Het korte verhaal als gedicht: je spiegelreflex in de micro-stand

Het korte verhaal kent twee uitersten. Het ene is helemaal uitgezoomd: de panorama-stand, die we vorige keer bespraken. We gaven daaraan de naam kort-verhaal-als-mini-roman. Vandaag kijken we naar hoe je een verhaal schrijft dat helemaal is ingezoomd, in de micro-stand dus, ofwel: het korte-verhaal-als-gedicht. Het is handig om de twee uitersten te kennen: de kans is groot dat het korte verhaal dat je schrijft zich tussen die uitersten bevindt. Ook is het leerzaam om zelf eens een verhaal te schrijven dat zich aan een uiterste bevindt en te zien wat je dat oplevert.

Theorie van het korte-verhaal-als-gedicht
Over de theorie van het korte-verhaal-als-gedicht kon je hier al eerder lezen. Het is goed om te weten dat ik de term ‘korte-verhaal-als-gedicht’ niet gekozen heb vanwege rijm, bladspiegel, of taalgebruik. Wel vanwege: het ver-dichten, het vele weglaten, en vooral: het aan de lezer overlaten om in te vullen wat je als schrijver hebt weggelaten. In andere woorden: in het korte-verhaal-als-gedicht snij je iets uit zijn context. Je bekijkt wat overblijft van heel dichtbij, wat vervreemdend werkt en een nieuwe, ongekende invalshoek oplevert.

De praktijk van het korte verhaal als gedicht
Als voorbeeld van een kort-verhaal-als-gedicht bespreek ik mijn verhaal Je ziet er niets van. Het vertelt in vijf korte bladzijdes over een ik (man, dertiger, samenwonend) die de verjaardag van zijn vrouw viert. We krijgen alleen het kwartier voor aanvang van het feest en ongeveer het eerste halfuur van de verjaardag zelf te zien. Het blijkt dat de man een operatie heeft ondergaan waarbij een oog is verwijderd. Maar het verhaal vertelt niet expliciet over de periode van de operatie. Het is feest en het verhaal opent als volgt:

Citaat

Elvira kijkt naar de taart, naar mij en weer naar de taart. Het ziet er niet langer uit als een taart maar als een hoopje deeg met stukjes appel.
‘Wat heb je nu gedaan?’ vraagt ze.
‘Ik weet het niet,’ zeg ik. ‘Het ging vanzelf.’
‘Ik ben er de hele ochtend mee bezig geweest,’ zegt ze.
We kijken hoe de slagroom met kaneel langzaam op de keukenvloer zakt.
‘Het komt door mijn oog,’ zeg ik.
‘Wat nou je oog?’
‘Nou gewoon.’
Ze zucht en gaat naast de taart op haar hurken zitten, haar nieuwe rok spant strak om haar bovenbenen. ‘Je kunt toch wel een taart van de keukentafel naar het aanrecht brengen?’ Ze kijkt omhoog, naar mijn ogen, vooral naar mijn góéde oog kijkt ze.
(Uit de bundel
Intiemer dan seks, het verhaal Je ziet er niets van, Ton Rozeman)

1. Claustrofobisch
Geen weidse landschappen hier. Als lezer zitten we met onze verteller-hoofdpersoon opgesloten in huis. We weten niet in welke woonplaats. En we bezien alles door het ene oog van de hoofdpersoon.

2. Korte periode
We zoomen in op de drie kwartier die het verhaal duurt. Wat daarvoor en daarna gebeurt: daar mag de lezer naar raden.

3. Minieme tempowisselingen en weglatingen
Anders dan in de mini-roman (waarin je een paar decennia kunt samenvatten in een zinsdeel) valt er in het korte-verhaal-als-gedicht nauwelijks te vertragen of te versnellen. Zo moeten we in het voorbeeldverhaal binnen de drie kwartier blijven. Je kunt hier niet eens een uur samenvatten in een zin, want dat zou de grenzen van dit verhaal al overschrijden.

Er zijn wel minieme versnellingen. Nadat het verhaal een pagina heeft besteed aan het begroeten van vier bezoekers, staat er: ‘Zo gaat het nog een tijdje door, met het gebel en de visite die binnenkomt.’ En er wordt niet alleen af en toe versneld, er wordt soms ook een minimale sprong gemaakt. Zo lezen we: “Er wordt gebeld. ‘Doe jij open,’ roept Elvira. Het zijn Moique en Marc.” We schakelen dus na het bellen meteen door naar het moment dat er is opengedaan. Er wordt niet verteld hoe de ik bij het raam vandaan loopt, naar de gang gaat en de deur opendoet. Zo’n tien, twintig seconden zijn weggelaten.

Deze tempo-wisselingen en weglatingen lijken misschien te onbelangrijk om te noemen, maar in het korte-verhaal-als-gedicht zoomen we dusdanig in, dat iedere kleinigheid groot en belangrijk wordt.

