Categorie archief: Het belang van waarnemen

Exclusief interview met Lydia Davis over het schrijven van korte verhalen. Wat wil zij haar studenten meegeven?

Lydia Davis, foto (c) Ton Rozeman

Lydia Davis was in Nederland vanwege de vertaling die van haar Collected Stories verscheen. Deel 1 daarvan kreeg de titel Bezoek aan haar man (inkijkexemplaar). Deel 2 de titel: Varianten van ongemak (inkijkexemplaar).

Dit is een gastpost van Annemieke Bos.

Je bent werkzaam als vertaler, docent in creative writing en schrijfster. Hoe krijg je je werk voor elkaar? Volg je een bepaalde discipline?

Lees verder

Het ultrakorte verhaal – wat Lydia Davis en Franz Kafka ons leren

Lydia Davis en Franz Kafka kunnen ons veel leren over het ultrakorte verhaal. Gek genoeg kan ik dat het beste uitleggen aan de hand van… de fotografie. En nog specifieker: aan de hand van de actiemodus van een fototoestel. Misschien denk je wel: wat moet ik me daarbij voorstellen? Dat was ook mijn eerste gedachte. Maar heb even geduld… en je zult zien dat het beloond wordt.
Lees verder

Meta-verhaal: wat het is en hoe je het schrijft

Het korte verhaal op de rand van essay

Meestal is een kort verhaal de lens waardoor we naar de wereld kijken. Maar we hoeven in een kort verhaal niet altijd dóór de lens te kijken, we kunnen ook kijken náár de lens. We kunnen in een kort verhaal onderzoeken wat die lens doet, ofwel: wat een kort verhaal is. Er is zelfs een (sub)genre dat hieraan gewijd is: het korte verhaal dat het korte verhaal onderzoekt. Zelf noem ik het: het korte verhaal op de rand van essay.

Een van de schrijvers die bij uitstek het korte verhaal voor haar camera neemt om het vanuit verschillende invalshoeken te bekijken, is Ali Smith. Daarvan getuigen alleen al de titels van  haar bundels Other stories and other stories en The whole story and other stories. En ook in haar meest recente bundel The first person and other stories (in het Nederlands uitgegeven als De eerste persoon en andere verhalen) pakt ze het korte verhaal weer bij de lurven.

Meteen al in het openingsverhaal daarvan is het raak: Waar kort verhaal (een krappe dertien pagina’s) bestaat uit verschillende fragmenten, verschillende tekstvormen zou je het kunnen noemen, aan elkaar geregen om er een doorlopend kort verhaal van te maken, een doorlopend onderzoek. We lezen over een anekdote, een antwoordapparaat, telefoongesprekken, een mythe, overpeinzingen en aforismen. Monica Ali’s verhaal begint met een scène waarin een schrijfster (genaamd Ali) in een café een gesprek afluistert van twee mannen het tafeltje naast haar.

CITAAT

De jongeman praatte over het verschil tussen de roman en het korte verhaal. De roman, zei hij, was een verlepte oude hoer.

Een verlepte oude hoer! zei de oudere man en keek verrukt.

Ze was best dienstig, geriefelijk, warm en vertrouwd, zei de jongeman, maar wel enigszins afgeleefd, eigenlijk iets te flets en flodderig.

Flets en flodderig! lachte de oudere man.

Terwijl het korte verhaal daarbij vergeleken een lichtvoetige godin was, een slanke nimf. Omdat zo weinig mensen het korte verhaal machtig waren, was ze nog steeds bijzonder goed in vorm.

Bijzonder goed in vorm! De ouder man grijnsde breeduit. Hij was waarschijnlijk oud genoeg om zich de periode in zijn leven, nog niet zo lang geleden, te herinneren waarin het op z’n minst ietwat gewaagd was zo te praten. Ik vroeg me terloops af hoeveel boeken in mijn huis te neuken waren en hoe goed ze zouden zijn in bed. Ik zuchtte, haalde mijn mobieltje tevoorschijn en belde mijn vriendin, met wie ik in de regel op vrijdagochtend naar dit café ging.

