Categorie archief: Je verhaal beperken

Wat Charles D’Ambrosio ons leert over het schrijfproces

Dit is een gastpost van San Bos. Deel 4 in een serie lessen van Charles D’Ambrosio naar aanleiding zijn zojuist verschenen bundel Het dodevissenmuseum (inkijkexemplaar Bol).

San Bos: Hoe ziet uw schrijfproces eruit? Schrijft u al direct met de beperking die een kort verhaal zo nodig heeft of schrapt u veel? Heeft u de plot al voordat u het einde schrijft?

Charles D’Ambrosio

Ik adviseer mensen het proces te leren kennen dat ze het beste ligt. Korte verhalen hebben compressie en verdichting nodig: wat je schrapt of eruit laat is cruciaal maar Lees verder

Beperken en suggereren – de highlights van de workshop op Manuscripta

Op zaterdag 1 september 2012 kun je op Manuscripta terecht voor een nieuwe mini-workshop Korte Verhalen Schrijven met een nieuwe inhoud. Hieronder vind je de tips en oefeningen uit de mini-workshop 2011.

De mini-workshop Korte Verhalen Schrijven die ik vanmiddag op Manuscripta mocht verzorgen, was een groot succes wat betreft het enthousiasme en het aantal deelnemers. Minder succesvol was dat er maar zestig mensen in de zaal konden en er veel meer voor de deur stonden. Voor al diegenen die er niet bij konden zijn, en ook voor diegenen die er wel bij waren en het rustig willen nalezen, volgen hier de highlights van de mini-worskhop, die ik als ondertitel meegaf Beperken en suggereren.

Lees verder

Geef geen uitleg in je verhaal. En wel om deze 5 redenen.

Dat je geen uitleg hoeft te geven, is iets dat we als korte-verhalenschrijver wel weten. Het verhaal van Tobias Wolff dat we vorige keer bekeken, was onder meer zo mooi omdat hij geen uitleg gaf en de dingen voor zich liet spreken. Maar waarom ook alweer kun je uitleg maar beter schrappen?

Waarom het zonder uitleg kan

  1. De lezer is niet dom. Of positief bekeken: geef je lezer de kans om zélf te ontdekken hoe het zit. Dat geeft hem het idee dat hij slim is. En dat idee geeft hem de goede moed die nodig is om verder te lezen.
  2. Het verhaal moet voor zich spreken. Als het niet voor zich spreekt, is er iets mis. En als er iets mis is: leg geen noodverband aan, maar verhelp daadwerkelijk het probleem in de tekst. Uitleg is een pleister, geen structurele oplossing.
  3. Een kort verhaal moet zo kort mogelijk. En als je ergens op kunt besparen, dan is het wel uitleg.
  4. De kunst van het korte verhaal is iets suggereren. En uitleg suggereert niet. Uitleg legt uit, meer doet het niet. Het verhaal wordt er plat van.
  5. Met uitleg stap je uit het perspectief van je personages. En dat vind ik wel een van de belangrijkste argumenten. Een voorbeeld. Stel je een tijd en een milieu voor waarin het gewoon was dat er met de ganzenveer geschreven werd. Als je opschrijft dat dat in die tijd de gewoonte was, dan is dat niet uit het perspectief van je personage, want die staat er niet eens bij stil dat hij met een ganzenveer schrijft, zo gewoon is dat voor hem.

Met uitleg verlaat je het universum van de fictie, en dat is nou juist het universum waar je zo hard aan werkt om het te creëren.

Pas op voor uitleg die zich vermomt. Je komt uitleg bijvoorbeeld ook tegen verkleed als een beschrijving, een dialoog, een innerlijke monoloog, een flashback.

‘Ja maar. Deze flash-back moet gewoon, anders begrijpt de lezer er niets van.’ Het gevoel dat je uitleg moet geven, is geen indicatie om daadwerkelijk uitleg te geven. Het is waarschijnlijk een indicatie dat er een probleem zit in je tekst, en dat je dat moet oplossen.

