Wat Charles D’Ambrosio ons leert over het juiste ritme

Dit is een gastpost van San Bos. Deel 3 in een serie lessen van Charles D’Ambrosio.

Zonder ritme geen verhaal. In deze post geeft Charles D’Ambrosio zijn visie op het juiste ritme, iets waarvoor de meeste  handboeken nauwelijks of geen aandacht hebben. Een zeer positieve uitzondering daarop is trouwens Schrijven is ritme van Thomas Verbogt (inkijkexemplaar Bol, ik kan het je van harte aanraden). En voor het juiste ritme kun je natuurlijk ook de kunst afkijken bij de grootmeesters van het korte verhaal zelf, zoals bij Charles D’Ambrosio.

D’Ambrosio (Seattle, 1958) wordt beschouwd als een van de beste hedendaagse Amerikaanse verhalenschrijvers, en als een echte writer’s writer. Onlangs verscheen zijn nieuwste bundel: Het Dodevissenmuseum (inkijkexemplaar Bol) in het Nederlands.

 

San Bos: Uw verhalen zijn heel ritmisch, melodieus. Welke technieken gebruikt u om het juiste ritme te vinden?

Charles D’Ambrosio:

Ik werk hard om de juiste toon te vinden voor mijn verhalen, de exacte plaats voor de zinnen.

Mijn gevoel is dat de bedoeling van het verhaal opgesloten zit in het ritme en dat komt niet los totdat ik de juiste toon, de stem, het juiste ritme te pakken heb. Ik weet niet waarom dat zo is. Het kan zijn dat het ritme op zich niet rationeel is, dat het me raakt en beweegt op een onderbewust niveau en dat ik op de een of andere manier probeer van die onbewuste bron te tappen om mijn verhalen te versterken.

Toon heeft zijn eigen logica, buiten mijn bewustzijn om. Ik wil vrij associëren over de kwaliteit van de toon, gelovend dat het me verder brengt dan de gewone verveelde voetganger, de gewone burger, dat het me echt tot kunst brengt.

Ook je eigen stempel in proza komt neer op deze vraag: hoe kunnen jouw teksten zich van de zee van proza om je heen onderscheiden? Het is een probleem voor proza, anders dan voor poëzie dat gebruik kan maken van metrum, stanza’s en een ruimtelijke organisatie die op de pagina onmiddellijk herkenbaar en makkelijk te onderscheiden is van, laten we zeggen, de handleiding van hoe je een fiets in elkaar zet. Dat heb je dus niet met proza.

Hoe schrijf je proza dat zich onderscheidt van bijvoorbeeld een regeringspamflet of een politieke toespraak of krantenartikel? Ritme en toon zijn de sleutel.

De komende weken kun je steeds een les van D’Ambrosio op dit blog lezen.  Daarbij is het uitgangspunt zijn nieuwste bundel Het Dodevissenmuseum. Ten slotte zal het interview in zijn geheel geplaatst worden.

Met dank aan Luc de Rooy (actief op Facebook en Twitter) van Uitgeverij Karaat (website uitgeverij) voor zijn enthousiasme en zijn bemiddelende rol.

Gerelateerde posts:

3 gedachten over “Wat Charles D’Ambrosio ons leert over het juiste ritme

  1. juffiegelukkigonderweg

    Als het gaat om het schrijven van korte verhalen wil ik graag Alice Munro, bijvoorbeeld haar boek Runaway, noemen. Zij wordt te weinig genoemd. Zo is Runaway bv een prachtig boek.

  2. Lory Meesters

    Ik heb erg genoten van de afgelopen posts van San Bos. De antwoorden van Charles D’Ambrosio zijn inspirerend en ook erg bruikbaar. Niet alleen voor de schrijvers van korte verhalen of romans, maar ook voor scenarioschrijvers en geïnteresseerden in het algemeen. Uit het interview zijn bruikbare tips voortgekomen, maar ook de filosofie van de schrijver komt aan bod. Het is ontzettend interessant om achter de drijfveren van deze grote schrijver te komen. Ik zal deze blog zeker blijven volgen.

Reacties plaatsen niet mogelijk.