Het begin van je verhaal: Wat onthul je? Wat verhul je?

Soms lijkt het spannend om de lezer aan het begin van het verhaal even in het onzekere te laten: je wilt niet meteen je kaarten open op tafel leggen, maar een tijdje wachten met dat te doen. Je schrijft bijvoorbeeld een verhaal vanuit een kind, maar je wilt dat niet al in de eerste zin prijsgeven. Je laat het de lezer beetje bij beetje ontdekken, zodat ongeveer na een pagina het kwartje bij de lezer valt. Een variant daarop is dat het vanaf de eerste zin wel duidelijk is dat het om een kind gaat, maar dat het nog niet duidelijk is met welke bril het kind naar zijn omgeving kijkt, bijvoorbeeld dat het zo boos is op zijn vader dat het wel eens heel erge dingen kan gaan doen. In dat geval heeft de lezer wel meteen het perspectief van EEN kind, maar niet het perspectief van dit SPECIFIEKE kind. Dat specifieke perspectief krijgt de lezer dan later in je verhaal.

spanning aan het begin EN einde van je verhaal

Deze spanning kun je niet alleen aan het begin van je verhaal, maar ook aan het eind van je verhaal creëren door tegen dat einde ergens op te zinspelen, maar niet volstrekte duidelijkheid te geven over wat er daadwerkelijk gaat gebeuren. Om bij het voorbeeld van het boze kind te blijven: het is de lezer inmiddels al lang duidelijk dat het perspectief van het kind is, en ook dat het heel erg boos is, maar niet of het kind inziet dat niet de váder maar de móéder de eigenlijke boosdoener is. Er blijft dus wat te raden over en de lezer kan als hij het verhaal uit heeft er nog een tijdje over nadenken om zijn eigen inschatting te maken.

vignettering

Waar het in dit hoofdstuk om gaat is hoe je deze vaagheid aan het begin en einde (ofwel: de rand) van je verhaal kunt inzetten, als je dat zou willen. In de fotografie heet die vaagheid naar de randen toe: vignettering. Het hart van de foto is daarbij scherp maar hoe meer je naar de randen gaat, hoe vager de foto wordt. Je fotografeert bijvoorbeeld een kind dat met zichtbare inspanning een zandkasteel bouwt. Het kind zelf komt duidelijk en herkenbaar in beeld, maar aan de rand van de foto vervagen het zand, de zee en de lucht, waardoor een soort mysterieuze cirkel rond het kind ontstaat.

gewenst of ongewenst

Dit fotografie-voorbeeld van het zandkastelen bouwende kind laat vignettering zien die gewenst is. Maar vignettering kan ook door onwetendheid van de fotograaf of door gebrekkige apparatuur ontstaan. Dan wil je ook de randen scherp in beeld, maar op een of andere manier gebeurt dat niet. Of je wilt wel vignettering, maar slaat daarin zo ver door, dat dat zelfs de kern van de foto niet meer scherp en herkenbaar is. Je foto is veranderd in een zoekplaatje.

Ook in verhalen kan vaagheid (vignettering) ongewenst zijn.

vaag tot in de kern van je verhaal

In het eerdere voorbeeld van het kind dat boos is op zijn vader, zou het kunnen zijn dat de schrijver niet na een pagina duidelijk maakt dat het om een kind gaat, maar dat hij de lezer tot tegen het eind van het verhaal in de waan laat dat het om een volwassene gaat. Zelfs als dit een bewuste keuze van de schrijver zou zijn, lijkt me het resultaat ongewenst. Want als we als lezer bijna het hele verhaal niet vanuit een juist perspectief naar het verhaal kijken, kunnen we ook niet met het personage meeleven – we zijn immers  op een verkeerd been gezet. Soms hoor ik van studenten dat ze dit juist spannend vinden om te doen. Dan kunnen ze aan het eind van het verhaal alsnog onthullen dat het om een ander perspectief gaat (in dit geval: dat van een kind). Met die onthulling hopen ze dat de lezer denkt: wat knap gedaan van de schrijver. Maar zelfs als de lezer het knap vindt, heeft hij zich een verhaal lang niet in het personage kunnen verplaatsen – de ‘knappe’ structuur heeft dat immers verhinderd. Op zich mag een schrijver daar natuurlijk voor kiezen, er rust geen veto op, maar naar mijn idee gooit hij daarmee het kind met het badwater weg. Als je het naar de fotografie vertaalt heb je een foto gemaakt die bijna in zijn geheel wazig is, behalve de uiterste rand rechts, die wel helder is. Tja.

specifieke vaagheid: ook dat bestaat

Het kan ook zijn dat het de lezer weliswaar na bijvoorbeeld een of twee pagina’s wel duidelijk wordt dat het om een kind gaat, maar dat de schrijver er zich niet bewust van is dat het zo lang duurt. De schrijver zelf had er niet bij stil gestaan dat het niet vanaf de eerste zin duidelijk is. Zoiets kan goed of slecht uitpakken. Het is in ieder geval ONBEDOELDE vaagheid. Wil je dat de lezer snel duidelijk wordt wat het geslacht is van het hoofdpersonage en welke leeftijd het personage heeft? Kijk dan naar de signalen die je op de eerste pagina’s geeft. Vertrouw vervolgens op je gevoel of vraag aan een meelezer in hoeverre hij je signalen heeft opgepikt. Dat geldt ook voor de SPECIFIEKE gemoedstoestand – bijvoorbeeld dat het niet zomeer een kind is, maar een BOOS kind, ook dat kun je checken.

En jij?

Wat vind je van dit onderwerp? Spreekt het je aan? Kun je er iets mee? Laat het me weten! Je reactie kan nog mooi meegenomen worden voor de tweede concept-versie van het boek Korte Verhalen Schrijven. Dat boek besteedt trouwens veel meer aandacht aan dit onderwerp besteed. Zo krijg je een praktijkvoorbeeld aan de hand van een verhaal van Sanneke van Hassel.

Een gedachte over “Het begin van je verhaal: Wat onthul je? Wat verhul je?

  1. Merel

    Hoi Ton,

    Wat een interessant stuk. Ik begrijp je studenten die denken dat het spannend is om de lezer in het ongewisse willen laten, maar als lezer kun je je dan ook ‘bekocht’ voelen. Ikzelf ben volgens mij meer voor de duidelijke benadering, misschien soms té duidelijk doordat ik meen alles te moeten verwoorden, hoewel dat voor een lezer juist weer te saai kan worden en hij zijn eigen fantasie/invulling er niet meer op kan loslaten. Juist daarom heb ik met interesse jouw stuk gelezen want ik heb soms moeite met die balans te vinden. Merci 🙂

Reacties plaatsen niet mogelijk.