Korte verhalen schrijven: Checklist

Je wilt een verhaal schrijven, daar een praktische tips bij, en niet het hele archief van dit blog doorspitten? Dan is deze post voor jou! No time to lose: we gaan meteen van start:

1. Je hoofdpersoon heeft een drijfveer
Vraag je af: Wat wil mijn hoofdpersoon graag?
De drijfveer is de stuwende kracht van zowel je personage als de gebeurtenissen. Misschien heb je je wel eens afgevraagd: wat moet ik eerder bedenken, het personage of de plot? Wat mij betreft is die vraag een vals dilemma. Als eerste komt namelijk de drijfveer. Daarmee kun je én je personage én je gebeurtenissen vormgeven. Maak daarbij wel een onderscheid tussen wat het personage denkt te willen (bewuste drijfveer) en waarvan hij niet weet dat hij het wil (onbewuste drijfveer). Beide krachten heb je nodig voor je verhaal. Het is handig als je ze voor jezelf onder woorden kunt brengen.

2. Je hoofdpersoon is gevangen in zijn belevingswereld
Vraag je af: Wat is de gekleurde bril van mijn hoofdpersoon? En waarop staat zijn gehoorapparaat afgesteld?
Anaïs Nin zei het al: ‘We zien de dingen niet zoals zíj zijn, we zien de dingen zoals wíj zijn’.
Een verliefde vrouw ziet dat haar partner lachrimpels heeft, een vrouw die wil scheiden vallen daarentegen de wallen onder de ogen op. Een tandarts zal wellicht ook in zijn vrije tijd op gebitten letten, en een schoenmaker op schoenen. Zorg ervoor dat wat je hoofdpersoon waarneemt vooral iets zegt over wie hij is. Via zijn blik en zijn gehoor leren we hemzelf kennen.
Drijfveer en belevingswereld zijn nauw met elkaar verbonden. De drijfveer houdt de belevingswereld in stand, de belevingswereld houdt de drijfveer in stand.

3. Je verhaal heeft conflict
Vraag je af: Wie of wat werkt je hoofdpersoon tegen?
Wat je personage ziet is niet de werkelijkheid maar zijn eigen belevingswereld. Werkelijkheid versus belevingswereld, zie daar de eerste bron van conflict. Er zijn meer krachten in het spel:

  • Andere mensen. Andere mensen willen iets anders dan je hoofdpersoon, daar zijn het andere mensen voor. Je hoofdpersoon wil hard werken voor een promotie, zijn kinderen willen dat hij meer tijd met ze doorbrengt. Je hoofdpersoon wil goedkeuring van zijn vader, zijn vader wil niet met zijn zoon te maken hebben.
  • Omstandigheden. Niet alleen andere mensen kunnen tegenwerken, ook omstandigheden doen dat. Je personage wil goedkeuring van zijn vader, maar zijn vader komt te overlijden. Je personage wil promotie, maar het bedrijf gaat failliet.
  • Houding en gedachten van het personage. Een van de belangrijkste tegenkrachten is het personage zelf. Je personage wil goedkeuring van zijn vader, maar wat háát hij die man. Je personage wil promotie binnen het bedrijf, maar wil ook stoppen met werken en nooit meer naar dat stomme kantoor. Dat je personage tegenstrijdigheden kent, kan een round character van hem maken.

Niet onbelangrijk: er zijn er ook krachten die mééwerken, net genoeg om je personage te laten doorgaan met het streven naar wat hij voor ogen heeft. En eveneens belangrijk: conflicten zijn het gevolg  van de drijfveer en van de belevingswereld. Een conflict dat daar los van staat, is voor je verhaal misschien niet relevant omdat er weinig ruimte is voor nevenintriges.

4. Je hoofdpersoon draagt zelf bij aan het conflict en de ellende.
Vraag je af: Welk disfunctioneel gedrag herhaalt zich bij mijn hoofdpersoon? Ofwel: in welk patroon heeft mijn hoofdpersoon zich vastgezet?
Met disfunctioneel gedrag bedoel ik gedrag dat problematisch is, en waarin je hoofdpersoon toch volhardt. Het kan zijn dat hij niet inziet dat zijn gedrag problemen geeft, of dat hij niet anders kan dan dit problematische gedrag vertonen.
Je hoofdpersoon wil bijvoorbeeld bij iedereen in de smaak vallen, en gaat daarin zover dat hij zich laat gebruiken. Niet zo maar een keer, maar constant. Het disfunctionele gedrag zal raakvlakken hebben met drijfveer, belevingswereld en het conflict.
Vaak wordt het disfunctionele gedrag van kwaad tot erger, van scène tot scène. Maar dat erger worden moet niet voorspelbaar worden, dus het mag ook wel eens lijken dat het gedrag ook voordelen heeft of dat het niet zo slecht lijkt als we eerst dachten – waarna je personage nog dieper valt.