(Uit: Monica Ali, Waar kort verhaal, vertaling Hien Montijn)

In het verloop Waar kort verhal komen we naast het gesprek (de dialoog) ook andere tekstvormen tegen. De vriendin met wie het personage Ali belt, Kasia, ligt ernstig ziek in het ziekenhuis. We luisteren eerst naar de tekst die de telefooncentrale van het ziekenhuis laat horen (telefoonbeantwoorder). Daarna volgt het gesprek tussen Ali en Kasia. Kasia is korte-verhalen-specialist en de vrouwen bediscussiëren de stelling dat de roman een verlepte hoer is en het korte verhaal een nimf (telefoongesprek). Later die dag spreekt Kasia het antwoordapparaat van Ali in om haar visie nader toe te lichten (antwoordapparaat). Daarna volgt een gesprek tussen de twee vrouwen, dit keer zowel over het korte verhaal als over het medicijn Herceptin, dat op dat moment nog in een experimentele fase verkeert (telefoongesprek). Ali vertelt de lezer over dit medicijn (uiteenzetting). Daarna gaat ze abrupt verder met een mythe (tekstvorm!) Na deze mythe volgt een flashback over Ali’s eerste ontmoeting met Kasia. Daarna volgen dertien aforismen (tekstvorm!), waarvan de eerste drie luiden:

Franz Kafka zegt dat het korte verhaal een kooi is op zoek naar een vogel. (Kafka is al vierentachtig jaar dood, maar ik kan nog steeds ‘Kafka zegt’ zeggen. Dat is een van de manieren waarop kunst omgaat met onze sterfelijkheid.)

Tzvetan Todorov zegt dat het kenmerk van het korte verhaal is dat het zo kort is dat het ons niet de tijd geeft te vergeten dat het alleen maar om literatuur gaat en niet om het echte leven.

Nadine Gordimer zegt dat korte verhalen per definitie gaan over het huidige moment, zoals de korte flits van een aantal vuurvliegjes hier en daar in het donker.

(Uit: Monica Ali, Waar kort verhaal, vertaling Hien Montijn)

Kortom, het wemelt in Waar kort verhaal van de tekstvormen. En of de dertien aforismen niet genoeg zijn, lezen we ten slotte een samenvatting van het verhaal, deels in de vorm van een verantwoording (ook al weer een tekstvorm).

Zie je dat Ali Smith op twee manieren het korte verhaal ontleedt?

a. inhoud

Enerzijds fileert Smith het genre van het korte verhaal via de inhoud. Herhaaldelijk verwijst ze in die inhoud naar het korte verhaal, bijvoorbeeld in de uitspraak dat de roman een oude hoer is en het korte verhaal een jonge nimf, in de gesprekken die de hoofdpersoon met haar vriendin voert, en in de aforismen die ze citeert.

b. vorm

Anderzijds gaat Smith het korte verhaal via de vorm te lijf, getuige de vele vormen die we hierboven al opmerkten.

Overigens speelt Smith niet alleen in het openingsverhaal Waar kort verhaal met het genre, ook in andere verhalen uit deze bundel doet ze dat. Zo vraagt ze zich in het verhaal De derde persoon af wat de betekenis is van de (grammaticale) derde persoon, om tot de conclusie te komen: ‘De derde persoon is een ander paar ogen. De derde persoon is een voorgevoel van God. De derde persoon is een manier om een verhaal te vertellen. De derde persoon is het weer tot leven wekken van de doden.’