4. Geen flashbacks
Als de ik voor het raam gaat staan, sluit hij even zijn goede oog, waardoor hij niets meer ziet. Hij opent het en sluit het weer. Dan is er een gedachte:

De eerste keer dat ik met een oog minder wakker werd, dacht ik: blind. Met mijn goede oog lag ik weggezakt in het kussen den door het katoen zag ik niets meer. (Uit: Je ziet er niets van, Ton Rozeman)

Is dit een flashback of een gedachte? Daarover verschillen de meningen. Het is ook niet zo belangrijk of je het wel of niet een flashback noemt. Wat belangrijker is, is dat deze gedachte aan een paar maanden geleden actueel wordt in het hier en nu en in het perspectief van de hoofdpersoon. Immers, hij sluit binnen de afbakening van het verhaal (binnen de drie kwartier dat het verhaal duurt) zijn goede oog waardoor hij niets meer ziet. Dit is onlosmakelijk verbonden met het verwijderen van het oog. Het verhaal kent verder geen echte flashbacks.

5. Korte tekst
Een kenmerk van het korte-verhaal-als-gedicht is dat het kort is. Je ziet er niets van is daar een voorbeeld van. Het telt slechts vijf niet al te grote pagina’s.

6. Beeld centraal
In tegenstelling tot het korte-verhaal-als-roman gaat het niet om de langdurige ontwikkeling van het karakter. Daar ontbreekt in een kort-verhaal-als-gedicht simpelweg de tijd voor. Net als in een gedicht moeten we het hier doen met iets dat heel compact is en een grote zeggingskracht heeft: het beeld. Wat dat aangaat vind ik de vergelijking met de fotografie het meest opgaan voor het kort-verhaal-als-gedicht.

Het beeld waarnaar het verhaal Je ziet er niets van zich beweegt staat vind je aan het eind van het verhaal. Dat beeld openbaart zich als de jarige Elvira de op de grond gevallen taart toch aan haar gasten wil voorzetten. Terwijl de gasten haar met het gedrocht de kamer binnen zien lopen, gebeurt er dit:

‘Foutje van mij,’ zeg ik. ‘ Ik had het even niet gezien.’ Ik breng mijn hand naar mijn oog, schuif mijn vingers tussen het oog en de kas. Niet iedereen heeft n de gaten wat ik doe, een paar kijken nog naar de taart. Ik haal het oog eruit, steek het in de lucht. Ik houd het eerst links en draait het met een halve cirkel langzaam naar rechts, zoals de meester vroeger deed als hij een plaatje in een boek liet zien. (Uit: Je ziet er niets van, Ton Rozeman)

Het beeld ontwikkelt zich nog verder. Het neemt maar liefst een hele pagina (een vijfde van het hele verhaal) in beslag. Het beeld wordt uiteindelijk definitief gemaakt (bevroren) in de slotzin van het verhaal:

Ik kijk de kring rond naar al die gezichten die zien wat ze niet willen zien, ze lijken iets te willen zeggen, iets te willen roepen, maar er is allen het tikken van de klok, het geluid van seconden die voorbijgaan, niet meer dan dat. (Uit: Je ziet er niets van)

Je kunt in dit einde een epifanie zien, maar het belangrijkste voor het korte-verhaal-als-gedicht is dat het een beeld is.

7. Nauwelijks context
Even terug naar het andere uiterste: in het korte-verhaal-als-mini-roman Brokeback Mountain krijgt de lezer veel context. Er is sowieso niet slechts één hoofdpersoon, maar er zijn er twee. En van die twee krijgen we hun relaties te zien, hoe die relaties veranderen, we weten wat voor werk ze hebben gedaan en wat voor werk ze later gaan doen. We kennen hun financiële problemen. We weten hoe hun jeugd was en waar een van de twee begraven wil worden.

Niets van dit alles in het korte-verhaal-als-gedicht Je ziet er niets van. Er is een partner die jarig is, een taart die gevallen is, een oog dat verwijderd is, en er is visite die hier tegen wil en dank mee wordt opgezadeld. That’s it. Daar moeten de lezers en de schrijver het mee doen. Als schrijver ga je in zo’n verhaal dus niet op zoek naar steeds meer context (al ken je misschien de context wel, maar je zet hem niet op papier). In plaats daarvan rangschik je alleen maar steeds opnieuw de paar ingrediënten die je hebt. Toen ik Je ziet er niets van schreef, hoefde ik ‘alleen maar’ de man met zijn oog te confronteren, de vrouw met het oog, de vrouw met de taart, de visite met de taart, de visite met het oog. De kunst is in het moment te blijven, in de situatie, en niet te vluchten in context of in flashback. Alles ten dienste van het slotbeeld.

