Categorie archief: Mentaliteit

Over de drijfveer van je personage. En over de drijfveer van jou als schrijver

Misschien herken je hier iets van:

  • Schrijven is goed. Niet schrijven is niet goed.
  • Inspiratie is goed. Gebrek aan inspiratie is niet goed.
  • Uitgegeven worden is goed. Niet uitgegeven worden is niet goed.

Het lijkt zo vanzelfsprekend dat je je wellicht afvraagt waarom ik het hier noem. Allemaal open deuren, toch?

gokkast

Nou, niet helemaal. Lees verder

Moet je van jezelf schrijven? Of mag je van jezelf schrijven?

Misschien herken je dit: het idee dat je MOET schrijven. En dan bedoel ik niet moeten vanuit een drijfveer of een behoefte, maar vanuit het gevoel dat je anders tekortschiet. Je MOET schrijven omdat je anders geen knip voor de neus waard bent, omdat je anders een loser bent, omdat je anders geen schrijver bent. Dat soort moeten bedoel ik.

Misschien herken je ook dit: Lees verder

Waarom we ploeteren

Ik wilde het hebben over geploeter. Ik ploeter namelijk veel. Ik kan daar negatief over doen, over dat geploeter, maar dan is het dubbel geploeter. Ga maar na: ten eerste ploeter ik, en ten tweede neem ik mezelf dat kwalijk.

Hoewel ik er niet naar streef om het ploeteren in ere te houden (liever niet zeg!) heeft het me wel wat gebracht. Achteraf dan hè.
Lees verder

Hoe je levensvisie je korte verhalen beïnvloedt

Levensvisie – zo op het eerste gezicht misschien een vreemd onderwerp op een blog Korte Verhalen Schrijven. Je komt hier immers voor schrijftips, en hoe ik tegen het leven aankijk dat heb ik voor me te houden, en al helemaal niet aan je ‘op te dringen’ als verkapt schrijfadvies.

Inderdaad. Hoe jij tegen het leven aankijkt, dat is helemaal jouw zaak. En daar gaat het juist om: dat het jouw zaak is. Het is iets om bij het schrijven rekening mee te houden. Of sterker nog: het is iets om bij het schrijven voorop te stellen. Het gaat aan alle ideeën over schrijven vooraf. Het overtroeft alle schrijfadviezen.

Dat vraagt om een toelichting. En die kan ik het beste geven aan de hand van hoe ik tegen het leven aankijk en aan de hand van mijn eigen schrijfpraktijk.

Mijn schrijfpraktijk
Om met mijn eigen schrijfpraktijk te beginnen, daar heb je al een beetje zicht op gekregen in de berichten die ik op dit blog post. Bijvoorbeeld dat het voor mij belangrijk is dat er verschillende lagen zitten in het verhaal. Gechargeerd: het personage ziet A, denkt B,  zegt C, en doet D, en dat allemaal in een werkelijkheid die E is. Waarij A, B, C, D en E verschillende en vaak tegenstrijdige dingen zijn (daarover kun je  lezen in de post over de 5 verhaallagen). Ook belangrijk vind ik het om een verhaal te schrijven vanuit een drijfveer van het personage, wat zich uit in een tunnelvisie . Met andere woorden: het personage zit in zijn belevingswereld opgesloten en het is moeilijk zo niet onmogelijk voor hem om echt contact met anderen te maken (die op hun beurt ook hun eigen belevingswereld hebben). Dat zie je niet alleen terug in de inhoud van mijn verhalen, maar ook in de vorm: het perspectief is dat van de tunnelvisie van het personage. De lezer ziet wat het personage ziet. En vaak betekent dat: wat het personage wil zien.

Mijn levensvisie
Die schrijfadviezen komen niet uit de lucht vallen. Aan de ene kant zul je ze ook van sommige andere schrijvers krijgen. Aan de andere kant hebben ze te maken met hoe ik tegen het leven aankijk. Ik denk dat niet alleen personages maar ook wij mensen vaak opgesloten zitten in onze belevingswereld, in onze identiteit. En dat het van daaruit moeilijk is om contact te maken met eveneens in zichzelf opgesloten medemensen. We zijn gevangenen die vanuit onze gevangeniscel contact proberen te maken met anderen die ook in een cel zitten opgesloten.

Dat is geen originele gedachte. Je komt hem ook tegen bij Schopenhauer (in: De wereld als wil en voorstelling) en bij het Boeddhisme. ‘De wereld is mijn voorstelling,’ zegt Schopenauer, ‘maar ik kan me niet om het even wat voorstellen; er is een dwingend beginsel dat ik in eerste instantie in mijzelf ervaar, het is mijn drijvende kracht, mijn wil‘ (bron: Wikipedia). Het Boeddhisme laat trouwens niet alleen het probleem zien, maar biedt ook een uitweg: het ego loslaten. Afijn, het is een kort-door-de-bocht-typering, maar het geeft in ieder geval een denkrichting aan.

