Hoe een verhaal te beginnen? Over het begin van het begin

 

In deze en de volgende blogposts lees je over de totstandkoming van mijn verhalenbundel Wat ik van liefde weet, die in oktober verscheen bij Nieuw Amsterdam, Uitgevers. Welkom in mijn keuken. Deel 2: Hoe een verhaal te beginnen? Over het begin van het begin

 

Ik weet  niet meer heel precies welk van deze verhalen uit de bundel Wat ik van liefde weet het eerste is verwekt. Ik heb er nogal op los geschreven, dan eens met dit verhaalidee geflirt, dan eens met dat.

Toch zijn er wel mijlpalen die mijn leven en daarmee ook mijn schrijven markeren: woningen waar ik introk en weer uittrok, partners die ik verliet of die mij verlieten. De verhalen uit deze bundel horen allemaal bij de ene of de andere periode uit mijn leven, en op die manier kan ik ze globaal rangschikken.

Ik sluit toch niet uit dat het openingsverhaal, ‘Zwarte Weduwe’, het oudste is van deze bundel. Ik schreef het in een tijd dat ik bijkwam van een relatie die me alle hoeken van de kamer had laten zien. In die voorbije relatie leken tegenstrijdigheden te zitten die ik maar moeilijk met elkaar kon rijmen. Eén van die tegenstrijdigheden heb ik als uitgangspunt genomen voor dit verhaal.

 

Alsof je een ongeluk hebt bijgewoond

Het was ook een periode waarin ik onder de invloed kwam van de Braziliaanse schrijver Dalton Trevisan, aan wie dit verhaal een hommage is. Ik had voorafgaand aan ‘Zwarte Weduwe’ al wat aanzetjes geschreven voor verhalen in die stijl. Wat me daarbij voor ogen stond was een enorme vaart: zinnen en gebeurtenissen die over elkaar heen buitelen, brokstukken maken, mannen en vrouwen die elkaar in volle hevigheid de tent en het huwelijk uit vechten. Ik had daar wel iets mee, ik voelde een verwantschap met mijn eigen leven. Het moesten verhalen worden die je het gevoel gaven dat je niet een verhaal hebt gelezen maar een ongeluk hebt bijgewoond, zoals Rudy Kousbroek over het werk van Dalton Trevisan schreef.

 

Met een vonk tot leven wekken

Maar mijn eerste aanzetten in deze richting bleken steeds vooral vorm, ze hadden niet een inhoud die me uit mijn sokken blies, ze bleven probeersels die de vonk misten waarmee ze tot leven konden gewekt. Totdat daar ineens op mijn scherm deze woorden verschenen die het begin van ‘Zwarte Weduwe’ zouden worden:

Soms wil ze dood, soms wil ze een kind van je.

Die zin was een  geschenk. In slechts enkele woorden zette hij het vrouwelijke personage neer, en dat vrouwelijke personage had én een  drijfveer én een tegenstrijdigheid: ze wilde dood en ze wilde een kind. Ze was meteen van vlees en bloed. Daar kwam bij dat in diezelfde zin ook een man op het toneel werd gezet, de jij in het verhaal, die zich tot die doodswens en die kinderwens moest verhouden, waardoor het conflict niet alleen ín de vrouw zat, maar ook tússen de vrouw en de man. Wat moet een man met deze vrouw?

 

Ik hoefde er alleen maar bij te gaan zitten

De zin was een opening waardoorheen ik de rest van het verhaal geboren kon laten worden. Ik hoefde er alleen maar bij te gaan zitten, als een verloskundige bij een zwangere vrouw die het prima zelf aankan. De zinnen daarna volgden als vanzelf:

Soms wil ze dood, soms wil ze een kind van je. Als je thuiskomst van je werk, weet je niet wat je te wachten staat. Staat ze in de keuken haar polsen door te snijden? Trekt ze in de gang je broek naar beneden zodat je haar een kind kunt maken? Of ligt ze op bed, schone slaapster, dun laken als enig kledingstuk, blik op oneindig, terwijl jij niet weet of je haar moet nemen of moet troosten of met rust moet laten of god mag weten wat?

