Wie is toch degene die kijkt?

Wat het allerbelangrijkste is bij het schrijven? Ik geloof niet dat ik me kan beperken tot één ding. Maar wat ik in ieder geval heel belangrijk vind is: kijken.

Kijken is een van de basis-vaardigheden als het gaat om kunst maken. Zonder kijken geen kunst. Zonder kijken geen korte verhalen.

Het gebeurt me regelmatig dat ik een om-mijn-vingers-af-te-likken zo goed verhaal lees, en dat ik denk: dit herken ik, hier had ik zelf ook over kunnen schrijven! Maar ik heb het verhaal niet geschreven, want  ik heb zelf niet bewust genoeg naar het onderwerp (bijvoorbeeld een gebeurtenis) gekeken, ik heb mijn aandacht er niet op gericht om erover te schrijven, ik heb de ‘schrijfwaardigheid’ van het onderwerp niet ingezien.

Invalshoeken om beter te leren kijken:

1. Hoe kijkt het personage in het verhaal dat je leest?
Als ik door een verhaal word gegrepen (en dat gebeurt me gelukkig vaak), vergeet ik er technisch naar te kijken. Maar bij het herlezen vraag ik me standaard af: Wie is degene die in dit verhaal kijkt? En hoe wordt zijn blik beïnvloed door zijn denkkader, door zijn gekleurde bril? Hoe leer ik het karakter kennen door zijn manier van kijken?

2. Hoe kijken de mensen met wie je in real life te maken hebt?
Een paar keer per week kom ik in het centrum van Den Haag. Ik kom daar mijn hele leven al, en eerlijk gezegd valt me er niet zoveel meer op. Maar op een keer liep ik er met een architecte, en ineens stonden er gebouwen die er nog nooit hadden gestaan! Door haar achtergrond, door haar blik, door wat ze vertelde, werd ik me van gebouwen bewust die me niet eerder waren opgevallen. Ik kreeg zelfs oog voor gebouwen waar ze níét over sprak. Ik kon op een andere manier kijken, ik werd mijn omgeving op een andere manier gewaar, ik kon me ook een beetje in de architecte verplaatsen. Een soortgelijke ervaring heb ik soms in mijn eigen woonkamer als ik visite over de vloer heb. Ik vraag me af hoe ze naar mijn kamer kijken, hoe ze dat vanuit hun achtergrond doen. Als de visite eenmaal weg is, is de kamer anders dan voor hun komst, dan duurt het een tijdje voor hun afwezigheid en hun blik verdwenen is.

3. Hoe kijk jij zelf?
Misschien is het moeilijkste wel: onbevooroordeeld naar mezelf kijken. Soms lukt het me, dan kan ik van een afstandje naar mezelf kijken. Meestal met eenvoudige dingen: dan sta ik bijvoorbeeld op uit bed, en laat ik mezelf mijn gang gaan. De dingen die ik doe, laat ik dan aan mezelf over, zonder me ermee te bemoeien. De waarnemende ‘ik’ kijkt ernaar, en registreert. Het kan me ook gebeuren in wat complexere situaties: in een moeilijk gesprek waarin ik het gevoel heb dat ik me moet verantwoorden. Dan kan ik naar mezelf kijken, en de handelende ‘ik’ zien incasseren, argumenteren, plannetjes maken. Ooit dacht ik dat het mezelf ‘splitsen’ in een handelende en een toekijkende ‘ik’ wat ongezond was, maar nu denk ik dat het geen kwaad kan om ook van de buitenkant waar te nemen wat ik doe. Ik denk ook niet dat het te maken hoeft te hebben met navelstaarderij. Ik ben gewoon materiaal voor mezelf, zoals een schilder een zelfportret maakt, niet omdat hij op zichzelf kickt, maar omdat hij zichzelf voor handen heeft – onder alle omstandigheden, juist ook onder die omstandigheden waarin iemand niet gezien wil worden.

Help je mee aan dit blog?
Hoe oefenen jij in kijken? Heb je daar een methode voor? En hoe laat je jouw kijk-ervaring terugkomen in je verhalen? Ik hoop dat we van elkaar kunnen leren.

PS In de vorige post beloofde ik terug te komen op het onderwerp: karakter van de schrijver. Volgens mij heeft ‘kijken’ daar veel mee te maken. Kijken is nodig om jezelf te kunnen zien, om je te ontwikkelen, als mens én als schrijver.

9 gedachten over “Wie is toch degene die kijkt?

  1. Margriet

    Kijken kan altijd. Ik kijk vaak en veel en denk er ook veel bij. Dat naar mezelf kijken herken ik, en eerlijk gezegd vind ik het toch altijd wel een tikje debiel als ik dat doe. Het is dan net alsof ik de situatie niet helemaal meebeleef, maar puur in het registreren blijf zitten. Lastig, want dan krijg ik te horen dat ik er niet helemaal bij ben en of datgene wat gebeurt me eigenlijk wel iets interesseert.

    Om te kijken naar wat er is of naar wat er om me heen gebeurt moet ik een aantal dingen doen:
    -Ik probeer mijn oordeel uit te schakelen, want oordelen kleuren in en vertroebelen de objectiviteit
    -ik wil ontvankelijk zijn
    -ik ben nieuwsgierig
    -ik baken de tijd van het kijken af. Dit omdat ik weet dat ik mezelf kan verliezen in het kijken en omdat het me er soms van weerhoudt de dingen écht te beleven.
    -ik ben blij met alles wat me toekomt.
    -ik zorg dat ik iets te schrijven bij me heb zodat ik eventuele (geniale) invallen kan noteren.
    -ik heb geen plan, ik moet niets.