Jouw levensvisie
De vraag is natuurlijk wat jouw levensvisie is, en wat voor consequenties dat heeft voor jouw korte verhalen, zowel wat de inhoud als de vorm (schrijftechniek) ervan betreft. Kun je iets zeggen over hoe jouw visie en het schrijven zich tot elkaar verhouden? Een lastige en intieme vraag. Maar wel de meest wezenlijke. Eigenlijk zou je na het lezen van dit blog er even stil bij moeten staan, en pas dan weer overgaan naar de orde van de dag. Maar dat is mijn mening…

EDIT: Dank je wel voor de persoonlijke reacties die jullie tot nu toe gaven. Ik vind het hartverwarmend om te zien dat jullie dit willen delen. Wow! En de discussie is nog niet gesloten hoor 🙂

Wie is toch degene die kijkt?

Wat het allerbelangrijkste is bij het schrijven? Ik geloof niet dat ik me kan beperken tot één ding. Maar wat ik in ieder geval heel belangrijk vind is: kijken.

Kijken is een van de basis-vaardigheden als het gaat om kunst maken. Zonder kijken geen kunst. Zonder kijken geen korte verhalen.

Het gebeurt me regelmatig dat ik een om-mijn-vingers-af-te-likken zo goed verhaal lees, en dat ik denk: dit herken ik, hier had ik zelf ook over kunnen schrijven! Maar ik heb het verhaal niet geschreven, want  ik heb zelf niet bewust genoeg naar het onderwerp (bijvoorbeeld een gebeurtenis) gekeken, ik heb mijn aandacht er niet op gericht om erover te schrijven, ik heb de ‘schrijfwaardigheid’ van het onderwerp niet ingezien.

Invalshoeken om beter te leren kijken:

1. Hoe kijkt het personage in het verhaal dat je leest?
Als ik door een verhaal word gegrepen (en dat gebeurt me gelukkig vaak), vergeet ik er technisch naar te kijken. Maar bij het herlezen vraag ik me standaard af: Wie is degene die in dit verhaal kijkt? En hoe wordt zijn blik beïnvloed door zijn denkkader, door zijn gekleurde bril? Hoe leer ik het karakter kennen door zijn manier van kijken?

2. Hoe kijken de mensen met wie je in real life te maken hebt?
Een paar keer per week kom ik in het centrum van Den Haag. Ik kom daar mijn hele leven al, en eerlijk gezegd valt me er niet zoveel meer op. Maar op een keer liep ik er met een architecte, en ineens stonden er gebouwen die er nog nooit hadden gestaan! Door haar achtergrond, door haar blik, door wat ze vertelde, werd ik me van gebouwen bewust die me niet eerder waren opgevallen. Ik kreeg zelfs oog voor gebouwen waar ze níét over sprak. Ik kon op een andere manier kijken, ik werd mijn omgeving op een andere manier gewaar, ik kon me ook een beetje in de architecte verplaatsen. Een soortgelijke ervaring heb ik soms in mijn eigen woonkamer als ik visite over de vloer heb. Ik vraag me af hoe ze naar mijn kamer kijken, hoe ze dat vanuit hun achtergrond doen. Als de visite eenmaal weg is, is de kamer anders dan voor hun komst, dan duurt het een tijdje voor hun afwezigheid en hun blik verdwenen is.

3. Hoe kijk jij zelf?
Misschien is het moeilijkste wel: onbevooroordeeld naar mezelf kijken. Soms lukt het me, dan kan ik van een afstandje naar mezelf kijken. Meestal met eenvoudige dingen: dan sta ik bijvoorbeeld op uit bed, en laat ik mezelf mijn gang gaan. De dingen die ik doe, laat ik dan aan mezelf over, zonder me ermee te bemoeien. De waarnemende ‘ik’ kijkt ernaar, en registreert. Het kan me ook gebeuren in wat complexere situaties: in een moeilijk gesprek waarin ik het gevoel heb dat ik me moet verantwoorden. Dan kan ik naar mezelf kijken, en de handelende ‘ik’ zien incasseren, argumenteren, plannetjes maken. Ooit dacht ik dat het mezelf ‘splitsen’ in een handelende en een toekijkende ‘ik’ wat ongezond was, maar nu denk ik dat het geen kwaad kan om ook van de buitenkant waar te nemen wat ik doe. Ik denk ook niet dat het te maken hoeft te hebben met navelstaarderij. Ik ben gewoon materiaal voor mezelf, zoals een schilder een zelfportret maakt, niet omdat hij op zichzelf kickt, maar omdat hij zichzelf voor handen heeft – onder alle omstandigheden, juist ook onder die omstandigheden waarin iemand niet gezien wil worden.

Help je mee aan dit blog?
Hoe oefenen jij in kijken? Heb je daar een methode voor? En hoe laat je jouw kijk-ervaring terugkomen in je verhalen? Ik hoop dat we van elkaar kunnen leren.

PS In de vorige post beloofde ik terug te komen op het onderwerp: karakter van de schrijver. Volgens mij heeft ‘kijken’ daar veel mee te maken. Kijken is nodig om jezelf te kunnen zien, om je te ontwikkelen, als mens én als schrijver.

