billen bloot. Dus pakte ik het anders aan. Zo schreef ik over een jongen die zomaar seks met een vrouw wil hebben, en hij probeert dusdanig op haar in te praten dat ze geen condoom gebruiken, want met condoom voelt niet zo goed. Maar tegelijkertijd wil hij haar niet zwanger maken, want ze heeft al een kind, en dat is oerlelijk. Dus niet echt een aardig persoon. Het was geen diep probleem, maar het was een begin, een test. Uiteindelijk wilde ik dieper gaan met mijn schrijven. En zo kwam ik bij het verhaal Wie we wel aanbaden en bij Olisa en Nancy uit. Ik kende die twee vrouwen. En ik zei tegen mezelf: je weet hoe je was en je weet waarom je zo deed en schrijf dat maar op. Bovendien: als het te veel onthult, kun je het altijd nog opbergen, je hoeft het niet per se aan anderen te laten lezen. Dat idee geeft vrijheid. Hoewel het ook mezelf voor de gek houden is, want ik weet dat als ik het erg goed vind, dat ik het dan toch wil publiceren.

Je bent ook docent Creative writing. Behandel je de zwarte kant van het schrijven met studenten?

Onlangs ben ik deze aanpak wel met studenten gaan bespreken. Vroeger dacht ik dat ik als docent niet zwak mocht zijn. Maar als je je zwakte niet laat zien, dan begrijpen ze niet hoe je zover bent gekomen. Nu durf ik het aan, ik laat zien hoe je kunt falen en hoe dat erbij hoort. Als ik dat niet vertel, begrijpen ze het niet, dan lijkt het wel tovenarij. Nu kijk ik met studenten hoe ze bij hun ‘slechtste’ kant kunnen komen, want die kant is het eerlijkst, en die moet het verhaal schrijven. Het is belangrijk jezelf die ruimte te geven, wellicht door je iemand voor te stellen die jou hierom niet zou veroordelen.

Voor wie meer wil weten over Victor LaValle en zijn verhaal Who we did worship

De Amerikaan Victor Lavalle is sinds enkele maanden Writer in Residence in Amsterdam. Hij was zo vriendelijk het begin van het verhaal Who we did worship voor ons voor te lezen. Je kunt het beluisteren in het filmpje hieronder. De Nederlandse vertaling staat in Tirade nr. 435 . Op de website van Tirade kun je de eerste pagina lezen. Meer info over de complete bundel Slapboxing with Jesus, vind je op Amazon.

En jij? Durf jij als schrijver met de donkere kant aan de slag te gaan? En voor wie dit durft: welke reacties krijg je?

Hoe je je personages kunt laten lijden met… shenpa

Je verhaal heeft conflict nodig. Je personages moeten lijden. Die wijsheid is al zo oud als de literatuur en Tolstoj bracht het treffend onder woorden in de openingszin van Anna Karenina (met 940 pagina’s niet echt wat je noemt een kort verhaal):  “Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.” Wil je je personages niet inwisselbaar laten zijn, dan moeten ze dus ongelukkig zijn. Vandaag vragen we ons af: Hoe laat je je personages lijden?

Shenpa
Een boeiend antwoord op die vraag, kwam ik tegen in het boek ‘Bevrijd jezelf van angsten en oude gewoonten‘ van de Boeddhistische non Pema Chödrön. In het hoofdstuk ‘Vluchtgedrag’ heeft zij het over het Tibetaanse begrip ‘shenpa’, dat zij vertaalt als ‘verstrikt raken’.  Ze vertelt:

Met betrekking tot de metafoor van de giftige planten – de diepliggende jeuk en onze krabgewoonte – is shenpa de jeuk en tegelijkertijd de behoefte om te krabben; de behoefte om te roken, te veel te eten of drinken, om iets gemeens te zeggen of te liegen. Zo doet shenpa zich keer op keer voor in ons dagelijks leven: iemand zegt wat vervelends en iets in ons krimpt samen. Meteen raak je verstrikt. Die kramp uit zich onmiddellijk in het beschuldigen van de ander of het kleineren van jezelf. Deze kettingreactie van woorden, daden of obsessies vindt heel snel plaats. (…) Als we ervaren dat onze identiteit bedreigd wordt, wordt onze ik-gerichtheid heel sterk waardoor shenpa vanzelf opkomt. Vervolgens komen de neveneffecten: gehechtheid aan onze bezittingen, onze zienswijze en meningen. (Pema Chödrön. Vertaling: Ronald Hermsen)