 

Schrijven vanuit ritme

Aan het eind van dit eerste fragment bleek ik behalve een drijfveer, een conflict en twee personages, ook het ritme te pakken te hebben. Dat ritme hoor ik zoveel jaar later vooral in de laatste zin. Ik isoleer hem hier, zodat ik er rustig naar kan kijken en hem verder kan analyseren:

Of ligt ze op bed, schone slaapster, dun laken als enig kledingstuk, blik op oneindig, terwijl jij niet weet of je haar moet nemen of moet troosten of met rust moet laten of god mag weten wat?

Het is een zin die, anders dan de voorgaande zinnen, niet volledig is, wat het een afwijkende zin maakt. Als ik ervoor zou hebben gekozen hem wel netjes en volledig uit te schrijven, zou hij als volgt zijn begonnen:

Of ligt ze op het bed als een schone slaapster met een dun laken als enig kledingstuk en met haar blik op oneindig […]

Zelf vind ik deze volledig uitgeschreven variant minder krachtig, minder ritmisch en daarom minder mooi. De zin wordt er naar mijn smaak te logisch van, te gladjes, je struikelt niet meer over ‘schone slaapster’, die in het origineel plompverloren, want zonder introductie, wordt opgevoerd en daardoor meer de aandacht trekt. En die extra aandacht voor ‘schone slaapster’ bevalt me wel. Het is de eerste beeldspraak in een alinea die tot dan toe vooral prozaïsch is.

 

En nog een ritme

Maar het ritme van deze zin komt niet alleen door het staccato in de eerste helft. Het komt ook van de overvloedigheid van de tweede helft.

[…] terwijl jij niet weet of je haar moet nemen of moet troosten of met rust moet laten of god mag weten wat?

Deze tweede helft is een opsomming die aanvankelijk  wat logische varianten geeft: enerzijds het ‘nemen’ (dat aansluit bij een kind willen uit de openingszin) en anderzijds het ‘troosten’ (dat juist aansluit bij het dood willen uit de openingszin). Vervolgens geeft het nog een alternatief: met rust laten, waarbij de angel gehaald lijkt uit het niet kunnen kiezen tussen de twee uitersten van dood willen of een kind willen. En denk je daarmee alle mogelijkheden wel gehad te heben, dan maakt de zin aan het einde nog snel een emotionele draai:

[…] of god mag weten wat?

Ook dit ritme van aan de ene kant staccato van de eerste helft en anderszijds juist de al te uitbundige opsommingen uit de tweede helft, hielp me om vanuit dit eerste fragment verder te schrijven. Het maakte daarna eigenlijk niet zo heel veel meer uit wat er ging gebeuren: er was al zoveel kracht, zoveel ritme, dat ik die gewoon hun werk kon laten doen.

 

Wil je de komende weken een berichtje ontvangen zodra er een nieuwe post verschijnt, meld je dan aan in de kolom rechts, bijvoorbeeld via Facebook, Twitter of mail.

 

Interessant om te weten

 

En jij

Is ritme voor jou een drijvende kracht bij het lezen of schrijven? Hoe belangrijk is voor jou een beginzin? Geef gerust hieronder je reactie. En natuurlijk vind ik het fijn om te horen wat je van de bundel en dit openingsverhaal vindt.

 

13 gedachten over “Hoe een verhaal te beginnen? Over het begin van het begin

  1. Annemarie Enters

    Hoeveel geef je weg om de lezer te boeien… Uit de vele gesprekken met lezers merk ik dat vooral conservatieve oudere mensen graag willen weten waar ze aan toe zijn. Een speelse geest wil graag geprikkeld worden. Schrijf je bewust voor een doelgroep of moet je verhaal eruit op een manier waar jij achter staat?

  2. Hein van der Hoeven

    Heel interessant, Ton! Ik heb je boek gekocht en ik vind Zwarte weduwe een enorm sterk verhaal!

    In de zinsnede: ….terwijl jij niet weet of je haar moet nemen of moet troosten of met rust moet laten of god mag weten wat… vind ik 3 x ”moet” wat veel. Ik zou het tweede ‘moet” weglaten.