Schrijven is niet gewoon iets technisch, het is ook het ontwikkelen van karakter

Vorige keer hadden we het erover dat regels niet zaligmakend zijn. Eigenlijk zou er bij ieder advies dat ik op dit blog geef een disclosure moeten staan: Regels maken meer kapot dan je lief is. Of: Geniet, maar regel met mate.

Tobias Wolff noemde in het interview dat ik met hem had, dat hij in zijn lessen Creative Writing aan Stanford University geen regels onderwijst. ‘Studenten hoeven niet te schrijven zoals ik, en ook niet zoals Hemingway,’ zei hij. Ik vroeg hem wat voor hem als schrijver en als docent wel belangrijk is, en uiteindelijk kwam hij tot de uitspraak: ‘Schrijven is niet gewoon iets technisch, het is ook het ontwikkelen van karakter.’ Waarbij het niet doelde op het karakter in de zin van personage, maar het karakter van de schrijver zelf. Dat is iets om aan te werken.

Het is altijd makkelijk om het met een autoriteit eens te zijn. En ik ben het dan ook met hem eens. Maar niet omdat hij Tobias Wolff is, maar omdat ik er echt in geloof.

Als kind worden we gevormd en beperkt door onze omgeving, en voor een kind is het niet gek om de omgeving verantwoordelijk te houden. Als kind kon ik me wel eens slachtoffer voelen – als Calimero: ‘Zij zijn groot en ik ben klein, en dat is niet eerlijk, o nee.’ Maar nu ik de veertig gepasseerd ben, ben ik zelf verantwoordelijk. Nu zijn anderen jong en klein, en doe ik soms dingen die niet eerlijk zijn. O ja!

Ik betrap me wel eens op een minder prettige kant. Het gaat er niet om dat ik mezelf daarom kwalificeer als ‘slecht’ (want wat schieten we met die kwalificatie op)  maar wel dat ik me er bewust van ben dat ik die kant heb. Het helpt me om iets neutraler naar mezelf te kijken. En dat helpt weer om mijn personages van meerdere kanten te zien.

Misschien moet ik meer oefenen met mezelf betrappen. En tegelijkertijd oppassen voor een valkuil: koketteren met zelfinzicht. Ik ga daar graag in een volgende post op verder!

(NB De uitspraken van Wolff die ik hierboven citeer, staan in het interview dat in het oktober-novembernummer van SchrijvenMagazine wordt gepubliceerd. Elders op dit blog vind je een bespreking van Wolffs verhaal ‘Hiernaast‘)

En jij?
Kun je iets met Wolffs uitspraak dat een schrijver zijn karakter moet ontwikkelen (in de zin van: inzicht krijgen in zijn of haar eigen karakter en iets met dat inzicht doen)? Levert je dat voor je verhalen iets op? Of vind je het misschien een te vage uitspraak waar je in praktisch opzicht voor je verhalen weinig mee kan?

Je moet niet krabben als het niet jeukt

In het Turkse zaakje waar ik de laatste tijd regelmatig zit te werken kwam er gisteren een vrouw naar me toe om te vragen of ik aan het schrijven was. Ze vertelde dat ze zelf ook schreef en dat ze veel triests had meegemaakt en dat al dat triests haar naar het papier drijft. Ze móét er gewoon over schrijven. Niet eens om met de wereld te delen, maar om te overleven. We raakten verder aan de praat en ze wilde het adres van deze website weten. Toen ik dat had gegeven dacht ik: help, volgens mij gaat ze niet gelukkig worden van al die tips.

Zo’n blog vol met adviezen kan overweldigend zijn – lijkt mij. Een regeltje hiervoor, een regeltje daarvoor. Als je al die regels opvolgt, word je knettergek. Ik zou zelf niet in staat zijn nog een letter op papier te krijgen als ik met al die adviezen die ik hier geef rekening moest houden. Ook al heb ik de adviezen gebaseerd op mijn eigen schrijfpraktijk.

Maar waarom dan dit blog? Op het juiste moment kun je baat hebben bij een advies. Bijvoorbeeld op het moment dat je bij het schrijven tegen een probleem aanloopt en daarvoor een oplossing zoekt. Zeker als dat specifieke probleem zich vaker voordoet. Dan kun je baat hebben bij een advies van iemand die er ook mee te maken heeft.

Maar als je een verhaal hebt geschreven dat is zoals je wilt dat het is, in godsnaam, ga het niet verknallen met het toepassen van regels. Geen regels vanwege de regels. Ook al komen ze van dit blog.

Een mooie vergelijking: in het Boeddhisme zijn er leefregels. Maar die regels zijn er alleen voor diegenen die niet weten hoe ze moeten leven. Als je leven goed is zoals het is, hoef je je helemaal niet met regels bezig te houden.

Je moet niet krabben als het niet jeukt.

En jij?
Hoe ga jij met schrijfadviezen om? Wanneer negeer je ze? Wanneer pas je ze toe? Laat het hieronder weten!