Shenpa in het korte verhaal
Als we dit vertalen naar het schrijven: je personage heeft pijn en wil krabben, en dat krabben maakt het erger. Er ontstaat een kettingreactie, en die kettingreactie is je verhaal. De epifanie (catharsis) kan dan zijn dat je personage inziet (of het inzicht uit de weg gaat) dat hij die kettingreactie zelf in stand houdt.

En jij?
Denk je dat ‘shenpa’ kunt inzetten voor het lijden van je personage en het conflict van je verhaal? Hoe laat jij je personages lijden? Overigens, de discussie over Hoe je levensvisie je korte verhaal beïnvloedt blijft de gemoederen bezighouden. Interessant!

Hoe je levensvisie je korte verhalen beïnvloedt

Levensvisie – zo op het eerste gezicht misschien een vreemd onderwerp op een blog Korte Verhalen Schrijven. Je komt hier immers voor schrijftips, en hoe ik tegen het leven aankijk dat heb ik voor me te houden, en al helemaal niet aan je ‘op te dringen’ als verkapt schrijfadvies.

Inderdaad. Hoe jij tegen het leven aankijkt, dat is helemaal jouw zaak. En daar gaat het juist om: dat het jouw zaak is. Het is iets om bij het schrijven rekening mee te houden. Of sterker nog: het is iets om bij het schrijven voorop te stellen. Het gaat aan alle ideeën over schrijven vooraf. Het overtroeft alle schrijfadviezen.

Dat vraagt om een toelichting. En die kan ik het beste geven aan de hand van hoe ik tegen het leven aankijk en aan de hand van mijn eigen schrijfpraktijk.

Mijn schrijfpraktijk
Om met mijn eigen schrijfpraktijk te beginnen, daar heb je al een beetje zicht op gekregen in de berichten die ik op dit blog post. Bijvoorbeeld dat het voor mij belangrijk is dat er verschillende lagen zitten in het verhaal. Gechargeerd: het personage ziet A, denkt B,  zegt C, en doet D, en dat allemaal in een werkelijkheid die E is. Waarij A, B, C, D en E verschillende en vaak tegenstrijdige dingen zijn (daarover kun je  lezen in de post over de 5 verhaallagen). Ook belangrijk vind ik het om een verhaal te schrijven vanuit een drijfveer van het personage, wat zich uit in een tunnelvisie . Met andere woorden: het personage zit in zijn belevingswereld opgesloten en het is moeilijk zo niet onmogelijk voor hem om echt contact met anderen te maken (die op hun beurt ook hun eigen belevingswereld hebben). Dat zie je niet alleen terug in de inhoud van mijn verhalen, maar ook in de vorm: het perspectief is dat van de tunnelvisie van het personage. De lezer ziet wat het personage ziet. En vaak betekent dat: wat het personage wil zien.

Mijn levensvisie
Die schrijfadviezen komen niet uit de lucht vallen. Aan de ene kant zul je ze ook van sommige andere schrijvers krijgen. Aan de andere kant hebben ze te maken met hoe ik tegen het leven aankijk. Ik denk dat niet alleen personages maar ook wij mensen vaak opgesloten zitten in onze belevingswereld, in onze identiteit. En dat het van daaruit moeilijk is om contact te maken met eveneens in zichzelf opgesloten medemensen. We zijn gevangenen die vanuit onze gevangeniscel contact proberen te maken met anderen die ook in een cel zitten opgesloten.