5. Het verhaal dankt zijn eenheid onder andere aan motieven.
Vraag je af: Welke motieven en eventueel symbolen kunnen vanuit drijfveer en belevingswereld ontstaan?
Motieven kom je in ieder verhaal tegen. Het zijn terugkerende elementen die je verhaal eenheid geven, die het als specie bij elkaar houden. Je zult variaties in je motieven aanbrengen, maar het kenmerkende van een motief is vooral de herhaling ervan.
Deze terugkerende elementen zullen te maken hebben met drijfveer, belevingswereld en conflict. Je kunt ook symbolen gebruiken.

6. Het verhaal kent belangrijke scharniermomenten.
Vraag je af: Wat is de point of attack (en staat ie op de eerste bladzijde)? Wat is de point of no return? En wat is de epifanie?
Scharniermomenten zijn de wendingen in het verhaal. De eerste wending (point of attack) zet het verhaal in gang, het maakt duidelijke dat vandaag een andere dag wordt dan andere dagen. De tweede wending (point of no return) bekrachtigt dat er daadwerkelijk iets gaat gebeuren. Daarna volgen allerlei andere wendingen, waarna ten slotte de laatste wending volgt in de epifanie, die niet alleen het verhaal afrondt, maar ook laat doorschemeren waar het verhaal eigenlijk over blijkt te gaan.
En ook de scharniermomenten zijn weer nauw verbonden met de vorige uitgangspunten. Het zijn de ups en downs in het conflict – een conflict waaraan je personage vanuit zijn drijfveer en belevingswereld zelf een belangrijke bijdrage levert.

8 gedachten over “Korte verhalen schrijven: Checklist

  1. luna lunettes

    Nu al verstrikt in vele gedachten bij eerste opdracht van mijn eerste workshop-korte-verhalen-schrijven…twijfel over voortgang. dan maar even surfen…toen vond ik deze springplank. bedankt! Luna.

  2. Kees

    Schrijven doet zeer; er over praten maakt het alleen maar erger. Alleen schrijven verzacht de pijn… en dromen.

  3. Eus Wijnhoven

    Ik vind je lijstje erg helder, Ton, ook voor een hele roman. Voor kortverhalen ben ik echter minder streng dan jij. Van een (on)bewuste drijfveer en conflict hoeft volgens mij niet altijd sprake te zijn. Lees “Reis door mijn kamer” van Biesheuvel. Weinig conflict en toch een prachtverhaal (alleen niet zo kort).
    Het is even geleden dat ik je heb bezocht op de site, maar nu weet ik weer wat ik de afgelopen tijd heb gemist.
    Dank!

  4. Miss Moneypenny

    Bedankt voor de checklist Ton! Ik ben het met Merel (en jou) eens: eerst schrijf je vanuit je emotie en daarna neem je er zo’n lijst bij om te kijken op welke punten je eventueel nog aan het verhaal kunt schaven.
    Soms heb je ook wel eens het gevoel dat er ‘iets’ schort aan je verhaal maar kun je de vinger niet op de zere plek leggen. In zo’n geval kan deze checklist ook erg nuttig zijn.

    1. Ton Rozeman

      Het gevoel staat ook bij mij voorop. Als ik een tekst van mezelf of van studenten beoordeel, dan voel ik dat ik over een passage enthousiast ben, of juist niet zo enthousiast, en vervolgens ga ik op zoek naar het waarom daarvan.

  5. Merel

    Mijn verhalen ontstaan vanuit mijn eigen emotie. Pas daarna pas ik een checklist toe en herschrijf ik sommige delen. Het is echter niet zo dat ik dan een compleet ander verhaal krijg.

    Kunnen mensen ook een verhaal schrijven met als basis de checklist (‘invullen op de puntjes’) en pas daarna het verhaal schrijven? En werkt dat voor hen?

Reacties plaatsen niet mogelijk.