8. Subjectief
Een kort-verhaal-als-gedicht kan zeer subjectief zijn. Daarmee bedoel ik: dat het verhaal tot stand komt door hoe de persoon naar zijn omgeving kijkt. De verteller-hoofdpersoon is in dat geval onbetrouwbaar, scheidt feit niet van fictie, gedachte niet van werkelijkheid, visie niet van beeld. Aan dit criterium van subjectiviteit voldoet Je ziet er niet van niet. Weliswaar zitten we in de beleving van de hoofdpersoon opgesloten, maar wat we te zien krijgen is feitelijk juist, niet verzonnen. Er ís een oog verwijderd, er ís een taart op de grond gevallen, er ís visite die naar de taart en naar het oog kijkt.

Een verhaal dat wel aan dit criterium van subjectiviteit tegemoet komt is Hiernaast van Tobias Wolff. Daarin spelen de buren een grote rol, maar we vangen alleen even een glimp van de buurman op. Verder wordt het verhaal vooral gevormd door de gedachten die de hoofdpersoon over de buren heeft. En het beeld waarmee het verhaal wordt afgesloten, is niet een beeld dat in werkelijkheid te zien is. Het is een beeld dat de hoofdpersoon zich vormt, een wens, een fantasie.

9. Verfilmbaar als korte film
Met filmregisseur Gerrit van Elst heb ik een paar dagen om de tafel gezeten om enkele verhalen uit mijn debuutbundel uit te werken tot filmscripts. De films zijn er nooit gekomen, de scripts wel. Ze waren goed voor films van elk zo’n tien minuten. Zo’n korte tijd is typerend voor de verfilming van het korte-verhaal-als-gedicht.

10. In een bundel, niet zonder andere verhalen
Dat een kort-verhaal-als-gedicht afzonderlijk wordt uitgeven, ligt niet voor de hand. Vijf kantjes van een half A4, ofwel drie dubbelzijdige pagina’s: het verhaal Je ziet er niets van zou al weggewaaid zijn voor het de boekwinkel bereikte. Nog belangrijker: een kort-verhaal-als-gedicht komt het best tot zijn recht naast de andere verhalen in de bundel. In mijn bundel Intiemer dan seks wilde ik intimiteit ondezoeken in al zijn ongemakken. Geconfronteerd worden met de ziekte van iemand anders (Je ziet er niets van) is daar een voorbeeld van. Geconfronteerd worden met de nieuwe geliefde van je echtgenote (De stille getuige) een ander. En je partner zien opgaan in jullie kind (Blaasjes) weer een ander. De verhalen hebben elkaar nodig. De verhalen vullen elkaar aan, spreken elkaar tegen, gaan een discussie met elkaar aan. Het beeld uit het ene verhaal neem je al lezend (en al schrijvend) mee naar het volgende.

Frequentie van dit blog
Ik ben druk bezig aan het boek Korte Verhalen Schrijven dat in april in de boekwinkel komt te liggen (als er dan nog boekwinkels bestaan, je weet maar nooit met die e-boeken). Enkele posts van dit blog ben ik daarvoor aan het bewerken. Dat betekent dat ik meer uren per week in mijn boek en minder in dit blog zal steken. Voortaan is er helaas dus maar één nieuwe post per week. Een schrale troost: het archief van dit blog breidt zich meer en meer uit. Het is toegankelijk in de rechterkolom via de tab met de toepasselijke naam ‘Archief’. Blader er eens doorheen en laat je verrassen. Of tik een trefwoord in onder ‘Zoek’ en zie wat je tevoorschijn tovert.

3 gedachten over “Het korte verhaal als gedicht: je spiegelreflex in de micro-stand

  1. Annemiek Verhoef

    Je schrijft: De kunst is in het moment te blijven, in de situatie, en niet te vluchten in context of in flashback. Alles ten dienste van het slotbeeld.
    Dat maakt me nieuwsgierig naar het slotbeeld in je verhaal Je ziet er niets van En ook of je dat slotbeeld al duidelijk hebt/moet hebben voor je het verhaal schrijft.

  2. Marco

    Wat een geweldig blog is dit zeg! Enorm veel tips die ik goed kan gebruiken. Jammer dat het blog nu nog maar 1 keer per week geupdated wordt, maar dat begrijp ik wel. Ik ben ontzettend benieuwd naar je boek, hoewel ik een deel al op dit blog gelezen heb natuurlijk.

  3. San Bos

    Knap Ton, hoe je de verhalen bij elkaar zet waardoor ze inderdaad elkaar versterken en een geheel vormen. Mooi die indringende beelden die een leven kenmerken. Het inzoemen en toch heel veel zien.
    Ik schrijf het meest korte verhalen als gedicht, maar vind het moeilijk ze als een geheel bij elkaar te krijgen. Ook vraag ik me af hoeveel ultra korte verhalen een bundel kan bevatten om toch een bundel en geen saaie opeenhoping te worden. Ik heb nu 27 verhalen die min of meer binnen een thema vallen. Maar goed je schreef het al eerder, op je knieën, de verhalen voor je op de grond en dan maar schuiven.
    Wat jammer dat de scenario’s geen films zijn geworden!
    San

Reacties plaatsen niet mogelijk.