Dat is geen originele gedachte. Je komt hem ook tegen bij Schopenhauer (in: De wereld als wil en voorstelling) en bij het Boeddhisme. ‘De wereld is mijn voorstelling,’ zegt Schopenauer, ‘maar ik kan me niet om het even wat voorstellen; er is een dwingend beginsel dat ik in eerste instantie in mijzelf ervaar, het is mijn drijvende kracht, mijn wil‘ (bron: Wikipedia). Het Boeddhisme laat trouwens niet alleen het probleem zien, maar biedt ook een uitweg: het ego loslaten. Afijn, het is een kort-door-de-bocht-typering, maar het geeft in ieder geval een denkrichting aan.

Jouw levensvisie
De vraag is natuurlijk wat jouw levensvisie is, en wat voor consequenties dat heeft voor jouw korte verhalen, zowel wat de inhoud als de vorm (schrijftechniek) ervan betreft. Kun je iets zeggen over hoe jouw visie en het schrijven zich tot elkaar verhouden? Een lastige en intieme vraag. Maar wel de meest wezenlijke. Eigenlijk zou je na het lezen van dit blog er even stil bij moeten staan, en pas dan weer overgaan naar de orde van de dag. Maar dat is mijn mening…

EDIT: Dank je wel voor de persoonlijke reacties die jullie tot nu toe gaven. Ik vind het hartverwarmend om te zien dat jullie dit willen delen. Wow! En de discussie is nog niet gesloten hoor 🙂

Je schrijven verbeteren met… yoga!

Sinds een jaar doe ik weer dagelijks aan yoga. Wat ik niet had verwacht: er zijn veel overeenkomsten met schrijven.

Dagelijks oefenen werkt verslavend
In de beginperiode was yoga een opgave voor me. Ik moest het van mezelf doen omdat het me goed leek: gezond, ontspannen. Soms deed ik het met plezier, soms moest ik me naar de mat slepen. Nu, naar een jaar, vraagt mijn lichaam erom. Ik kijk ernaar uit om het te doen. De heel enkele keer dat ik de deur uitga zonder yoga te hebben gedaan, voelt dat raar, alsof ik in mijn pyjama de straat opga. Yoga hoort bij mijn ochtendritueel.

Het helpt me te concentreren
Yoga kun je niet maar half doen. Je moet er echt met je aandacht bij zijn. In het begin wist ik eigenlijk niet zo goed waar precies op te letten (al kreeg ik wel aanwijzingen en al dacht ik het wel te weten). Nu, na een jaar, begin ik een gevoel te ontwikkelen voor waar het daadwerkelijk om gaat.

Het is een ontdekkingstocht
Toen ik ermee begon, dacht ik te weten wat me te wachten stond. Mis! Nu realiseer ik me pas dat ik er destijds als een buitenstaander naar keek, en ideeën had die niet klopten, zoals dat het ‘zweverig’ zou zijn. Je weet niet waar je aan begint, totdat je eraan begonnen bent. Yoga beoefenen geeft een inzicht dat ik alleen kan verwerven door het daadwerkelijk te doen. Dat inzicht krijg ik niet door erover te lezen of ernaar te kijken.

Het werkt disciplinerend
Voordat het echt een plezier werd om te doen, werkte het ‘me naar de mat slepen’ disciplinerend. Het gaat erom dat ik het doe. Ook als het een dagje wat minder gaat: doen. Ook als ik een dag heb overgeslagen, niet de volgende dag denken: nu is alles verloren, laat ik er voor de rest van mijn leven maar mee stoppen.

Het gaat niet om de prestatie en al helemaal niet om perfectie
Het gaat om doen. Overdreven perfectie werkt juist averechts. Het lijdt tot blessures, tot het verliezen van het plezier. Je best doen is oké, over grenzen gaan niet.

Iedereen is anders
Mijn bouw zorgt ervoor dat  sommige oefeningen makkelijker, en andere juist moeilijker zijn dan voor een andere beoefenaar die hetzelfde niveau heeft. Dat mijn armen aan de lange kant zijn, maakt het bij de staande vooroverbuiging makkelijker om met mijn handen de vloer te raken, ook al ben ik niet zo lenig.

Doen leidt tot vooruitgang
Natuurlijk gaat niet iedere dag beter dan de vorige dag. Maar eens in de zoveel tijd denk ik: dit gaat me makkelijker af dan een paar maanden geleden.