Als we het korte verhaal Waar kort verhaal van Ali Smith zien als een prototype van het korte verhaal dat het korte verhaal onderzoekt (of met andere woorden: als een kort verhaal op de rand van essay) kunnen we daar een paar regels uit afleiden. Natuurlijk kun je als schrijver deze regels aan je laars lappen en op je eigen manier te werk gaan. Maar als je graag met een voorbeeld werkt, kan dat als volgt:

inhoud

1. Ga als een literatuuronderzoeker te werk. Waarom pakken wij schrijvers het gewoonlijk op de ene manier aan en niet op de andere? Wat gebeurt er bijvoorbeeld met een verhaal als werkwoorden niet meer werken? Of als vragen niet meer vragen? Of als één zin meerdere alinea’s omvat, zelfs meerdere verhalen omvat? Daar kan je verhaal over gaan.

2. Doorbreek de illusie dat we in een verhaal het leven zelf ervaren. Ook al komen er in je verhaal levensechte gebeurtenissen voor, behandel die gebeurtenissen als tekst, als verhaalelementen.

3. Meta-communiceer. Communiceer over het communiceren. Verhaal over het verhaal. Bediscussieer eventueel de regels en gewoonten van het genre.

vorm

4. Werk met ongebruikelijke vormen. Een bijbeltekst, een scenario, een voetbalcommentaar. Je bedenkt vast zelf andere vormen die bij je verhaal passen.

5. Speel met de rangschikking. De meeste traditionele verhalen zijn volgens een tijdsverloop geordend – zelfs als ze met flashbacks en flashforwards werken, is tijd het leidende principe. Kies eens voor een thematische ordening door bijvoorbeeld alles wat met geluk te maken heeft bij elkaar te zetten, en daarna alles wat met ongeluk te maken heeft. Of zet alle uitspraken van personage a bij elkaar, dan alles van b, dan alles van c.

6. Realiseer je dat je je niet tot één vorm hoeft te beperken. Wissel aforismen af met ingesproken boodschappen op een antwoordapparaat. Of kinderuitspraken met een financieel jaarverslag.

pas op

7. Zorg dat het geen trucje wordt. Maak het geen kunstje om het kunstje. Ga op zoek naar de kern, blijf niet aan de buitenkant. Een verhaal op de rand van essay is meer dan een laag make-up aanbrengen op een traditioneel verhaal. Een concept is iets dat je overdenkt, uitwerkt, bijstelt, opnieuw overdenkt.

8. Zorg dat vorm en inhoud bij elkaar passen. Misschien doen al die voorbeelden die je kreeg, je denken dat je er een grabbelton van kan maken, een beetje mythe hier, een beetje telefoongesprek daar. Maar dat is de bedoeling niet. Als je bijvoorbeeld kiest voor een telefoongesprek, dan moet dat ook inhoudelijk een relatie hebben met je verhaal. Je vorm ondersteunt je inhoud. Je inhoud ondersteunt je vorm. Je vorm en inhoud zijn twee kanten van dezelfde medaille.

9. Gebruik het etiket ‘essay’ of ‘experiment’ niet om een mislukte tekst op te leuken. Als je een traditioneel verhaal hebt geschreven dat niet goed uit de verf kwam, verkoop het dan niet aan jezelf en anderen als een experiment. Een experiment is een zoektocht. Als je traditionele verhaal niet vanuit een zoektocht tot stand kwam, is het geen kort verhaal op de rand van essay. Punt.

En jij?

Ken jij korte verhalen op de rand van essay? Laat het ons weten! Schrijf je ze zelf? Vertel er hier over! Dank je wel.

Verhalen gaan over waarnemen (maar sommige gaan er meer over dan andere…)

We hebben al een paar keer stilgestaan bij ‘kijken’. Zo kon je lezen over bewust kijken en over ‘kijken’ als thema in je verhaal. Nan Prüst reageerde op die laatste post met de vraag of eigenlijk niet alle verhalen over kijken gaan. Ik weet het niet zeker, al zou ik  graag met ‘ja’ antwoorden. Om meer meningen hierover te horen, vind je onderaan deze post een poll. Laat van je horen!

Van de serie over ‘kijken’ vandaag het derde deel. We zoomen we in op een voorbeeld dat veelzeggend is en dat je kan helpen als je zelf een verhaal schrijft.

