Meta-verhaal: wat het is en hoe je het schrijft

Het korte verhaal op de rand van essay

Meestal is een kort verhaal de lens waardoor we naar de wereld kijken. Maar we hoeven in een kort verhaal niet altijd dóór de lens te kijken, we kunnen ook kijken náár de lens. We kunnen in een kort verhaal onderzoeken wat die lens doet, ofwel: wat een kort verhaal is. Er is zelfs een (sub)genre dat hieraan gewijd is: het korte verhaal dat het korte verhaal onderzoekt. Zelf noem ik het: het korte verhaal op de rand van essay.

Een van de schrijvers die bij uitstek het korte verhaal voor haar camera neemt om het vanuit verschillende invalshoeken te bekijken, is Ali Smith. Daarvan getuigen alleen al de titels van  haar bundels Other stories and other stories en The whole story and other stories. En ook in haar meest recente bundel The first person and other stories (in het Nederlands uitgegeven als De eerste persoon en andere verhalen) pakt ze het korte verhaal weer bij de lurven.

Meteen al in het openingsverhaal daarvan is het raak: Waar kort verhaal (een krappe dertien pagina’s) bestaat uit verschillende fragmenten, verschillende tekstvormen zou je het kunnen noemen, aan elkaar geregen om er een doorlopend kort verhaal van te maken, een doorlopend onderzoek. We lezen over een anekdote, een antwoordapparaat, telefoongesprekken, een mythe, overpeinzingen en aforismen. Monica Ali’s verhaal begint met een scène waarin een schrijfster (genaamd Ali) in een café een gesprek afluistert van twee mannen het tafeltje naast haar.

CITAAT

De jongeman praatte over het verschil tussen de roman en het korte verhaal. De roman, zei hij, was een verlepte oude hoer.

Een verlepte oude hoer! zei de oudere man en keek verrukt.

Ze was best dienstig, geriefelijk, warm en vertrouwd, zei de jongeman, maar wel enigszins afgeleefd, eigenlijk iets te flets en flodderig.

Flets en flodderig! lachte de oudere man.

Terwijl het korte verhaal daarbij vergeleken een lichtvoetige godin was, een slanke nimf. Omdat zo weinig mensen het korte verhaal machtig waren, was ze nog steeds bijzonder goed in vorm.

Bijzonder goed in vorm! De ouder man grijnsde breeduit. Hij was waarschijnlijk oud genoeg om zich de periode in zijn leven, nog niet zo lang geleden, te herinneren waarin het op z’n minst ietwat gewaagd was zo te praten. Ik vroeg me terloops af hoeveel boeken in mijn huis te neuken waren en hoe goed ze zouden zijn in bed. Ik zuchtte, haalde mijn mobieltje tevoorschijn en belde mijn vriendin, met wie ik in de regel op vrijdagochtend naar dit café ging.

(Uit: Monica Ali, Waar kort verhaal, vertaling Hien Montijn)

In het verloop Waar kort verhal komen we naast het gesprek (de dialoog) ook andere tekstvormen tegen. De vriendin met wie het personage Ali belt, Kasia, ligt ernstig ziek in het ziekenhuis. We luisteren eerst naar de tekst die de telefooncentrale van het ziekenhuis laat horen (telefoonbeantwoorder). Daarna volgt het gesprek tussen Ali en Kasia. Kasia is korte-verhalen-specialist en de vrouwen bediscussiëren de stelling dat de roman een verlepte hoer is en het korte verhaal een nimf (telefoongesprek). Later die dag spreekt Kasia het antwoordapparaat van Ali in om haar visie nader toe te lichten (antwoordapparaat). Daarna volgt een gesprek tussen de twee vrouwen, dit keer zowel over het korte verhaal als over het medicijn Herceptin, dat op dat moment nog in een experimentele fase verkeert (telefoongesprek). Ali vertelt de lezer over dit medicijn (uiteenzetting). Daarna gaat ze abrupt verder met een mythe (tekstvorm!) Na deze mythe volgt een flashback over Ali’s eerste ontmoeting met Kasia. Daarna volgen dertien aforismen (tekstvorm!), waarvan de eerste drie luiden:

Franz Kafka zegt dat het korte verhaal een kooi is op zoek naar een vogel. (Kafka is al vierentachtig jaar dood, maar ik kan nog steeds ‘Kafka zegt’ zeggen. Dat is een van de manieren waarop kunst omgaat met onze sterfelijkheid.)

Tzvetan Todorov zegt dat het kenmerk van het korte verhaal is dat het zo kort is dat het ons niet de tijd geeft te vergeten dat het alleen maar om literatuur gaat en niet om het echte leven.

Nadine Gordimer zegt dat korte verhalen per definitie gaan over het huidige moment, zoals de korte flits van een aantal vuurvliegjes hier en daar in het donker.