Oké, toegegeven, deze post is niet helemaal on-topic. De volgende keer gaat weer echt helemaal over het schrijven van korte verhalen. Tot dan!

En jij?
Heb jij iets waar je het schrijfproces voor jezelf aan kunt spiegelen? Een sport, een kunstdiscipline,  een overtuiging? Laat ons weten wat wij ervan kunnen leren.

Verhalen gaan over waarnemen (maar sommige gaan er meer over dan andere…)

We hebben al een paar keer stilgestaan bij ‘kijken’. Zo kon je lezen over bewust kijken en over ‘kijken’ als thema in je verhaal. Nan Prüst reageerde op die laatste post met de vraag of eigenlijk niet alle verhalen over kijken gaan. Ik weet het niet zeker, al zou ik  graag met ‘ja’ antwoorden. Om meer meningen hierover te horen, vind je onderaan deze post een poll. Laat van je horen!

Van de serie over ‘kijken’ vandaag het derde deel. We zoomen we in op een voorbeeld dat veelzeggend is en dat je kan helpen als je zelf een verhaal schrijft.

Voorbeeld: Robin Black, De Geleide
Een echt schitterend voorbeeld van een verhaal waarbij het kijken een grote rol speelt is De Geleide van de Amerikaanse schrijfster Robin Black. (Je kunt dit verhaal gratis downloaden.) Het verhaal staat in haar recente debuutbundel Als ik van je hield, zou ik je dit vertellen. In dit verhaal gaat een vader met zijn blinde puberdochter haar eerste geleidehond uitzoeken. Het verhaal speelt zich in een paar uur af (met wat herinneringen er doorheen verweven).

Kijken
Verhalen gaan over kijken. In het verhaal De Geleide kijkt de vader veel naar zijn dochter. Hij kan haar de hele autorit op weg naar de hond onbespied waarnemen, en dat doet hij met vertedering. En hij kan niet alleen naar haar kijken, hij kan ook voor haar kijken. Wanneer zijn dochter hem vraagt hoe het huis van de hondeneigenaar eruit ziet, zegt het verhaal:

“Hij zou eraan gewend moeten zijn dat hij haar ogen is. Hij zou dat langzamerhand niet eens meer moeten merken. Maar nu hij in de auto zit te turen naar dat non-descripte huis, merkt hij dat hij zich verzet tegen haar vragen, zoals hij steeds vaker doet wanneer het een smaakkwestie betreft. Is hij knap? Zijn de bloe- men mooi? Leuk huis? Begrijpt ze hoe vaak die kwesties een mening betreffen en geen feiten? Beseft ze dat ze waarschijnlijk van mening zouden verschillen als ze zelf over die dingen kon oordelen? Dringt het nooit tot haar door wat een zwaar-beschadigd, bijziend filter hij is geworden?” Uit: Robin Black, Als ik van je hield zou ik je dit vertellen, vertaling Reintje Ghoos, uitgeverij Contact

Wegkijken
Veel verhalen gaan niet alleen over kijken, maar ook over wegkijken. In ‘De Geleide’ kijkt de vader niet alleen voor zijn dochter, hij kijkt ook weg voor haar, tegen beter weten in denkend dat hij haar daarmee beschermt. Hij denkt dat wat hij haar niet vertelt, niet voor haar bestaat. Zo is zijn huwelijk met haar moeder niet meer wat het geweest is, maar dat laat hij haar niet zien.

“In het huis van een blind kind kan een huwelijk blijkbaar heel makkelijk ontaarden in een ongeziene pantomime. Ann en hij konden elke maaltijd hun middelvinger naar elkaar opsteken, wist Lila veel.”

Maar vandaag komen er scheuren in de veilige wereld die hij (Jack) voor haar ontworpen denkt te hebben. Hij zal niet langer haar ogen zijn, die functie gaat de hond overnemen. Als hij van een afstandje kijkt hoe zijn dochter met de hond wandelt, noteert de schrijfster:

“Hij kijkt naar het tafereel en probeert het in zich op te nemen. Dit is het schepsel dat van nu af aan de ogen van zijn dochter wordt. De vervanger van Jack, in zekere zin, begrijpt hij.”