Voorbeeld: Robin Black, De Geleide
Een echt schitterend voorbeeld van een verhaal waarbij het kijken een grote rol speelt is De Geleide van de Amerikaanse schrijfster Robin Black. (Je kunt dit verhaal gratis downloaden.) Het verhaal staat in haar recente debuutbundel Als ik van je hield, zou ik je dit vertellen. In dit verhaal gaat een vader met zijn blinde puberdochter haar eerste geleidehond uitzoeken. Het verhaal speelt zich in een paar uur af (met wat herinneringen er doorheen verweven).

Kijken
Verhalen gaan over kijken. In het verhaal De Geleide kijkt de vader veel naar zijn dochter. Hij kan haar de hele autorit op weg naar de hond onbespied waarnemen, en dat doet hij met vertedering. En hij kan niet alleen naar haar kijken, hij kan ook voor haar kijken. Wanneer zijn dochter hem vraagt hoe het huis van de hondeneigenaar eruit ziet, zegt het verhaal:

“Hij zou eraan gewend moeten zijn dat hij haar ogen is. Hij zou dat langzamerhand niet eens meer moeten merken. Maar nu hij in de auto zit te turen naar dat non-descripte huis, merkt hij dat hij zich verzet tegen haar vragen, zoals hij steeds vaker doet wanneer het een smaakkwestie betreft. Is hij knap? Zijn de bloe- men mooi? Leuk huis? Begrijpt ze hoe vaak die kwesties een mening betreffen en geen feiten? Beseft ze dat ze waarschijnlijk van mening zouden verschillen als ze zelf over die dingen kon oordelen? Dringt het nooit tot haar door wat een zwaar-beschadigd, bijziend filter hij is geworden?” Uit: Robin Black, Als ik van je hield zou ik je dit vertellen, vertaling Reintje Ghoos, uitgeverij Contact

Wegkijken
Veel verhalen gaan niet alleen over kijken, maar ook over wegkijken. In ‘De Geleide’ kijkt de vader niet alleen voor zijn dochter, hij kijkt ook weg voor haar, tegen beter weten in denkend dat hij haar daarmee beschermt. Hij denkt dat wat hij haar niet vertelt, niet voor haar bestaat. Zo is zijn huwelijk met haar moeder niet meer wat het geweest is, maar dat laat hij haar niet zien.

“In het huis van een blind kind kan een huwelijk blijkbaar heel makkelijk ontaarden in een ongeziene pantomime. Ann en hij konden elke maaltijd hun middelvinger naar elkaar opsteken, wist Lila veel.”

Maar vandaag komen er scheuren in de veilige wereld die hij (Jack) voor haar ontworpen denkt te hebben. Hij zal niet langer haar ogen zijn, die functie gaat de hond overnemen. Als hij van een afstandje kijkt hoe zijn dochter met de hond wandelt, noteert de schrijfster:

“Hij kijkt naar het tafereel en probeert het in zich op te nemen. Dit is het schepsel dat van nu af aan de ogen van zijn dochter wordt. De vervanger van Jack, in zekere zin, begrijpt hij.”

Epifanie: anders kijken
De catharsis (epifanie) kan eruit bestaan dat je personage anders gaat kijken. In het voorbeeldverhaal ontvouwt de epifanie zich als de vader uiteindelijk gedwongen wordt te kijken naar iets waarvan hij altijd heeft weggekeken. Hoe dat precies zit, vind ik een spoiler, en laat ik je liever zelf ontdekken bij het lezen van het verhaal. Belangrijk is in ieder geval dat ‘kijken’ en ‘kennen’ met elkaar te maken hebben. Wanneer we niet echt naar iemand willen kijken, dan krijgen we een onjuist beeld van die persoon. Pas als we uiteindelijk daadwerkelijk naar de ander willen (of moeten) kijken, dan leren we die ander kennen.