    Ik doe dit soort dingen vaak tijdens een wandelingetje of een fietstocht. Ik word er altijd heel blij van, alsof ik tank zonder dat het me iets kost. De verhalen liggen op straat en dat is echt, écht waar!

    1. Ton Rozeman

      Mooie reactie, Margriet. En dat naar jezelf kijken, vind ik niet debiel hoor. Ik verdiep me in meditatie en in mindfulness en daar kom ik dat ook volop tegen. Het fijne is ook dat het naar mezelf kijken me niet afzondert. Door naar mezelf te kijken kan ik juist anderen begrijpen. We zijn allemaal mensen. Afijn, dat hoef ik jou niet te vertellen. Je had juist mij wat te vertellen. Dank!

    2. Schlimazlnik

      Ja Margriet, ik zei het al: drugs gebruiken. Als je je beweegt komen er endorfinen vrij, wat je gelukkig/blij maakt. En dan kijk je door een andere bril. Dat je lekker gaat wandelen en fietsen is natuurlijk heel goed om niet steeds dezelfde vier muren te zien, en jezelf daartussen, zodat je op verschillende prikkels kunt reageren.
      Ik las het pas ook als een tip voor schrijvers: ga bewegen!

      Toch denk ik dat als je met een oordeel kunt kijken, je je perceptie verandert en dat je daardoor nog meer kunt zien van de omgeving; ofwel je perceptie inkadert door het oordeel. Als je oordeel is “het is een fantastische dag” dan loop je anders door de regen dan met het idee “weer rotweer”, en dan zie je ook andere dingen.

  2. Schlimazlnik

    Het gaat denk ik niet zozeer om het observeren van personen, maar om de perceptie van die persoon van iets dat je beiden kunt zien. Door iemand te observeren leer je niets over zijn perceptie.

    Als je teruggrijpt op het blog over het inkaderen, met het fototoestel, heb je al een deel van het geheel te pakken. Als een architect je vertelt over een bepaald gebouw, dan vallen de aanbiedingen in de etalage weg (kader). Als je met een andere architect gaat kijken, zal die het iets anders laten zien, er zit ineens een andere lens op de camera. Of populair gezegd: iets met een andere bril bekijken.

    Het makkelijkst is om iemand te vinden (de architect) met wie je van gedachten kunt wisselen, dat je letterlijk te horen krijgt wat zo iemand zegt over wat je samen in een kader ziet. Je kunt verschillende mensen zoeken die je vertellen hoe zij iets zien.
    Dat is niet altijd mogelijk, dan moet je zelf met andere ogen kijken. Soms gaat dat vanzelf (zwangere vrouwen zien veel meer zwangere vrouwen dan normale mensen zien: hun focus is verschoven. Om verder te gaan op kinderen: ouders zien overal gevaar waar kinderen avontuur zien). Je kunt ook heel bewust jezelf een andere bril opzetten: drugs gebruiken (sommige medicijnen hebben bij-effecten in die richting). Minder radicaal lukt ook wel, als je wilt. Loop eens als toerist door je eigen woonplaats: wat zie je? Verbeeld je dat je een inbreker bent: wat valt je op, waar is wat te halen en hoe kom je er binnen? Verbeeld je dat je kleuter is weggelopen: waar ga je zoeken? Verbeeld je dat je de lotto hebt gewonnen: waar loop je binnen, en waarom?

  3. Marco

    Uitgebreid naar mensen of dingen kijken, doe ik eigenlijk nooit. Uiteraard probeer ik mijn verhalen wel door de bril van de personages te kijken. Ik probeer mij voor te stellen hoe de sitatuatie voor hen is, wat ze zien, wat ze denken, wat ze doen. Wat iemand ziet kan immers beinvloed zijn door zijn gedachtes.
    Ik reis bijna iedere dag met de trein: misschien ga ik ook toch maar eens mensen observeren en op details letten.

    1. Ton Rozeman

      Toen ik de Schrijversvakschool als student volgde, kreeg ik de opdracht een onbekende te observeren. Ben toen tegenover iemand in de trein gaan zitten en heb met een notitieblok op schoot aan die opdracht voldaan. Later fantaseerde ik over de jeugd van die man en dat heeft geleid tot een verhaal dat in m’n debuutbundel terecht kwam. De volwassene die ik heb geobserveerd is daar niet in te vinden, maar zijn gefantaseerde jeugd wel. Zo kan een observatie een vonk zijn die een vuur doet ontstaan.

  4. marlieshanse

    Ton, ik lees al een poosje mee maar tot nu toe nooit gereageerd. Allereerst hartelijk dank voor je inspirerende woorden elke blog weer, vind het erg leuk om te lezen.
    Het kijken is zeker een heel belangrijke bron van inspiratie, ik ben nu vooral bezig met het observeren van mensen. In de trein, een restaurantje, op straat… hoe bewegen, wat zeggen ze en wat zeggen ze niet. Leerzaam! Nogmaals danks voor deze inspiratievolle plek, ga zo door! Marlies

Reacties plaatsen niet mogelijk.