En waarom geef jij geen uitleg?
Hierboven heb ik wat argumenten gegeven om geen uitleg te geven. Vijf vond ik een mooi aantal om mee te beginnen. Maar er zijn vast meer argumenten te bedenken. Of misschien vind je (anders dan ik) dat uitleg niet geschrapt moet worden? Laat het hieronder weten!

Tobias Wolff – Wat je als verhalenschrijver van hem leert

 

Als verhalenschrijver kunnen we veel leren van andere verhalenschrijvers. Een van mijn helden is de Amerikaan Tobias Wolff, van wie deze week de verzamelbundel Hier begint het verhaal in de Nederlandse vertaling van Guido Golüke en Peter Bergsma is verschenen.
Alleen al een fragment hieruit is een waar college in het schrijven van korte verhalen. Neem het tweede verhaal: Hiernaast (via deze link kun je op de site van de uitgeverij gratis het hele verhaal lezen). Het telt maar 6 pagina’s en lijkt(!) heel simpel in elkaar te zitten. Het begint als volgt:

Citaat uit Hiernaast
Angstig word ik wakker. Mijn vrouw zit op de rand van mijn
bed en schudt aan me. ‘Ze zijn weer bezig,’ zegt ze.
Ik ga naar het raam. Al hun lampen zijn aan, boven en bene-
den, alsof ze het geld voor het verbranden hebben. Hij
schreeuwt, zij gilt iets terug, de hond blaft. Even is het stil, dan
huilt de baby, arm ding.
‘Ga daar maar niet staan,’ zegt mijn vrouw. ‘Straks zien ze je
nog.’
Ik zeg: ‘Ik ga de politie bellen,’ wetende dat ze dat niet hebben
wil.
‘Niet doen,’ zegt ze.
Ze is bang dat ze onze kat zullen vergiftigen als we klagen.
(Uit: Tobias Wolff, Hier begint het verhaal, vertaling Peter Bergsma, uitgeverij Atlas)

Wat we kunnen leren van dit korte fragment

1. Wolff gebruikt het kader van het verhaal op een voorbeeldige manier
Als je dit verhaalbegin zou zien als een foto, dan bevinden de hoofdpersoon en zijn vrouw zich binnen het kader. De ruziënde buren vallen erbuiten (en blijven daar bijna het hele verhaal; alleen van de buurman vangen we later een glimp op). Dat levert een spanning op tussen wat er binnen en buiten het kader gebeurt. Immers, de blik (of nauwkeuriger gezegd: het gehóór) van het hoofdpersonage en zijn vrouw zijn gericht op wat zich buiten het kader bevindt. En dat werkt suggestief. We zien de buren niet, maar de hele foto (het hele verhaal) is van hun aanwezigheid doordrenkt.

2. De lezer komt snel veel te weten
Binnen een paar regels worden alle personages uit het verhaal aan ons voorgesteld: de hoofdpersoon, zijn vrouw, de buurman, de buurvrouw, hun baby en hun hond. (Merk op: al die personages leren we kennen zonder dat we over namen struikelen; er wordt zelfs niet één naam genoemd.)
En we raken niet alleen bekend met de personages, ook met de locatie. We bevinden ons in de slaapkamer van de hoofdpersoon, en van daaruit kun je het huis van de buren zien. Waarschijnlijk is het avond of nacht (al valt dat uit dit korte citaat niet met zekerheid op te maken). Indicatie hiervoor: de hoofdpersoon ligt op bed, bij de buren brandt licht.
En of kennismaking met de personages en de locatie nog niet genoeg is, tekent zich ook al het conflict af: bij de buren is een ruzie en de hoofdpersoon en zijn vrouw weten niet goed wat ze daarmee moeten.
Wow! En dat allemaal in zo’n kort stukje. Het verhaal is pas een paar regels bezig.