    1. Ton Rozeman Bericht auteur

      Dank je, Hein. En goed van je te horen hier. Zelf vond ik drie keer ‘moet’ obsessief en wanhopig, en daarmee passend, maar dat is wellicht persoonlijk. Wellicht dat er nog meer lezers zijn die hun licht hierover willen laten schijnen en hier willen reageren?

  3. Eric Muller

    beste Ton,

    Kreeg je boekje afgelopen woensdag van Marlies, voor mijn verjaardag. Elke avond een verhaaltje, waarbij ik je dan op de voor jou zo kenmerkende manier in het oneindige zie staren en nadenken over de zinnen die je hebt opgeschreven. Ik zou het een eer vinden als je een keer een krabbel in het boekje zou zetten…..groet, Eric

    1. Ton Rozeman Bericht auteur

      Gefeliciteerd, Eric! Iedere avond een verhaal, zo doe ik het zelf ook met bundels, niet alles achter elkaar in één keer uit. En veel herlezen. Soms blijf ik een verhaal maar herlezen en duurt het maar en duur het maar voordat ik aan het volgende verhaal toekom. Beroepsdeformatie? Graag zet ik een keer een krabbel. Groet! Ton

  4. Gemma van Dalen

    Mooi om deze stappen zo te kunnen volgen. In eerste instantie vond ik de eerste zin van de Zwarte weduwe al iets te veel weggeven met dat ‘van je’, maar inderdaad, het zegt ook al iets over de ‘hij’.

    Eerste zinnen… ja… belangrijk, dat wel. Maar een goede beginzin maakt nog geen goed verhaal, natuurlijk. 😉

    Ik heb ooit in een Engels boek over creatief schrijven gelezen: schrijf elke dag een beginzin. Dat heb ik een tijdje gedaan. Is nog niet zo makkelijk, omdat je bijna vanzelf al nadenkt over hoe het verhaal zou kunnen verder gaan. En dat is nou juist niet de bedoeling. Een beginzin zonder na te denken over een vervolgzin is écht leuk om te doen. En dan pas na veel zinnen de zin kiezen waar je van denkt: “Ja, hier zal ik eens mee verder gaan’. Mijn eigen intrigerendste beginzin is: “Op de foto stonden we allemaal, breed glimlachend, behalve mijn zus, die stuurs voor zich uitkeek” (voor de duidelijkheid: ik heb geen zus. Ook geen foto met glimlachende familieleden, trouwens.) Ik ben er nog niet meer verder gegaan, maar goed…

    Wat ik ook mooi vind is als een titel en een eerste zin tezamen veelzeggend zijn, zoals een verhaal uit de bundel van Amanda Maxwell:
    Vlindermes
    De plaatselijke krant kwam met een stukje over die nacht.

    1. Ton Rozeman Bericht auteur

      Interessant, Gemma. Favoriet citaat van mij hierover: ‘Wanneer de eerste regel van het verhaal is geschreven zijn de stijl, de toon en de wending van de feiten al gekozen. Is de eerste regel gegeven, dan is het verder een kwestie van geduld: al het overige moet, en kan, eruit voortkomen.’ Cesare Pavese, Leven als ambacht, 22 juli 1938

      1. Gemma van Dalen

        Misschien is een goede eerste zin voor de schrijver zelf veel belangrijker dan voor de lezer…

  5. Rymke

    Interessant om zo mee te kunnen kijken. Een erg mooi begin. Ritme is voor mij ook heel belangrijk, maar hoe ontstaat het? Ineens lijkt het er te zijn (of niet). Mooi woord trouwens: plopmpervoren 😉

    1. Ton Rozeman Bericht auteur

      Mooi woord inderdaad, Rymke, plopmpervoren. Toch maar hersteld. En over ritme: daarover heeft Thomas Verbogt geschreven: ‘Schrijven is ritme’. Hem is het gelukt iets wezenlijks over ritme te zeggen, om het niet ongrijpbaar te laten zijn.

Reacties plaatsen niet mogelijk.