Epifanie: anders kijken
De catharsis (epifanie) kan eruit bestaan dat je personage anders gaat kijken. In het voorbeeldverhaal ontvouwt de epifanie zich als de vader uiteindelijk gedwongen wordt te kijken naar iets waarvan hij altijd heeft weggekeken. Hoe dat precies zit, vind ik een spoiler, en laat ik je liever zelf ontdekken bij het lezen van het verhaal. Belangrijk is in ieder geval dat ‘kijken’ en ‘kennen’ met elkaar te maken hebben. Wanneer we niet echt naar iemand willen kijken, dan krijgen we een onjuist beeld van die persoon. Pas als we uiteindelijk daadwerkelijk naar de ander willen (of moeten) kijken, dan leren we die ander kennen.

En jij?
Ken jij verhalen waarin ‘kijken’  of ‘wegkijken’ een meer dan gemiddelde rol speelt? Help ons en noem schrijver, verhaal, en bundel, en geef een korte toelichting. Ik ben benieuwd naar jullie voorbeelden… Dank je wel alvast! (Gezien de aard van dit blog: beperk je tot verhalenbundels.)

Schrijven is niet gewoon iets technisch, het is ook het ontwikkelen van karakter

Vorige keer hadden we het erover dat regels niet zaligmakend zijn. Eigenlijk zou er bij ieder advies dat ik op dit blog geef een disclosure moeten staan: Regels maken meer kapot dan je lief is. Of: Geniet, maar regel met mate.

Tobias Wolff noemde in het interview dat ik met hem had, dat hij in zijn lessen Creative Writing aan Stanford University geen regels onderwijst. ‘Studenten hoeven niet te schrijven zoals ik, en ook niet zoals Hemingway,’ zei hij. Ik vroeg hem wat voor hem als schrijver en als docent wel belangrijk is, en uiteindelijk kwam hij tot de uitspraak: ‘Schrijven is niet gewoon iets technisch, het is ook het ontwikkelen van karakter.’ Waarbij het niet doelde op het karakter in de zin van personage, maar het karakter van de schrijver zelf. Dat is iets om aan te werken.

Het is altijd makkelijk om het met een autoriteit eens te zijn. En ik ben het dan ook met hem eens. Maar niet omdat hij Tobias Wolff is, maar omdat ik er echt in geloof.

Als kind worden we gevormd en beperkt door onze omgeving, en voor een kind is het niet gek om de omgeving verantwoordelijk te houden. Als kind kon ik me wel eens slachtoffer voelen – als Calimero: ‘Zij zijn groot en ik ben klein, en dat is niet eerlijk, o nee.’ Maar nu ik de veertig gepasseerd ben, ben ik zelf verantwoordelijk. Nu zijn anderen jong en klein, en doe ik soms dingen die niet eerlijk zijn. O ja!

Ik betrap me wel eens op een minder prettige kant. Het gaat er niet om dat ik mezelf daarom kwalificeer als ‘slecht’ (want wat schieten we met die kwalificatie op)  maar wel dat ik me er bewust van ben dat ik die kant heb. Het helpt me om iets neutraler naar mezelf te kijken. En dat helpt weer om mijn personages van meerdere kanten te zien.

Misschien moet ik meer oefenen met mezelf betrappen. En tegelijkertijd oppassen voor een valkuil: koketteren met zelfinzicht. Ik ga daar graag in een volgende post op verder!

(NB De uitspraken van Wolff die ik hierboven citeer, staan in het interview dat in het oktober-novembernummer van SchrijvenMagazine wordt gepubliceerd. Elders op dit blog vind je een bespreking van Wolffs verhaal ‘Hiernaast‘)

En jij?
Kun je iets met Wolffs uitspraak dat een schrijver zijn karakter moet ontwikkelen (in de zin van: inzicht krijgen in zijn of haar eigen karakter en iets met dat inzicht doen)? Levert je dat voor je verhalen iets op? Of vind je het misschien een te vage uitspraak waar je in praktisch opzicht voor je verhalen weinig mee kan?