3. Maar de schrijver zet nergens het verhaal stil om informatie te geven
Een schrijver met minder talent dan Wolff, zou de informatie als uitleg hebben gepresenteerd. Hij zou ongeveer deze uiteenzetting geven: dit zijn de mensen, hier speelt het zich af, en dit is er aan de hand. En daarna zou hij met het echte verhaal beginnen. Maar Wolff presenteert geen informatie, we komen alles slechts en passent te weten, zonder dat de gebeurtenissen worden stilgezet. In de gebeurtenissen openbaren zich de personages, de locatie en het conflict.

Wat vind jij leerzaam aan het verhaal Hiernaast?
Op de website van uitgeverij Atlas kun je deze maand het complete verhaal Hiernaast lezen (zes korte bladzijdes). Meer over de Wolffs bundel Hier begint het verhaal

vind je bij Bol.com.


EDIT: Interview met Wolff in Schrijven Magazine
In het oktober/november-nummer van Schrijven Magazine komt een (gedeelte van het) interview dat ik begin deze maand met Wolff mocht voeren bij zijn Nederlandse uitegever Atlas. De werktitel van het artikel is No Rules Please, en de lengte waarnaar ik streef is zo’n 1500 woorden. Onderstaande video mocht ik tijdens dat interview opnemen.

 

De geheime kracht van botsende verhaallagen

Creatief werken met verhaallagen, helpt je zowel je verhaal te beperken als het suggestiever te maken. Het voorkomt dat je verhaal saai wordt, en draagt bij aan het drama. Je kunt het meteen toepassen als je je eerste verhaal schrijft, maar ook als je er al heel wat op je naam hebt staan. Het is iets waar ik zelf bij het schrijven terdege rekening mee houd.

Welke lagen er zijn
Laten we eerst kijken welke verhaallagen er zijn:

  • werkelijkheiddat wat zich objectief voordoet. De zon schijnt. Een auto rijdt tegen een boom.
  • waarnemingwat zintuigen registreren. Ik heb het warm. Ik zie een auto tegen een boom rijden (of ik voel de klap als ik in die auto zit).
  • interpretatiewat iemand denkt dat er gebeurt. Ik denk dat ik het warm heb vanwege de zon. Ik realiseer me dat er een ernstig ongeluk is gebeurd.
  • dialoogwat iemand zegt. Ik vraag aan mijn vriendin of ze het ook zo warm heeft. Ik roep om hulp.
  • handelenwat iemand doet. Ik trek mijn t-shirt uit. Ik bel 112.

Hoe saai het literair is als je geen verschil tussen de lagen aanbrengt
Stel je voor: Er is een brand in mijn woonkamer (werkelijkheid). Ik zie dat er brand is (waarneming). Ik vind dat gevaarlijk (interpretatie). Ik bel de brandweer (handeling) en ik zeg dat er brand is en waar ik woon (dialoog). Het feit dat er brand is, kan spannend zijn. Maar deze uitwerking is dat literair gezien zeker niet. Het is één-op-één, voorspelbaar, saai. Als de lezer één laag kent, kent hij ze allemaal.

Gelijke verhaallagen schrappen
In het bovenstaande voorbeeld van de brand kun je verhaallagen schrappen. Zo kun je de beschrijving van de werkelijkheid en ook de interpretatie weglaten; de waarneming volstaat. De handeling en de dialoog kun je zeer kort houden.

Wat je wint als je wel verschil aanbrengt
Maar in plaats van gelijke verhaallagen schrappen, kun je ook verschil aanbrengen tussen de lagen. Stel je voor: nogmaals is er brand (werkelijkheid), maar nu met een paar wezenlijke verschillen. Ik zie vlammen (waarneming), maar ik heb iets te veel geblowd en denk dat het een open haard is (interpretatie). Ik ga er dichterbij zitten omdat ik het koud heb (handelen) en als een vriendin me toevallig belt, verzwijg ik de open haard (dialoog), omdat ik denk dat ze het toch niet zal geloven. Intussen staat de kamer in lichterlaaie, verbrand ik mijn hand, en weet ik niet hoe ik mijn vriendin moet vertellen dat mijn hand pijn doet terwijl ik de open haard blijf verzwijgen.
Zie je hoe een verschil tussen interpretatie en werkelijkheid het verhaal spannend maakt?
En ook hoe de dialoog boeiend wordt door zowel de werkelijkheid als de interpretatie te ontkennen?