(Uit: Monica Ali, Waar kort verhaal, vertaling Hien Montijn)

Kortom, het wemelt in Waar kort verhaal van de tekstvormen. En of de dertien aforismen niet genoeg zijn, lezen we ten slotte een samenvatting van het verhaal, deels in de vorm van een verantwoording (ook al weer een tekstvorm).

Zie je dat Ali Smith op twee manieren het korte verhaal ontleedt?

a. inhoud

Enerzijds fileert Smith het genre van het korte verhaal via de inhoud. Herhaaldelijk verwijst ze in die inhoud naar het korte verhaal, bijvoorbeeld in de uitspraak dat de roman een oude hoer is en het korte verhaal een jonge nimf, in de gesprekken die de hoofdpersoon met haar vriendin voert, en in de aforismen die ze citeert.

b. vorm

Anderzijds gaat Smith het korte verhaal via de vorm te lijf, getuige de vele vormen die we hierboven al opmerkten.

Overigens speelt Smith niet alleen in het openingsverhaal Waar kort verhaal met het genre, ook in andere verhalen uit deze bundel doet ze dat. Zo vraagt ze zich in het verhaal De derde persoon af wat de betekenis is van de (grammaticale) derde persoon, om tot de conclusie te komen: ‘De derde persoon is een ander paar ogen. De derde persoon is een voorgevoel van God. De derde persoon is een manier om een verhaal te vertellen. De derde persoon is het weer tot leven wekken van de doden.’

Als we het korte verhaal Waar kort verhaal van Ali Smith zien als een prototype van het korte verhaal dat het korte verhaal onderzoekt (of met andere woorden: als een kort verhaal op de rand van essay) kunnen we daar een paar regels uit afleiden. Natuurlijk kun je als schrijver deze regels aan je laars lappen en op je eigen manier te werk gaan. Maar als je graag met een voorbeeld werkt, kan dat als volgt:

inhoud

1. Ga als een literatuuronderzoeker te werk. Waarom pakken wij schrijvers het gewoonlijk op de ene manier aan en niet op de andere? Wat gebeurt er bijvoorbeeld met een verhaal als werkwoorden niet meer werken? Of als vragen niet meer vragen? Of als één zin meerdere alinea’s omvat, zelfs meerdere verhalen omvat? Daar kan je verhaal over gaan.

2. Doorbreek de illusie dat we in een verhaal het leven zelf ervaren. Ook al komen er in je verhaal levensechte gebeurtenissen voor, behandel die gebeurtenissen als tekst, als verhaalelementen.

3. Meta-communiceer. Communiceer over het communiceren. Verhaal over het verhaal. Bediscussieer eventueel de regels en gewoonten van het genre.

vorm

4. Werk met ongebruikelijke vormen. Een bijbeltekst, een scenario, een voetbalcommentaar. Je bedenkt vast zelf andere vormen die bij je verhaal passen.

5. Speel met de rangschikking. De meeste traditionele verhalen zijn volgens een tijdsverloop geordend – zelfs als ze met flashbacks en flashforwards werken, is tijd het leidende principe. Kies eens voor een thematische ordening door bijvoorbeeld alles wat met geluk te maken heeft bij elkaar te zetten, en daarna alles wat met ongeluk te maken heeft. Of zet alle uitspraken van personage a bij elkaar, dan alles van b, dan alles van c.

6. Realiseer je dat je je niet tot één vorm hoeft te beperken. Wissel aforismen af met ingesproken boodschappen op een antwoordapparaat. Of kinderuitspraken met een financieel jaarverslag.

pas op

7. Zorg dat het geen trucje wordt. Maak het geen kunstje om het kunstje. Ga op zoek naar de kern, blijf niet aan de buitenkant. Een verhaal op de rand van essay is meer dan een laag make-up aanbrengen op een traditioneel verhaal. Een concept is iets dat je overdenkt, uitwerkt, bijstelt, opnieuw overdenkt.

8. Zorg dat vorm en inhoud bij elkaar passen. Misschien doen al die voorbeelden die je kreeg, je denken dat je er een grabbelton van kan maken, een beetje mythe hier, een beetje telefoongesprek daar. Maar dat is de bedoeling niet. Als je bijvoorbeeld kiest voor een telefoongesprek, dan moet dat ook inhoudelijk een relatie hebben met je verhaal. Je vorm ondersteunt je inhoud. Je inhoud ondersteunt je vorm. Je vorm en inhoud zijn twee kanten van dezelfde medaille.

9. Gebruik het etiket ‘essay’ of ‘experiment’ niet om een mislukte tekst op te leuken. Als je een traditioneel verhaal hebt geschreven dat niet goed uit de verf kwam, verkoop het dan niet aan jezelf en anderen als een experiment. Een experiment is een zoektocht. Als je traditionele verhaal niet vanuit een zoektocht tot stand kwam, is het geen kort verhaal op de rand van essay. Punt.

En jij?

Ken jij korte verhalen op de rand van essay? Laat het ons weten! Schrijf je ze zelf? Vertel er hier over! Dank je wel.