Categorie archief: Dialoog

Dit leert Amy Bloom je over dialoog in het korte verhaal

Tijdens de eerste bijeenkomst van het Leesblok Korte Verhalen van de Schrijversvakschool Amsterdam bespraken we Waar de God van liefde is van Amy Bloom (inkijkexemplaar).

In het begin van het verhaal ‘Slaapwandelen’ doet Amy Bloom iets bijzonders met de dialoog. Wat is er aan de hand? Lees verder

Schrijftips: Do’s and don’ts uit de Schrijfbibliotheek

Deze maand vierde uitgeverij Augustus dat het dertigste deel van De Schrijfbibliotheek verschijnt. Een goede gelegenheid om enkele schrijvers van de handboeken te vragen naar hun belangrijkste do’s & don’ts. Ik heb ze voor je vastgelegd op video.

In de eerste video vind je tips over onder andere:

  • Spanning in verhalen (René Appel)
  • De 36 dramatische situaties (Jan Veldman)
  • Conflict (Jan Brokken)

In de tweede video (hieronder) vind je tips over onder andere:

  • Conflict & Personage (Frans Stüger)
  • Storytelling in 12 stappen (Mieke Bouma)
  • Begin en einde (Ton Rozeman)


Lees verder

Contrast – een belangrijk middel

Een van de technieken die je kunt inzetten in je korte verhaal, is het werken met contrast. Ook wat dat aangaat, lijkt een kort verhaal op een foto.
Contrasten kunnen mede de sfeer maken. En contrasten bepalen in hoeverre de elementen van je verhaal van elkaar zijn te onderscheiden. Ze kunnen ervoor zorgen dat het onderscheid toeneemt, maar ook dat het afneemt of zelfs helemaal verdwijnt. In een foto gaat het om het verschil tussen licht en schaduw. In je korte verhaal gaat het om andere verschillen. Contrast kan je helpen met weinig woorden iets neer te zetten, en dat is bij een kort verhaal geen overbodige luxe.

Hoe je in je verhaal contrast kunt aanbrengen

1. personages

contrast tussen personages
Bij het onderscheid tussen personages kun je denken bijvoorbeeld denken aan:

  • man en vrouw
  • jong en oud
  • introvert en extravert
  • allochtoon en allochtoon
  • rijk en arm

De lijst kun je aanzienlijk uitbreiden. Probeer het maar. In je verhaal kun je die verschillen benadrukken, of juist verdoezelen. Verdoezel je de verschillen helemaal, dan zijn de personages niet meer van elkaar te onderscheiden. Drijf je de verschillen op de spits, dan wordt je verhaal zwart-wit, karikaturaal, psychologisch oppervlakkig. Meestal ga je op zoek naar een balans.

contrast binnen personages
Bij het fotograferen zul je er meestal niet voor kiezen om de ene persoon volledig in de schaduw te zetten en de andere volledig te belichten. Het ligt meer voor de hand ieder persoon bij het spel van licht en schaduw te betrekken. Dat geldt ook voor een verhaal. Meestal heeft ieder personage zowel sympathieke als onsympathieke trekken, mannelijke en vrouwelijke kenmerken, ziet hij zowel de licht- als de schaduwzijde van de situatie waar hij in zit.

2. gebeurtenissen
Net als bij personages, kun je bij gebeurtenissen onderscheid maken tussen het contrast tussen gebeurtenissen, en contrast binnen gebeurtenissen.

contrast tussen gebeurtenissen

Bij het contrast tussen gebeurtenissen kun je denken aan:

* somber en vrolijk
* eenvoudig en complex
* verwacht en onverwacht
Ook deze lijst kun je heel lang maken.

contrast binnen gebeurtenissen

Een gebeurtenis is zelden helemaal het een of helemaal het ander. Rondom een begrafenis kan soms ook gelachen worden. Bij een bruiloft kan de sfeer ook om te snijden zijn. Iemand die gegijzeld wordt, kan ook liefde voor de gijzelaar voelen (het Stockholmsyndroom). Met contrasten binnen je gebeurtenissen maak je je verhaal psychologisch aantrekkelijk.

3. Andere contrasten
Hierboven bespraken we twee elementen van je verhaal uitvoeriger: personages en gebeurtenissen. Maar in principe kun je bij alles in je verhaal contrast aanbrengen:

  • decor
  • manier van spreken
  • zinslengte

Dit heeft ook met het ritme van je verhaal te maken. Hierover schreef Thomas Verbogt een mooi deel in de Schrijfbibliotheek: Schrijven is ritme.

Een juist contrast
Er is niet zoiets als een voorgeschreven hoeveeheid contrast die altijd werkt. Belangrijk is wel:

  • niet te veel
  • niet te weinig
  • op de juiste plaatsen

Maar wat dat concreet inhoudt, is in ieder verhaal anders. Wat in het ene verhaal te veel contrast is, kan in het andere verhaal te weinig zijn. Bij een foto genomen in volle zon, zul je de schuif van het contrast naar links zetten. Bij een foto in de schaduw juist naar rechts.

Zelf zet ik meestal in op een hoog contrast binnen het personage en binnen de gebeurtenis. Dat typeert mijn verhalen. Met de andere contrasten ben ik iets minder bezig. Maar nu ik er zo over nadenk, kan het geen kwaad ook de andere mogelijkheden van het contrast bewuster te gaan gebruiken.

En jij?
Welke contrasten zijn in jouw verhalen meestal belangrijk? En welke mogelijkheden voor contrast zou je in je verhalen meer willen onderzoeken?