En jij?
Ken jij verhalen waarin ‘kijken’  of ‘wegkijken’ een meer dan gemiddelde rol speelt? Help ons en noem schrijver, verhaal, en bundel, en geef een korte toelichting. Ik ben benieuwd naar jullie voorbeelden… Dank je wel alvast! (Gezien de aard van dit blog: beperk je tot verhalenbundels.)

Kijken – niet alleen een vaardigheid maar ook een thema

Heel wat korte verhalen gaan over kijken. ‘Kijken’ is niet alleen een vaardigheid die vooraf gaat aan het schrijven, het is ook iets wat je kunt onderzoeken in je korte verhaal, iets wat je kunt thematiseren.

Een  voorbeeld
Een mooi voorbeeld van een verhaal waarin ‘kijken’ een grote rol speelt, is het op dit blog al eerder besproken ‘Hiernaast’ van Tobias Wolff, waarin een echtpaar kijkt en luistert naar de vechtende buren. Misschien kijkt het echtpaar ook naar de ruziënde buren om niet naar zichzelf te hoeven kijken. Het echtpaar vlucht namelijk wel vaker van zichzelf weg: door naar de tv te kijken bijvoorbeeld. En als de man het einde van een film niet bevalt, dan verzint hij er zijn eigen einde bij. Dat zelf-verzonnen einde is zelfs het einde van het verhaal: de blik is afgewend van henzelf, afgewend van de buren, afgewend van een ongewenst filmeinde. We zien wat de man wil zien: ‘Aan het eind zien we de ontdekkingsreizigers slapen in een wei vol witte bloemen. De bloemblaadjes zijn nat van de dauw en kleven aan hun lichaam (…)  Ze gaan staan en steken hun armen in de lucht, als witte bomen in een land waar nog nooit iemand is geweest.’ (Uit: Tobias Wolff, Hiernaast, Vertaling: Peter Bergsma, lees hier het complete verhaal)

Hoe je zelf ‘kijken’ in je verhaal kunt inzetten

1. Geef je personage een drijfveer en laat hem vanuit die drijfveer naar zijn wereld kijken. Hij ziet wat hij wil zien. En wat hij wil zien, zegt iets over hem. Door zijn blik leert de lezer hem kennen. Soms worstelen schrijvers met welke details ze in het verhaal moeten opnemen. Een mogelijke oplossing: neem die details op die je personage ziet vanuit zijn perspectief, vanuit zijn drijfveer.

2. Laat je personage ook wegkijken. Laat je personage vanuit zijn drijfveer niet alleen naar iets kijken, maar ook dingen níet zien, over het hoofd zien. Een workaholic heeft wel oog voor zijn werk, maar bijvoorbeeld niet voor zijn kinderen. En als hij ze dan toch opmerkt, is het alleen even kort, omdat ze hem afleiden van zijn werk.

3. Laat de blik (de visie) van je personage zich ontwikkelen. In het voorbeeldverhaal Hiernaast begint het personage met naar de realiteit te kijken: de ruziënde buren. Uiteindelijk kijkt hij naar een zelf bedachte utopie: het einde dat hij bij de film heeft verzonnen. De verandering van de blik is de catharsis (de epifanie) van het verhaal. Zorg er in je verhaal voor dat je personage uiteindelijk net iets anders naar zichzelf of naar zijn omgeving kijkt. Of op een net iets andere manier wegkijkt…

En jij
Hierboven las je drie manier waarmee je ‘kijken’ in je verhaal kunt inzetten. Maar er zijn er vast meer te bedenken. Help je mee het rijtje uit te breiden?

Wie is toch degene die kijkt?

Wat het allerbelangrijkste is bij het schrijven? Ik geloof niet dat ik me kan beperken tot één ding. Maar wat ik in ieder geval heel belangrijk vind is: kijken.

Kijken is een van de basis-vaardigheden als het gaat om kunst maken. Zonder kijken geen kunst. Zonder kijken geen korte verhalen.