Ook tragisch in te zetten
Misschien doet het vorige voorbeeld vermoeden dat je alleen in absurde situaties met verschillen kunt werken. Maar niets is minder waar. Ook in tragische verhalen werkt het wonderwel. Of sterker nog: het verschil maakt je verhalen tragisch.
Dit keer gaan we uit van een zeventigjarige vrouw die haar man heeft verloren. De man was ernstig ziek, ze heeft hem een paar jaar intensief verzorgd. Na zijn overlijden voelt ze opluchting dat ze allebei van het ziekbed verlost zijn (een gevoel dat er in werkelijkheid is). Ze is zich bewust van die opluchting (waarneming) en aanvaart die voor zichzelf (interpretatie). Maar omdat ze bang is haar twee dochters daarmee te kwetsen, vertelt ze hun dat ze het moeilijk heeft met het verlies, dat ze ’s nachts wakker ligt, en nauwelijks nog eet (dialoog). Om haar woorden kracht bij te zetten wil ze vermageren door minder te eten (handelen). Ze woog toch al niet veel, en als ze tien kilo is afgevallen, adviseren haar dochters haar met klem om naar een lotgenotengroep te gaan, en die raad volgt ze op (ook weer: handelen). Ook hier zorgen botsende verhaallagen voor spanning, die dit keer zeker tragisch is te noemen.

Voor de fijnproevers
Overigens is er steeds een andere mogelijkheid dan ja of nee, en dat is dat de verhaallaag iets in het midden laat. Bijvoorbeeld: het is onbekend of er een brand is (onbekende werkelijkheid). Ander voorbeeld: de zeventigjarige vrouw zegt de ene keer tegen haar dochters dat ze het moeilijk heeft, de andere keer dat het meevalt (onbekend wat ze nou echt wil communiceren). Of de vrouw geeft zich wel op voor de lotgenotengroep, maar gaat er niet naartoe (tegenstrijdige handelingen).

Door het schrappen van gelijke lagen, maak je je verhaal korter. Door verschil aan te brengen in verhaallagen (en ook: bínnen verhaallagen) maak je je verhaal spannender.

Nu jij
Mijn vraag aan jou: Is dit iets waar je je bij het schrijven al bewust van was? En als dit nieuw voor je is, denk je het te gaan toepassen? Deel hieronder je ervaring! Jouw feedback helpt me dit blog en het boek vorm te geven.

Waar begin je je korte verhaal?

Er zijn verschillende manieren om je verhaal te begrenzen. Eentje daarvan is de tijd. Je maakt een uitsnede uit de tijd, en zorgt ervoor dat je verhaal daarbinnen blijft. De kunst is om precies de juiste uitsnede te maken, en daarmee je verhaal spanning te geven. Dat is trouwens niet makkelijk en het lukt mij zelden in één keer. Het vraagt heel wat passen en meten, en je kan zeggen dat het een lakmoesproef is. Is je uitsnede best wel aardig voor iemand die niet al te kritisch is? Dan kom je niet verder dan een verhaal dat best wel aardig is voor iemand die niet al te kritisch is. Een mooie uitsnede en een mooi verhaal gaan hand in hand.

Een voorbeeld
Een voorbeeld kan dit principe verhelderen. Ik baseer het op het verhaal Je ziet er niets van uit mijn bundel Intiemer dan seks.
Hoofdpersoon is een man van middelbare leeftijd. Kortgeleden is een oog van hem verwijderd. Zijn omgeving probeert optimisch te zijn en doet of er weinig aan de hand is – in de hoop hem daarmee op te beuren. Voor de man zelf is er wel degelijk iets veranderd, en daar wil hij aandacht voor. Overigens vertel ik je nu deze drijfveer expliciet, maar in het verhaal doe ik dat niet, de personages zijn zich niet bewust van wat hun drijft.