De geheime kracht van botsende verhaallagen

Creatief werken met verhaallagen, helpt je zowel je verhaal te beperken als het suggestiever te maken. Het voorkomt dat je verhaal saai wordt, en draagt bij aan het drama. Je kunt het meteen toepassen als je je eerste verhaal schrijft, maar ook als je er al heel wat op je naam hebt staan. Het is iets waar ik zelf bij het schrijven terdege rekening mee houd.

Welke lagen er zijn
Laten we eerst kijken welke verhaallagen er zijn:

  • werkelijkheiddat wat zich objectief voordoet. De zon schijnt. Een auto rijdt tegen een boom.
  • waarnemingwat zintuigen registreren. Ik heb het warm. Ik zie een auto tegen een boom rijden (of ik voel de klap als ik in die auto zit).
  • interpretatiewat iemand denkt dat er gebeurt. Ik denk dat ik het warm heb vanwege de zon. Ik realiseer me dat er een ernstig ongeluk is gebeurd.
  • dialoogwat iemand zegt. Ik vraag aan mijn vriendin of ze het ook zo warm heeft. Ik roep om hulp.
  • handelenwat iemand doet. Ik trek mijn t-shirt uit. Ik bel 112.

Hoe saai het literair is als je geen verschil tussen de lagen aanbrengt
Stel je voor: Er is een brand in mijn woonkamer (werkelijkheid). Ik zie dat er brand is (waarneming). Ik vind dat gevaarlijk (interpretatie). Ik bel de brandweer (handeling) en ik zeg dat er brand is en waar ik woon (dialoog). Het feit dat er brand is, kan spannend zijn. Maar deze uitwerking is dat literair gezien zeker niet. Het is één-op-één, voorspelbaar, saai. Als de lezer één laag kent, kent hij ze allemaal.

Gelijke verhaallagen schrappen
In het bovenstaande voorbeeld van de brand kun je verhaallagen schrappen. Zo kun je de beschrijving van de werkelijkheid en ook de interpretatie weglaten; de waarneming volstaat. De handeling en de dialoog kun je zeer kort houden.

Wat je wint als je wel verschil aanbrengt
Maar in plaats van gelijke verhaallagen schrappen, kun je ook verschil aanbrengen tussen de lagen. Stel je voor: nogmaals is er brand (werkelijkheid), maar nu met een paar wezenlijke verschillen. Ik zie vlammen (waarneming), maar ik heb iets te veel geblowd en denk dat het een open haard is (interpretatie). Ik ga er dichterbij zitten omdat ik het koud heb (handelen) en als een vriendin me toevallig belt, verzwijg ik de open haard (dialoog), omdat ik denk dat ze het toch niet zal geloven. Intussen staat de kamer in lichterlaaie, verbrand ik mijn hand, en weet ik niet hoe ik mijn vriendin moet vertellen dat mijn hand pijn doet terwijl ik de open haard blijf verzwijgen.
Zie je hoe een verschil tussen interpretatie en werkelijkheid het verhaal spannend maakt?
En ook hoe de dialoog boeiend wordt door zowel de werkelijkheid als de interpretatie te ontkennen?

Ook tragisch in te zetten
Misschien doet het vorige voorbeeld vermoeden dat je alleen in absurde situaties met verschillen kunt werken. Maar niets is minder waar. Ook in tragische verhalen werkt het wonderwel. Of sterker nog: het verschil maakt je verhalen tragisch.
Dit keer gaan we uit van een zeventigjarige vrouw die haar man heeft verloren. De man was ernstig ziek, ze heeft hem een paar jaar intensief verzorgd. Na zijn overlijden voelt ze opluchting dat ze allebei van het ziekbed verlost zijn (een gevoel dat er in werkelijkheid is). Ze is zich bewust van die opluchting (waarneming) en aanvaart die voor zichzelf (interpretatie). Maar omdat ze bang is haar twee dochters daarmee te kwetsen, vertelt ze hun dat ze het moeilijk heeft met het verlies, dat ze ’s nachts wakker ligt, en nauwelijks nog eet (dialoog). Om haar woorden kracht bij te zetten wil ze vermageren door minder te eten (handelen). Ze woog toch al niet veel, en als ze tien kilo is afgevallen, adviseren haar dochters haar met klem om naar een lotgenotengroep te gaan, en die raad volgt ze op (ook weer: handelen). Ook hier zorgen botsende verhaallagen voor spanning, die dit keer zeker tragisch is te noemen.

Voor de fijnproevers
Overigens is er steeds een andere mogelijkheid dan ja of nee, en dat is dat de verhaallaag iets in het midden laat. Bijvoorbeeld: het is onbekend of er een brand is (onbekende werkelijkheid). Ander voorbeeld: de zeventigjarige vrouw zegt de ene keer tegen haar dochters dat ze het moeilijk heeft, de andere keer dat het meevalt (onbekend wat ze nou echt wil communiceren). Of de vrouw geeft zich wel op voor de lotgenotengroep, maar gaat er niet naartoe (tegenstrijdige handelingen).

Door het schrappen van gelijke lagen, maak je je verhaal korter. Door verschil aan te brengen in verhaallagen (en ook: bínnen verhaallagen) maak je je verhaal spannender.

Nu jij
Mijn vraag aan jou: Is dit iets waar je je bij het schrijven al bewust van was? En als dit nieuw voor je is, denk je het te gaan toepassen? Deel hieronder je ervaring! Jouw feedback helpt me dit blog en het boek vorm te geven.