Het gebeurt me regelmatig dat ik een om-mijn-vingers-af-te-likken zo goed verhaal lees, en dat ik denk: dit herken ik, hier had ik zelf ook over kunnen schrijven! Maar ik heb het verhaal niet geschreven, want  ik heb zelf niet bewust genoeg naar het onderwerp (bijvoorbeeld een gebeurtenis) gekeken, ik heb mijn aandacht er niet op gericht om erover te schrijven, ik heb de ‘schrijfwaardigheid’ van het onderwerp niet ingezien.

Invalshoeken om beter te leren kijken:

1. Hoe kijkt het personage in het verhaal dat je leest?
Als ik door een verhaal word gegrepen (en dat gebeurt me gelukkig vaak), vergeet ik er technisch naar te kijken. Maar bij het herlezen vraag ik me standaard af: Wie is degene die in dit verhaal kijkt? En hoe wordt zijn blik beïnvloed door zijn denkkader, door zijn gekleurde bril? Hoe leer ik het karakter kennen door zijn manier van kijken?

2. Hoe kijken de mensen met wie je in real life te maken hebt?
Een paar keer per week kom ik in het centrum van Den Haag. Ik kom daar mijn hele leven al, en eerlijk gezegd valt me er niet zoveel meer op. Maar op een keer liep ik er met een architecte, en ineens stonden er gebouwen die er nog nooit hadden gestaan! Door haar achtergrond, door haar blik, door wat ze vertelde, werd ik me van gebouwen bewust die me niet eerder waren opgevallen. Ik kreeg zelfs oog voor gebouwen waar ze níét over sprak. Ik kon op een andere manier kijken, ik werd mijn omgeving op een andere manier gewaar, ik kon me ook een beetje in de architecte verplaatsen. Een soortgelijke ervaring heb ik soms in mijn eigen woonkamer als ik visite over de vloer heb. Ik vraag me af hoe ze naar mijn kamer kijken, hoe ze dat vanuit hun achtergrond doen. Als de visite eenmaal weg is, is de kamer anders dan voor hun komst, dan duurt het een tijdje voor hun afwezigheid en hun blik verdwenen is.

3. Hoe kijk jij zelf?
Misschien is het moeilijkste wel: onbevooroordeeld naar mezelf kijken. Soms lukt het me, dan kan ik van een afstandje naar mezelf kijken. Meestal met eenvoudige dingen: dan sta ik bijvoorbeeld op uit bed, en laat ik mezelf mijn gang gaan. De dingen die ik doe, laat ik dan aan mezelf over, zonder me ermee te bemoeien. De waarnemende ‘ik’ kijkt ernaar, en registreert. Het kan me ook gebeuren in wat complexere situaties: in een moeilijk gesprek waarin ik het gevoel heb dat ik me moet verantwoorden. Dan kan ik naar mezelf kijken, en de handelende ‘ik’ zien incasseren, argumenteren, plannetjes maken. Ooit dacht ik dat het mezelf ‘splitsen’ in een handelende en een toekijkende ‘ik’ wat ongezond was, maar nu denk ik dat het geen kwaad kan om ook van de buitenkant waar te nemen wat ik doe. Ik denk ook niet dat het te maken hoeft te hebben met navelstaarderij. Ik ben gewoon materiaal voor mezelf, zoals een schilder een zelfportret maakt, niet omdat hij op zichzelf kickt, maar omdat hij zichzelf voor handen heeft – onder alle omstandigheden, juist ook onder die omstandigheden waarin iemand niet gezien wil worden.

Help je mee aan dit blog?
Hoe oefenen jij in kijken? Heb je daar een methode voor? En hoe laat je jouw kijk-ervaring terugkomen in je verhalen? Ik hoop dat we van elkaar kunnen leren.

PS In de vorige post beloofde ik terug te komen op het onderwerp: karakter van de schrijver. Volgens mij heeft ‘kijken’ daar veel mee te maken. Kijken is nodig om jezelf te kunnen zien, om je te ontwikkelen, als mens én als schrijver.