Waar laat je globaal je verhaal beginnen? Maak het klein!
Mogelijkheden te over om een begin te kiezen. Laten we er enkele bekijken:

  1. De geboorte van deze man – hij is een ongewenst kind, maar zijn ouders willen uit geloofsovertuiging geen abortus. Hmm. Je hoort mij niet zeggen dat dit geen kort verhaal kan opleveren, maar ik zie hier meer een roman in.
  2. De man krijgt de diagnose te horen, en hij weet niet hoe het met zijn leven verder moet: hij is bang zowel zijn vrouw als zijn minnares kwijt te raken. Mwah, komt in de buurt, maar het kan korter, strakker, eenvoudiger. Dit gegeven zou ik voor een novelle bewaren.
  3. Zijn vrouw viert haar verjaardag, het is de eerste keer na de operatie dat onze hoofdpersoon onder de mensen komt. Een verjaardag – hoera, dit is aangenaam overzichtelijk. Een feestje, hooguit een paar uur – dat is het type korte verhaal waar ik iets mee kan.

Waar laat je heel precies het verhaal beginnen? Maak het relevant!
Als je eenmaal een globaal begin voor je verhaal hebt, ga je op zoek naar het precieze begin. We gaan ons bovenstaande voorbeeld verder uitwerken.Eens even hardop denken:

  1. De uitnodigingen voor de verjaardag mailen. Tja, het kan, maar een superstrak verhaal levert het niet op. Het laat het verhaal bij voorbaat al in twee episodes uiteenvallen: het versturen van de uitnodigingen en het feest zelf. Laten we verder denken.
  2. De eerste bezoeker meldt zich en onze hoofdpersoon doet open. Hier zie ik mogelijkheden! We beperken ons tot het feest, mooi zo. En er is meteen een confrontatie: de hoofdpersoon kijkt met een oog de eerste bezoeker in de ogen. Maar laten we niet te snel tevreden zijn en nog even verder denken. We kunnen altijd nog terugvallen op deze optie b.
  3. De man en de vrouw treffen voorbereidingen voor de komst van de gasten. De vrouw bakt een taart en de man laat die vanwege zijn beperkte zicht op de grond vallen. Jaja, deze optie vind ik nog beter dan de vorige. We hebben het conflict nu waar het moet zijn: tussen de man en de vrouw. Bovendien zadelt het ons op met een mislukte taart, die we in de loop van het verhaal kunnen opvoeren.

Zoveel schrijvers, zoveel ‘beginnen’
Misschien lijkt het nu of er maar één beste keuze is. En in mijn geval, voor het type verhalen dat ik graag schrijf, is die beste keuze er ook. Maar jij bent een andere schrijver, en je zult een andere keuze maken. Misschien schrijf je wel net als Alice Munro een kort verhaal dat zich in verschillende decennia afspeelt en op een mini-roman lijkt, ondanks het beperkte aantal pagina’s. Dat kan. Maar ook dan moet je bewust je begin kiezen, en dezelfde stappen doorlopen. Die stappen zullen dan voor jou een andere uitkomst opleveren dan voor mij.

En o ja: valt je op dat een strenge begrenzing van de tijd (in het voorbeeld: de duur van een verjaardagsfeestje), hand in hand kan gaan met beperking van de locatie (in het voorbeeld: de keuken en de woonkamer)?

Hoe kies jij je begin?
Graag hoor ik hoe jullie hoe je begin hebben gekozen! Herken je iets van het bovenstaande? Of juist niet? En een heel andere vraag: wat vind je van de lengte van deze post? Te lang om even snel te lezen? Of vind je deze lengte geen probleem?